Blokkendoos Burning

Sylvia de Leur en Jaap van de Merwe

Voor u opgeduikeld uit de online collectie van het Theater Instituut Nederland: een stuk of wat prachtfoto’s van het obscure vroege Jaap van de Merwe-programma En Ik Zei De Gek.

Deze foto is door een tekenaar bijgewerkt, hing misschien in de lobby? Met o.a. Tobias Ritman als Rus en Aart Brouwer? als Yank. Sylvia rechts achter.

En Ik Zei De Gek beleefde z’n premiere in december 1961 en zou enkele maanden opgevoerd worden in het “nieuwe theater” De Brakke Grond (toen al een paar eeuwen in gebruik als o.a. veilinghuis, maar blijkbaar nog niet als theater). Aart Gisolf was muzikaal begeleider van Jaap van de Merwe, hoorde van een vacature en deed een goed woordje voor zijn vrouw. Sylvia was alleen net bevallen en letterlijk en figuurlijk nog niet helemaal in vorm; het verhaal gaat dat, toen Jaap langskwam en ze van de trap af kwam stommelen, hij uitriep: “Nee, dit kan je me niet aandoen, Aart!” Maar aan deze foto’s te zien was Sylvia al snel weer bijgetrokken.

De Oer-Stompazari… en een boeket zonder bloemen?

Jaap van de Merwe was een pionier van het linkse, maatschappijkritiese cabaret; als cabaretier was hij niet zo goed als hij dacht dat hij was, hij had een licht opgeblazen zelfbeeld (“Over tien jaar sta ik aan de top”) en werd vaak afgekraakt door de pers, maar als liedjesschrijver (heeft een stuk of wat prachtige liedjes gepend als Drie Eskadrons en Blokkendoos Boem) en aanjager was hij van groot belang en grote invloed op de volgende generatie.

De geblondeerde en de donkere: Sylvia & Janine

De Brakke Grond zou natuurlijk uitgroeien tot een gerenommeerd theater; minder bekend is dat het zaaltje ook in de popgeschiedenis een kleine historische rol vervult. Het was nl. de lokatie van het allereerste Nederlandse optreden van The Clash, pioniers van de linkse maatschappijkritiese punk, op een door Muziekkrant Oor georganiseerd feest op 14 mei 1977. Er is een opname van op youtube; je hoort hoe de dronken journalisten en aanverwant tuig half apathisch, half lacherig reageren op de hun voorgeschotelde punkhap, en hoe Joe Strummer en trawanten op hun beurt de feestvierders afkatten.

De geblondeerde en de donkere: Strummer & Jones

Ook valt hier op dat de band, die vanaf de eerste muzikale schreden al beschikte over een grote bek en gezwollen manifesto’s, op dat moment nog niet de strakheid en trefzekerheid bezat die ze nodig hadden om hun boodschap kracht bij te zetten. Eigenlijk was The Clash een soort Jaap van de Merwe van de rock & roll: invloedrijke pioniers met misschien een iets opgezwollen zelfbeeld en een grote bek, maar ook een groot hart. En een stuk of wat prachtige liedjes.

Het lied Drie Eskadrons handelt over de huzaren die in de vijfdaagse strijd tegen de Duitsers – nu precies 80 jaar geleden – in de Gelderse Vallei sneuvelden. Van de Merwe maakte er werk van zo veel mogelijk gesneuvelden bij naam te noemen in de tekst, en maakte Simon Thomas, Scholten, Beemsterboer en Duijf hiermee onsterfelijk. Maar hij schijnt ook een aantal namen uit z’n duim te hebben gezogen: Cruijff komt bijvoorbeeld op geen enkele lijst van gesneuvelden voor. Maar rijmde wel handig op Duijf.

Kan-bezoeking

Begin jaren ’60 hoorde Wim Kan tot de Grote Drie van het cabaret; hij was gearriveerd, maar nieuwere, jongere en brutalere gezelschappen rommelden aan de horizon. Wim wilde zijn jonge rivalen wel eens in actie zien, maar aan de voordeur van het Lurelei-cabaret werd hem de toegang ontzegd door een deurdienst draaiende Sylvia de Leur; het zaaltje was stijf uitverkocht. Hij heeft het haar blijkbaar vergeven; een paar jaar later verruilde Sylvia Lurelei voor zijn ABC-Cabaret, een jaar nadat Lureleier Frans Halsema dezelfde overstap maakte. Ze was liever bij Lurelei gebleven maar had geld nodig voor de behandeling van haar met klompvoetjes geboren zoontje. Al snel bleek dat het een slecht idee was geweest; Kan had weinig goeds over haar te zeggen en had bovendien de neiging om zijn medespelers, die alleen vóór de pauze optraden en daarna dus in principe naar huis konden, te “gijzelen”. “Vanavond speel ik voor jullie” zei hij op avonden dat hij zich onzeker voelde (meestal in de provincie, en ver weg), en dan bleef het hele gezelschap dus tot het eind om bij de opkomende zon pas weer bij hun jonge gezinnetjes thuis te komen. Ten einde raad besloten Sylvia en haar man Aart een tweede kind te nemen om onder haar verplichtingen uit te komen. Eenmaal zwanger at Syl zich bovendien suf om zo gauw mogelijk de indruk te wekken op springen te staan, met succes: met drie maanden leek ze al acht maanden heen en mocht ze weg!

Sylvia en Loesje, 1966

Uit het daaropvolgende jaar is een TV-opname bewaard gebleven van Sylvia die samen met Frans Halsema het oude Lurelei-succesnummer Huisbezoeking (“O Willem, wat zou dat toch wezen met Piet?”) zingt. Het nummer gaat over een stel ouders dat gebeld is door het schoolhoofd van hun zoon. Ze halen zich de ergste rampen in het hoofd:

“Hij zat de laatste tijd steeds detectives te lezen/ Hij zal toch geen centen van school hebben gegapt” -“O Willem, het zal toch geen roofmoord kunnen wezen/ Waarbij onze Piet op heterdaad is betrapt?”

Aan het eind van het lied blijkt (natuurlijk) dat er niks aan de hand is; het hoofd had vernomen dat Piet guppies heeft en wilde vragen of ze er een paar voor het schoolaquarium mochten hebben. Een standaard komische ontknoping. Maar de 1967-versie vervangt het oude Lurelei-eind voor een veel absurdistischer apotheose, we horen het schoolhoofd nu zeggen:

“Dat maakt de zaak eenvoudig, houdt u dan de ballonnen/ Zij hebben trouwens liever die vierentwintig tonnen/ Want zou de boel bederven, dat kan in die staten/ Van Stolk neemt de klokken op z’n rug/ Die Piet is wat begonnen, nou ja, niet meer over praten/ Zodra de boel in bloei staat kom ik terug.”

Van wie zou deze tekstrevisie komen? De originele tekst is van oer-Lureleier Ben Rowold, die van al hun tekstschrijvers altijd al het meest absurdistisch was ingesteld, maar Ben was al sinds 1963 uit beeld. Een notitie in het dagboek van Wim Kan verklapt de herkomst; het was uitgerekend deze oude cabaret-dinosaurus die het liedje van de jonge rebellen met een beetje extra pit injecteerde:

Zondag 8 augustus 1965. Nacht. Te bed. Vanmiddag slot (?) gemaakt aan “Wat is er toch met Piet? (Ja hoor us Mien, dat weet ik niet!)” Ol voorgelezen voor de tweede keer. Zij niet zichtbaar enthousiast, maar dat zegt me niet zoveel, omdat Ol dit soort humor, kolder, geheel niet aanvoelt. Zie er zelf wel wat in (voorlopig).

Aanhangsel

Hoes van eerste Rust Noch Duur-LP, 1970. Sylvia is niet te horen op de plaat maar wel te zien op de hoes, letterlijk als aanhangsel van Jasperina. Ironisch genoeg heeft illustrator Jaap den Hollander Sylvia (en Eric Herfst) van een foto uit het Oud Zeer-programmaboekje van het Jasperina-loze Lurelei (met Annemarie Oster) overgeschilderd:

Oud Zeer (1967) was een bloemlezing uit eerder Lurelei-werk. “We hebben gestreefd naar een representatieve keuze, waarbij wij onderstaande indeling als richtlijn hebben gekozen: A: de beledigende nummers – B: de platvloerse nummers – C: de godslasterlijke nummers – D: de vieze nummers – E: de onbenullige nummers. Wanneer categorie A met vier en categorie B met zes nummers is vertegenwoordigd, dan betekent dat niet noodzakelijkerwijs dat wij categorie A anderhalf maal zo belangrijk vinden als categorie B. Soms werden ons door het aanwezige materiaal zelf beperkingen opgelegd; zo vinden wij persoonlijk dat categorie D er wat karig is afgekomen, waarvoor onze welgemeende excuses”, aldus het boekje.

Categorie B, of toch categorie D? De Rosse Buurt AKA Mannen van Plezier, door Sylvia en Annemarie Oster (met kortgeknipt haar om meer op Jasperina te lijken). Foto: Hans van den Busken

De piepjonge Annemarie Oster had het moeilijk met het vullen van de schoenen van Jasperina (die toen in de musical De Stunt speelde), want zoals ze zei: “Sylvia kon niet zingen en ik kon niet zingen. Maar Sylvia was heel komisch en had heel veel charme.” Blijkbaar dachten Eric Herfst en Guus Vleugel er ook zo over toen ze in Rust Noch Duur de liedjes aan Jasperina en de aanhangende activiteiten aan Sylvia overlieten.

De Hunnen

Op de site van OOR is een mooi interview te lezen dat de pas overleden popjournalist Bert van de Kamp in 1985 hield met Jan Cremer. Jan, van half Hongaarse afkomst, zegt erin af te stammen van Attila de Hun. Ook beaamt hij een voorliefde te hebben voor Oost-Europese vrouwen; is dat misschien waarom hij deze foto van (de deels Wit-Russische) Sylvia de Leur in zijn privecollectie had? De foto is in 1964 in het Lurelei Cabaret genomen door Maya Sweering (geboren Pejic – ook al Oost-Europees van afkomst). De naam van het kersverse Lurelei-programma: Wij Lurelei, Een Onverkwikkelijke Bestseller.

Interview Bert van de Kamp (OOR) met Jan Cremer, 1985

Er was er één jarig

Punky Sylvia op d’r jarentachtigst, in de Piet Bambergen-klucht Er Is Er Een Jarig. Omdat begin jaren ’80 de populariteit van de Mounties tanende was werd zij er in deze klucht als extra lachkanon bijgehaald. En met succes; het stuk werd een heel seizoen in den lande opgevoerd en twee jaar later nog eens voor de TV. De Weekend, waar het knipsel uit komt, suggereert in de kop dat Sylvia en Piet méér dan een werkrelatie hadden. Een oeroude roddelbladentruc; maar liefst twintig jaar eerder deed de Telegraaf al iets soortgelijks door te koppen: “ANDERE PARTNER VOOR SYLVIA DE LEUR”. Bleek dat Johnny Kraaykamp voor een sketch met Syl vervangen was door Aart Brouwer.

Er Is Er Een Jarig draait (zoals het een klucht betaamt) óók om een persoonsverwisseling: Bambergen ziet huishoudhulp Sylvia aan voor de vrouw met wie hij op een verjaardagsfeest een relatie moet veinzen. Waarom, dat ben ik vergeten/ heb ik verdrongen; maakt niet uit, het gaat hier niet om het plot maar om de invulling, en invullen, dat kan Sylvia.

Zó vergezocht is het idee van een Sylvia-Mountie relatie trouwens ook weer niet. Haar allereerste vriendje toen ze als zestienjarige in Bussum, Nederland was neergestreken was de achttienjarige René Sleeswijk jr., veel later bekender als… René van Vooren. Die vandaag zijn 89ste verjaardag gevierd zou hebben.

Poster met dank aan Marco B.!

Guitar From Nowhere

Rijk de Gooijer en Sylvia de Leur in de eerste Avro Music Hall, oktober 1962. De uitzending zelf is helaas niet bewaard gebleven; jammer, want wij hadden wel willen zien en horen (de gitaar is ingeplugd!) wat Rijk met die gitaar uitvoerde. En hoe kwam hij in hemelsnaam aan zo’n prachtige Hagstrom Deluxe “Batman”?

De “Batman”, of “Duck Foot” zoals hij ook wel liefkozend genoemd werd vanwege z’n karakteristieke kop, werd door de Engelse tak van Hagstrom in 1962 in een kleine oplage in produktie genomen. Sommige bronnen op internet noemen als startdatum september ’62; het is dus zo goed als onmogelijk dat iemand in Nederland die gitaar in oktober al in zijn bezit had. Dus moet Rijk ‘m hebben geleend van een Engelsman, maar van wie?

Aha, Jet Harris & his Jetblacks waren van de partij. Jet Harris was ooit bassist van de Shadows maar begon in 1962 voor zichzelf. Op zijn twee singles van dat jaar bespeelde hij de Fender Bass VI, een soort kruising tussen een bas en een gewone gitaar; Hank The Knife zou er tien jaar later opnieuw furore mee maken. Jet zal die Batmangitaar zelf dus niet hebben gebruikt. Maar misschien een van zijn Jetblacks?

The Jetblacks zijn te zien in de film Just For Fun uit 1963. Ze playbacken het nummer Man From Nowhere; we zien twee saxen en behalve Jet op zijn Fender VI een “gewone” bassist en gitarist. Geen Hagstrom Batman te zien. Er is verder bijna niks over the Jetblacks terug te vinden omdat ze Jet alleen live, niet op de plaat, begeleidden. Gelukkig heeft ex-Jetblacks-bassist Terry Webster een prachtige website (terrywebster.co.uk) met een schat aan informatie. Dankzij hem weten we dat de gitarist Pete Carter was; even gegoogled, geen plaatjes van Pete met Batmangitaar te vinden. Maar Terry vertelt ook hoe ze, toen hij nog maar net tot de band was toegetreden, naar Nederland gingen… na voorzien te zijn van nieuwe instrumenten!

“We had a manager, tailored mohair suits by Dougie Millings, free instruments and amplifiers and we were on a £40 per week retainer whether we worked or not. That was quite a wedge compared with £5 per week as a van driver. Our first gig with Jet was at the Princess Theatre, Torquay, and a national TV slot on “Spot The Tune” followed by a trip by ferry to Amsterdam for a Dutch Television show. I can’t remember what we mimed to.  It was a first trip to Europe for the band and very exciting.”

Uit dezelfde Music Hall: Sylvia en Rijk, nu met Spaanse gitaar

Zou Beeld en Geluid misschien een foto hebben van het Jetblacks-optreden? Ja! Hun site noemt vijf fotobestanden; snel eentje aangevraagd met de hele band erop, ik kreeg deze:

Jet in het midden met peuk (camerarepetitie?), Terry Webster rechts, en… da’s pech, Pete de gitarist staat nét buiten beeld… maar we kunnen aan de kop van de gitaar zien dat het géén Batman is. Raar… Die Hagstrom Batman MOET van de Jetblacks zijn geweest. Zouden ze ‘m als reservegitaar bij zich hebben gehad? Ik besloot de stoute schoenen aan te trekken en foto plus vraag naar Terry te mailen; ik kreeg meteen antwoord:

“I would just like to say WOW!  That is such a distant memory. I do remember the excitement at 19 years old going to Europe for the first time ever on the cross channel ferry.  But remember very little of the actual TV show. And yes there I am on the bass guitar. Unfortunately I have no memory of the other people Rijk or Sylvia. It was so special being with one of the top pop stars of that time. Exciting times. Sad that my good friend Glenn Hughes on baritone sax died so young after he joined the Georgie Fame band. Amazing how the Internet allows us to connect after all these years. So glad you like my website and I will definitely include the picture you sent.
Many Thanks – Rock n Roll!
Terry”

Mooi en hartverwarmend… Maar nu weten we nog niks over de Batmangitaar! Zou die dan from nowhere weer terug naar nowhere zijn gegaan?

(P.S.: Enkele reakties op het Jetblacks-optreden in Music Hall: “De vertoning van Jet Harris en zijn Jetblacks was rondweg weerzinwekkend” (Leeuwarder Courant); “Het luisteren naar de luidruchtige rock-band bleek een zenuwslopend karwei” (Nieuwsblad van het Noorden)

Een bruinbrood en een goudvis

Sylvia en Aart met o.a. ome Joop de Leur, Donald Jones, Margriet de Groot en Rob van Reyn, 1961

Sylvia trouwde twee keer, beide keren op dezelfde plek. De eerste keer was voor het echie, de tweede keer voor de film. Haar huwelijk met Aart Gisolf was een “moetje”; ze had hem leren kennen bij het Amsterdams Studentencabaret waar ook goeie vriendin Hedy d’Ancona en Lurelei-muzikant Han Reiziger zaten. De trouwerij werd dan ook een studentikoze bedoening; het studentencorps van Aart zorgde voor de muziek, en als huwelijkskado’s kregen ze o.a. een bruin brood van Rob van Reyn en een goudvis in een melkfles van travestie-artiest Hugo van Mondfrans (“haal hem er wel gauw uit, anders groeit hij krom!”).

Het Amsterdamse stadhuis zat in die tijd – vanaf de toeëigening door Lodewijk Napoleon van het Stadhuis op de Dam tot de opening van de Stopera in 1988 – in de Prinsenhof aan de Oudezijds Voorburgwal, een gebouw dat uit de 17e eeuw stamde maar in de jaren ’20 een fikse uitbreiding kreeg in Amsterdamse School-stijl, waaronder een prachtige trouwzaal met glas-in-lood-ramen en wandschilderingen door de beroemde art deco-kunstenaar Chris Lebeau.

Glas-in-lood panelen in de trouwzaal
Detail wandschildering

Bij het filmen van de trouwscène van Sylvia (Nel) en Bernard Droog (Bob) in Wat Zien Ik werd dankbaar gebruik gemaakt van het fotogenieke stadhuis, ironisch genoeg de enige écht op de Wallen gelegen filmlokatie. Je ziet de auto’s (eerst die van het bruidspaar, dan die van kwade pooier Sjaak) door de poort de binnenplaats op rijden en in de deuropening zorgen de “meisjes van het confectie-atelier” dit keer voor de muziek. De glas-in-loodramen in de trouwzaal vormen een prachtige achtergrond bij het jawoord.

Sylvia/ Nel lijkt in dit shot zowaar een beetje op de wandschildering van hierboven
Sjaak heeft het bruidspaar in de smiezen
Vlak voor de plek waar de foto van Syl’s echte trouwerij genomen was (bij het mededelingenbord)
De meisjes van het confectie-atelier, o.a. Carry Tefsen, Trudy Labij en Kika Mol, zorgen voor de muzikale noot…
…en leggen Sjaak het zwijgen op mbv zijn eigen visgerei

De film-trouwerij vond precies 10 jaar na de echte trouwerij plaats. Hoe moet het voor Sylvia hebben gevoeld om op precies dezelfde plek nog eens te trouwen, maar nu zogenaamd? Bert Jansma schreef voor de Leidse Courant een mooi ooggetuigeverslag van de draaidag, waarin zowaar beide trouwpartijen samen komen:

“Inmiddels mag Sylvia de Leur een keer of twintig in lila bruidstoilet uit de auto stappen. Ze blijft stralen, hoewel de wind haar sluier alle kanten opwaait. Ze wordt ontvangen door het koortje van lichte meisjes met het fraaie rijm: Wij zijn de meisjes van het confectieatelier, wij brengen hulde als Nel gaat trouwen, wij zijn de meisjes van het confectieatelier, wij brengen hulde – Hoezee! De welkomstscene wordt uitentreure gerepeteerd en na ieder Hoezee spoeden de acteurs zich naar binnen in het warme stadhuis. Sylvia de Leur kijkt uit het raam: “Kijk, daar komt mijn echte man!” Ze loopt weg van filmechtgenoot Bernard Droog en zwaait. “Kijk, hij krijgt er een kleur van. Eerlijk gezegd voel ik me ook een beetje raar.”

Bob, Nel, glas-in-lood

(P.S.: Het liedje van de meisjes van het confectieatelier vertoont een vage gelijkenis met het lied Wij Zijn De Meisjes Van Het VVV, door Sylvia en Ronny Bierman acht jaar eerder in AVRO Music Hall gezongen; in dit lied vraagt Aart Brouwer als Amerikaanse toerist de weg naar de Oudezijds – maar vermoedelijk niet om te trouwen…)

Spelletjeshel

Okee, we zouden het hier even rustig aan doen ivm het wereldgebeuren, maar wat krijgen we vervolgens? De TV gaat doodleuk doen wat wij hier altijd al deden, nl. in het verleden spitten. Troost TV, Heimwee TV, nou, dan mogen wij ook wel weer meedoen.

Sinds jaar en dag ben ik gek – en velen met mij – op oude tv-beelden van laten we zeggen de “gewone man” (of vrouw). Je vindt ze vooral in oude quiz- en spelprogramma’s. Zoals een verkeersbord bij een spoorwegovergang een antieke locomotief afbeeldt omdat die meer op een “echte” trein lijkt dan een nieuwe trein, zo lijken de mensen in deze tv-programma’s van jaren her méér op “echte” mensen dan mensen van nu. Striptekenaars weten dat ook: alle figuren in bijv Dirkjan zien er uit alsof ze zo uit 1957 zijn weggelopen, de “vrouw in bloemetjesjurk” of “kale man met combover” zijn visuele cliché’s maar dat zijn ze niet voor niets, dat zijn ze omdat ze op één of andere manier echter dan echt zijn. Ook mooi is dat, terwijl anno nu de TV is vergeven van amateurs die béter kunnen zingen of dansen dan de professionals, vroeger gewone mensen (en voetballers) voor geen meter konden zingen, op TV tenminste. Je ziet ze verstarren als een haas in de koplampen van een auto en op slag toondoof worden. De laatste aflevering van Een Van De Acht, het kijkcijferkanon van Mies Bouwman uit begin jaren ’70, staat in zijn geheel op youtube. De acht deelnemersters, net-niet-winnaars uit vorige afleveringen, zijn een lust voor oog en oor. Meneer Vleesdrager, mevrouw Van Zutphen, meneer Goedkoop, mevrouw Ten Have en de rest, ze herstellen in één oogopslag je vertrouwen in de mensheid.

Wsch opdat we niet téveel echtheid voor onze kiezen krijgen dan we aankunnen, komt ook menig beroemdheid opdraven om samen met de deelnemers diverse opdrachten uit te voeren. Dat betekent dus: Sylvia! Opdraven in spelprogramma’s was rond 1973 zo’n beetje haar beroep, niet uit zelfpromotie of belangrijkheid maar gewoon omdat ze als crisiskind had geleerd al het werk dat ze kreeg aan te nemen. Vier deelnemers moeten zich met hulp van een aantal BN’ers zonder kleerscheuren door een aangepaste versie van het lied Catootje zien te slaan. Leen Jongewaard doet de aftrap, kijkend alsof hij liever ergens anders, of dood, was. Het tweede couplet wordt niet onverdienstelijk gebracht door mevrouw Van Zutphen. Enter Sylvia, casual maar mooi (als altijd). Ze opent haar mond, er komt geen geluid; d’r microfoon staat uit! Hier laat zich de ware trouper kennen: ze zingt onverdroten en geluidloos door, trekt een paar keer speels aan het microfoonsnoer.

Dan is het de beurt aan meneer Vleesdrager, en als bij toverslag doet de microfoon het opeens weer. Sabotage? Had de geluidsman een appeltje te schillen met Syl? Omdat na elk nieuw couplet de vorige coupletten steeds herhaald moeten worden dreigt de boel al snel in de soep te lopen; na Donald Jones valt meneer Vleesdrager te laat in, en wordt gelijk ongenadig gecorrigeerd door Sylvia. Geen halfzacht gedoe hier. Dan is het Donald Jones zélf die te vroeg invalt waardoor iedereen opeens een regel op het orkest voorloopt; Leen redt de boel door een regel in te slikken. Als Martine Bijl opkomt gebeurt er iets raars: Sylvia, die niet aan de beurt is, begint het couplet te vroeg. Wilde ze Martine in de war brengen? Misschien had ze toch meer vijanden dan ik dacht.

Ondanks alles komen we toch redelijk op de rails in het laatste couplet terecht, maar dan wordt opeens een eeuwenoude Hollandse traditie uit de kast gehaald: het publieksklappen op de eerste tel. Hierdoor vertraagt de hele boel, en weer is het Leen die ingrijpt en op de juiste tel inspringt. (Het valt trouwens op dat de deelnemers gaandeweg het lied steeds beter zijn gaan zingen; idee voor zangpedagogen: een heel uur Catootje!) Het lied is klaar. Applaus, bloemen en Sylvia, Leen en consorten zijn weer weg, weg uit de spelletjeshel. Another working day.

Dodo

Op 26 maart 1975 verongelukte Marino/ “Dodo”, de zoon van Sylvia de Leur en Aart Gisolf. Iedereen van mijn leeftijd en ouder kan zich deze tragedie nog herinneren; als tv-persoonlijkheden waren Sylvia en Aart een klein beetje familie van iedereen, en iedereen rouwde een beetje mee. Op de paar foto’s die ik van Marino ken heeft hij een intelligente, vroegwijze en beetje eigenwijze blik die me op een of andere manier bekend voorkomt. Een artiestenkind, veel alleen, heeft geleerd om het zelf te rooien. Een beetje een wise guy ook, op een leuke manier. Toen ooit bij huize De Leur een interviewer langskwam en Sylvia niet thuis trof, begon Marino zelf maar vast met het interview: “Laat m’n moeder maar werken, als ze geen werk heeft wordt ze chagrijnig.” Sylvia vertelt in haar boek hoe hij tijdens een koffiepauze in de tv-studio achter een camera ging staan, headset op, en vervolgens de instructies van de regisseur haarfijn opvolgde! Je gaat je vanzelf afvragen: wat als…? Wat zou er van Marino geworden zijn als hij had geleefd? Opeens bedenk ik me waar ik die blik van ken: de Amsterdamse punkscene puilde uit van jongetjes en meisjes met dezelfde vroegwijze/eigenwijze oogopslag. Als Marino had geleefd was hij 16-17 geweest toen de punk losbarstte. Grote kans dat hij in Paradiso, de Vondelbunker (naast hun huis!), NoName, DDT zijn leeftijdsgenoten had opgezocht. Veel van de eerste punkertjes waren tenslotte artiestenkinderen, het kroost van o.a. Els Pelgrom, Sophie van Kleef, Jaap Vegter en anderen (wat er ook in de boeken mag staan over “de arbeidersklasse”). Met zijn voorliefde voor film was hij misschien chroniqueur van die tijd geworden, de film-evenknie van Max Natkiel en Ed van der Elsken (nog een punkouder trouwens). Zijn bijnaam Dodo had zelfs perfect in het rijtje Amsterdamse punknamen als Mono, Lulu Zulu, Pipi (ππ), Fanta, Eskimo gepast. Tja, als…

Lockdown

Syl houdt persconferentie

Wegens belangrijkere dingen gaande, even geen nieuwe DeLeurean-posts. Wel heb ik voor alle naar leesvoer snakkende thuiszitters een Best Of gemaakt van oude posts; ze staan hieronder, te beginnen met de allereerste. Veel plezier!

Adopteer een artiest

Wilma de Mesquita (Buurten bij Bueno, 1963)

Dankoewel! (Sto Mpazari)

Vies! (Aart Brouwer)

I’m high, opzij, I can fly! (Rondje Amsterdam, 1975)

Gastegelpijn (Lurelei, Afscheid van de Artiesten)

778 (Wat Zien Ik?)

Fake news! “Ik zat aan het stuur” (Rob Touber)

Aart & the Gisolfs (Een Hagedis Teveel)

Wat hoor ik? (Filmmuziek Wat Zien Ik?)

Seks met kaa es (Daniel)

Puur natuur (Pallieter)

Meer beer (Songfestival 1973)

Piepkuiken (Louis van Paridon)

Uw kruis tocht (Miami Nightmare)

Nucleaire stofdoek (Film atoomaanval)

Libelle 1969 (Foto’s Hans Pelgrom)

Fokkie Gescheurd (Ria Kuyken, Benny Vreden, 1958)

Punkie in Woestewolf (Vloek van Woestewolf)

Witte Piet Sr. & Jr. (De Witte Piet)

Heksje Sylly (Heksenwaag, 1963)

Rififi in de Staats (Rififi in Amsterdam)

Piepkuiken 2 (oude foto’s)

Cherubijnig (Mijn Tante Victoria)

De verluren Lorelei (Lurelei, Botanisch Twistgesprek)

Inkijker en bijspijker (foto Joop van Bilsen, 1965)

Alternate ending (Peyton Place)

Snerp! (Joop ter Heul)

Binding an (Melle Oldeboerrigter)

Vervlogen verrekijk (TV)

Slaving for bread, the Israelites (CIZ)

Majesteitsstennis (Lurelei, Arme Ouwe)

Ole! (De Spaanse Vlieg)

Duitse dieren(haatster) (AVRO Music Hall)

Fake news! Het wijn-incident (Ans Wortel, 1974)

Ome Joop, een geit en een jazzband (Joop de Leur, Lou Bandy)

Onze Kleine Neurotica (Lurelei, Jij Bent Neurotisch)

Hippies op het Zandpad (Zandpad, Vondelpark)

Topless/ Bottomless (Phil Bloom, 1967)

And now for something Els(j)e (Elsje de Wijn)

Fanghetto (vakantiedorp)

Alaaf! (Carnaval)

OK Mikado (babyboomers, De Mikado)

Haar van Beneden (Een Vrouw van Driehoog, 1978)

Boesnach (familie Boesnach)

Dodo (Marino Gisolf 1961-1975)

Spelletjeshel (Een van de Acht)

Een bruinbrood en een goudvis (trouwen, stadhuis)

Guitar from Nowhere (AVRO Music Hall, Jet Harris & Jetblacks)

Aanhangsel (Lurelei, Rust Noch Duur)

Kan-bezoeking (Wim Kan, Huisbezoeking)

Lezen maar…