Ome Joop, een geit en een jazzband

The Excellos Five, rond 1925; Joop de Leur tweede van rechts

Het heeft ff geduurd, maar eindelijk zijn de jaren twintig dan terug. Ik, uw nederige blogger, ben er helemaal klaar voor: jaren ’20-muziek is al sinds lange tijd een soort rare obsessie van me. Okee, 1 van mijn rare obsessies. Eigenlijk waren de jaren ’20 een soort jaren ’60; alles wat in de sixties gebeurde, van civil rights tot beatniks, beatmuziek, x-rated literatuur en hippies, heeft zijn oorsprong in de roaring twenties. En zoals de beste popmuziek eigenlijk “verkeerd” gespeelde zwarte muziek was, zo is mijn favoriete ’20s-muziek de nét-niet-jazz zoals die vooral door Europese bands gespeeld werd. In Duitsland krioelde het van zulke orkesten, en net zoals vroege rock & roll-artiesten als de Tielman Brothers het benepen Nederland omruilden voor de Bundesrepublik, zo trok in de Jazz Age menig NL jazzmuzikant de grens over. Zo ook de broers Tonny (vader van Sylvia) en Joop de Leur.

Joop de Leur. Één gelijkenis met nichtje Sylvia springt meteen in het oog.

Ome Joop zou veel later, terug in NL, bekend worden als componist (Zuiderzeeballade e.a.) en begeleider van o.a. Lou Bandy, waar hij nichtje Sylvia aan haar eerste Nederlandse showbiz-baantje hielp: ze moest de geit van Lou vasthouden! Bandy, die een hit had met Lou Met De Geit, verlootte bij elk optreden een geit aan het publiek. Wat ik niet over zou hebben voor een foto van de 16-jarige Sylvia met de geit van Lou aan een lijntje!

Lou toen hij nog zelf z’n geit moest vasthouden

Maar ik dwaal af. Joop de Leur speelde piano in de half Belgisch/ half Nederlandse band the Excellos Five, die midden jaren ’20 in het wilde Berlijn furore maakte. Omdat er in Duitsland geen importplaten uit de USA/UK te vinden waren en in Nederland wel, speelden Joop en consorten met een jazz-feel die daar zelden gehoord werd. Vooral de Belgische drummer/leider Robert Kierberg swingde (swong?) er flink op los, jaren vóór de Duitse meneren Dinges zouden weten wat swing is. De platen die de Excellos Five in 1925-’26 opnamen zijn wsch de eerste echte door Nederlanders gemaakte jazzplaten, en góeie ook. (Maar in NL enig benul daarvan hebben, ho maar. Zoals altijd – nederbeat, nederpunk – zijn het buitenlandse liefhebbers die ons erop moeten wijzen.) Joop zou niet lang in de band blijven; hij had een snorretje laten staan en Kierberg beval hem het af te scheren (“het is óf wij allemaal een snor, of niemand!”). Joop hield eigenlijk helemaal niet van dat snorretje, maar hij wilde zich niet laten commanderen en nam eerst ontslag en schoor vervolgens z’n snor af. Er was werk genoeg, Joop zou nog met de grootste orkesten spelen tot de depressie aanbrak en het sappelen werd, waarop hij terugkwam naar NL en ging componeren.

De Excellos Five-opnamen zijn nooit heruitgebracht maar wel grotendeels door verzamelaars op youtube gezet; ikzelf heb, gewoon voor de lol, hun Charleston uit 1925 gecombineerd met een filmpje van een Charlestonnende Sylvia uit 1979! Ziehier:

2 gedachten over “Ome Joop, een geit en een jazzband

  1. Leuk blog, zeker voor mij als verre familie van Sylvia. Zij was een nicht van mijn vader die 6 jaar ouder was, en in de 60er jaren kwamen mijn ouders af en toe bij Aart en Sylvia op bezoek. Ook dropte ze indertijd regelmatig Dokele (Dodo, Marino), zoals ze hem noemden bij mijn ouders als Sylvia moest optreden en er even geen oppas was. Eigenaardig, wat schuw en onpeilbaar jongetje met zijn beentjes in die beugels. Sylvia zelf kende ik alleen als vrouw met altijd haast die veel aan haar hoofd had (ik was zelf rond de 10 jaar oud toen). Loesje heb ik ook nog gekend als schattig peutertje. En uiteraard haar grootouders, Tonny en Herta. Tonny de violist, speelde ook in orkestjes waar mijn opa (Lou Vissers getrouwd met een zuster uit de omvangrijke De Leurs familie) ook zijn leven lang in speelde (bas, cello, en zang) en er zijn geld mee verdiende. De grote Joop de Leur heb ik nooit gekend, maar natuurlijk wel uit de verhalen. Mijn vader werd ook al pianist, maar dan van het klassieke en later moderne genre (Stockhausen, Boulez e.d.). “Moeilijke muziek”, mogelijk om zich af te zetten tegen de varieté achtergrond van zijn voorouders. Sylvia kwam eind jaren 90 weer wat vaker bij mijn ouders, omdat ze in Huizen ging wonen (waar mijn ouders ook woonden). Ze was een stuk rustiger geworden. De verhalen over haar rumoerige jeugd nam mijn vader altijd met een korrel zout. Hij kende haar immers al zo’n beetje vanaf het moment dat ze na de oorlog in Nederland kwam. Of mogelijk daarvoor al, dat weet ik niet.
    Waar uw fascinatie voor Sylvia vandaan komt weet ik niet. Maar het is zeker leuk om in uw blog en FB te grasduinen. Dank!

    Geliked door 1 persoon

Plaats een reactie