Wat hoor ik?

Ik ben gek op de Wat Zien Ik-filmmuziek. Hierboven de door mijzelf geripte soundtrack-LP, beetje krakerig maar komt uit een goed hart. De liedjes/stukjes zijn getiteld naar de scenes waar ze in voorkomen, bijv: “Eerste klant komt aan op Schiphol en gaat per taxi naar Greet”, “Nel wordt aangekleed en gaat aan het werk met Greet”, “Piet en Greet liggen in bed te roken” etc. (maar de LP houdt gek genoeg weer niet de volgorde van de film aan!) De muziek past precies bij de film, half zoet, half olala, half kinderlijk (ja dat is anderhalf, weet ik). Het centrale themaatje is bovendien supercatchy en een eersteklas oorwurm. Maar die componist, Julius Steffaro? Een Italiaan? Nooit van gehoord dus maar es aan het googlen. Hij lijkt niet veel gedaan te hebben: deze film, de tune van Floris (ook Verhoeven) en een arrangement hier en daar. Maar dan blijkt dat onze Julius eigenlijk een Nederlander is genaamd Jan Stoeckart (1927-2017), en gaan de sluizen open. Stoeckart ging in de jaren ’50 werken voor het Engelse label De Wolfe, dat zich specialiseerde in zg. Library Music: anonieme achtergrondmuziek die niet in de winkels, maar aan radio/tv-stations etc verkocht werd. Voor dat label schijnt hij zo’n 1200 composities te hebben geschreven en opgenomen.

Julius Steffaro aka Jan Stoeckart

Library Music is sinds een jaar of wat een soort cult geworden onder platenverzamelaars, deels omdat er soms bekende artiesten onder schuilnaam platen voor maakten (bijv Pretty Things als Electric Banana!), maar ook omdat het net lijkt alsof je in een parallel muziekuniversum terechtkomt, met prachtige low-budget (af en toe beetje punkachtige) hoezen en volkomen onbekende namen, merendeels dus pseudoniemen van Jan Stoeckart zoals Julius Steffaro (natuurlijk), Willy Faust, Peter Milray en vooral Jack Trombey. Hij is de bekendste onbekende Nederlandse componist ooit.

Enkele Jack Trombey-platen op het De Wolfe-label

Een Engels gezelschap dat grif gebruik maakte van library music was Monty Python. Zo’n beetje alle muziek in hun tv-serie maar ook in de films is van De Wolfe-platen geplukt. De muziek achter Blackmail, het klaroengeschalmuziekje in Holy Grail, talloze andere sketches, allemaal het werk van onze Jan! Of Julius. Of Jack.

778

Het befaamde Wat Zien Ik-huis is niet moeilijk te vinden; er zijn niet veel nummers 778 in Amsterdam, en bovendien is de uit duizenden herkenbare Amstelkerk in een aantal shots aan de overkant te zien. Prinsengracht dus (niet bepaald de hoerenbuurt).

Prinsengracht 778 anno nu. Zonder enig historisch besef hebben ze de oude voordeur vervangen door een raam, de cultuurbarbaren! De ramen zijn ook anders maar dit is toch echt Het Pand; zie het huisnummerplaatje dat nog hetzelfde is.

Een curieuze in-joke vormt het opschrift “HET WERELDTIJDSCHRIFT”, verwijzend naar Elsschot’s Lijmen/Het Been. Had Paul Verhoeven iets met dat verhaal? Of verwijst het naar de lege facade die het Wereldtijdschrift was? Voor zover ik weet heeft hij nooit plannen gehad om Lijmen/Het Been te verfilmen; dat zou Robbe de Hert pas in 2000 doen met die andere Sylvia – Kristel – in de hoofdrol.

Nog eentje dan, gewoon omdat het leuk is.

Haar van boven

Tja, wat te zeggen over Wat Zien Ik? De film die Sylvia in 1 klap van tv/theaterartiest tot filmster bombardeerde, kortstondig zoals later bleek. Het is geen goeie film, hij laveert tussen slapstick en serieus, de dialogen zijn krukkig maar dankzij het goeie camerawerk van Jan de Bont, de Amsterdamse scenery en enkele hele goeie acteurs/trices die er het beste van proberen te maken is hij toch zeer het bekijken waard. Enkele scenes zijn zelfs iconisch te noemen: de billenkoek uitdelende schooljuffen, de kippenveren-scene etc. Mijn favoriete scene is die waarin Sylvia de tafel dekt voor d’r “vlekkenman”, en even twijfelt hoe ze het bestek neer moet leggen. (Volgens mij een door haarzelf ingebracht grapje, het doet me iig denken aan een Lureleiliedje waarbij ze aan de verkeerde kant naar haar hart grijpt.)

File under “hilarisch slecht geposeerde filmstills”

Sylvia speelt de tegenhanger van de harde, zakelijke Blonde Greet (de roodharige (!) Ronnie Bierman), “haar van boven”, die eigenlijk te soft is voor het hoerenvak. Dat zij nog het meest geloofwaardige aan de hele film is komt misschien doordat ze in het echt ook te soft/ te lief en te weinig ambitieus was voor het artiestenvak; haar filmcarriere eindigde even plots als ze begon, met nog een herhalingsoefeningetje als “Fellini-hoer” (zoals ze het zelf noemde) in De Inbreker en daarna een hele tijd niks.