
Okee, we zouden het hier even rustig aan doen ivm het wereldgebeuren, maar wat krijgen we vervolgens? De TV gaat doodleuk doen wat wij hier altijd al deden, nl. in het verleden spitten. Troost TV, Heimwee TV, nou, dan mogen wij ook wel weer meedoen.
Sinds jaar en dag ben ik gek – en velen met mij – op oude tv-beelden van laten we zeggen de “gewone man” (of vrouw). Je vindt ze vooral in oude quiz- en spelprogramma’s. Zoals een verkeersbord bij een spoorwegovergang een antieke locomotief afbeeldt omdat die meer op een “echte” trein lijkt dan een nieuwe trein, zo lijken de mensen in deze tv-programma’s van jaren her méér op “echte” mensen dan mensen van nu. Striptekenaars weten dat ook: alle figuren in bijv Dirkjan zien er uit alsof ze zo uit 1957 zijn weggelopen, de “vrouw in bloemetjesjurk” of “kale man met combover” zijn visuele cliché’s maar dat zijn ze niet voor niets, dat zijn ze omdat ze op één of andere manier echter dan echt zijn. Ook mooi is dat, terwijl anno nu de TV is vergeven van amateurs die béter kunnen zingen of dansen dan de professionals, vroeger gewone mensen (en voetballers) voor geen meter konden zingen, op TV tenminste. Je ziet ze verstarren als een haas in de koplampen van een auto en op slag toondoof worden. De laatste aflevering van Een Van De Acht, het kijkcijferkanon van Mies Bouwman uit begin jaren ’70, staat in zijn geheel op youtube. De acht deelnemersters, net-niet-winnaars uit vorige afleveringen, zijn een lust voor oog en oor. Meneer Vleesdrager, mevrouw Van Zutphen, meneer Goedkoop, mevrouw Ten Have en de rest, ze herstellen in één oogopslag je vertrouwen in de mensheid.

Wsch opdat we niet téveel echtheid voor onze kiezen krijgen dan we aankunnen, komt ook menig beroemdheid opdraven om samen met de deelnemers diverse opdrachten uit te voeren. Dat betekent dus: Sylvia! Opdraven in spelprogramma’s was rond 1973 zo’n beetje haar beroep, niet uit zelfpromotie of belangrijkheid maar gewoon omdat ze als crisiskind had geleerd al het werk dat ze kreeg aan te nemen. Vier deelnemers moeten zich met hulp van een aantal BN’ers zonder kleerscheuren door een aangepaste versie van het lied Catootje zien te slaan. Leen Jongewaard doet de aftrap, kijkend alsof hij liever ergens anders, of dood, was. Het tweede couplet wordt niet onverdienstelijk gebracht door mevrouw Van Zutphen. Enter Sylvia, casual maar mooi (als altijd). Ze opent haar mond, er komt geen geluid; d’r microfoon staat uit! Hier laat zich de ware trouper kennen: ze zingt onverdroten en geluidloos door, trekt een paar keer speels aan het microfoonsnoer.

Dan is het de beurt aan meneer Vleesdrager, en als bij toverslag doet de microfoon het opeens weer. Sabotage? Had de geluidsman een appeltje te schillen met Syl? Omdat na elk nieuw couplet de vorige coupletten steeds herhaald moeten worden dreigt de boel al snel in de soep te lopen; na Donald Jones valt meneer Vleesdrager te laat in, en wordt gelijk ongenadig gecorrigeerd door Sylvia. Geen halfzacht gedoe hier. Dan is het Donald Jones zélf die te vroeg invalt waardoor iedereen opeens een regel op het orkest voorloopt; Leen redt de boel door een regel in te slikken. Als Martine Bijl opkomt gebeurt er iets raars: Sylvia, die niet aan de beurt is, begint het couplet te vroeg. Wilde ze Martine in de war brengen? Misschien had ze toch meer vijanden dan ik dacht.

Ondanks alles komen we toch redelijk op de rails in het laatste couplet terecht, maar dan wordt opeens een eeuwenoude Hollandse traditie uit de kast gehaald: het publieksklappen op de eerste tel. Hierdoor vertraagt de hele boel, en weer is het Leen die ingrijpt en op de juiste tel inspringt. (Het valt trouwens op dat de deelnemers gaandeweg het lied steeds beter zijn gaan zingen; idee voor zangpedagogen: een heel uur Catootje!) Het lied is klaar. Applaus, bloemen en Sylvia, Leen en consorten zijn weer weg, weg uit de spelletjeshel. Another working day.
