Kaffetéériaas

Klein maar leuk is de bijdrage die Sylvia mocht leveren aan de filmbewerking van De Avonden (1989), als Tante Stien. Niet een tante van hoofdpersoon Frits van Egters zelf, maar van Jaap en Joosje bij wie Frits op verjaardagsvisite gaat. Een prachtige enge strenge tante, die eerder uit de gereformeerde bible belt lijkt te komen dan uit de vriendenkring van linkse rakkers waar de familie (Van Het) Reve (en dus Van Egters) zich mee inliet. Ze hebben haar een paar mooie Reve-zinnen toegeschoven, zoals de opmerking dat kanker in Amerika wordt veroorzaakt door de “kaffetéériaas” (in het boek door Frits zelf opgemerkt), en zelfs uit een heel ander Reve-boek (Op Weg Naar Het Einde) de klassieker “Veel groente en weinig aardappelen, dat eet voor een man niet zo lekker”.

De zon in uw glas

Grappig hoe dat werkt… Ik was gisteren op een rommelmarkt en net toen ik dacht “goh, als ik zomaar die plaat Miami Nightmare es zou vinden, van die anti-Anita Bryant/ anti-heksenjacht op homo’s-manifestatie waar Sylvia Anita Bryant speelde…” viste ik de plaat uit een stapel. Het “interview” is hieronder op 14:00 te horen. Let op hoe Adele B hier de aangever is en Sylvia de “ster”; als dit voor tv was was het zeker andersom geweest.

Vies!

Bijna 10 jaar vóór Wat Zien Ik? was Sylvia al samen met Ronnie Bierman te zien in het AVRO-programma Music Hall. Sketches werden afgewisseld met de amusementsmuziek van die tijd; dat in 1963 de echte sixties nog moesten beginnen bleek uit de verschrikte reakties op een optreden van de band van (ex-Shadow) Jet Harris, die door het AVRO-publiek maar vies en vuig werd bevonden. Amusement en rock & roll lagen nog mijlenver van elkaar. Maar één van de mede-medewerkers aan Music Hall, Aart Brouwer (ook in bovenstaand filmpje te zien), deed in 1963 een profetische poging de twee werelden samen te brengen. Zijn single Hé Pssst… gekoppeld aan Vies!, loopt zowel op de melige provo-beat van Het (Kejje Nagaan) als op de absurdistische Wim T. Schippersliedjes van de jaren ’70 vooruit. Vuige rock & roll met als begeleidingsband Johnny & the Cellar Rockers, featuring een piepjonge Jan Akkerman (ja, die van de latere hit Sylvia).

Laatste rolletje

Aangezien dit blog DeLeurean heet moeten we niet alleen terug maar ook heen in de tijd. Daarom nu dertig jaar naar de toekomst gevlogen, van Sylvia d’r eerste crimirolletje naar d’r laatste, voor Tatort. Let op het mooie Droste-effect dat ze veroorzaakt door het opnoemen van Tatort in Tatort! Verder zijn er een paar opvallende overeenkomsten met Rififi: het zijn beide naar Amsterdam getransplanteerde (oorspronkelijk) buitenlandse c/krimi’s, in beide scenes speelt een bijna identiek raam plus gordijn een belangrijke rol, ze biedt tweemaal thee aan… en krijgt tweemaal een kus van een agent. (Scene begint op 1:59:17)

Eerste rolletje

Nog een intrigerende foto uit begin jaren ’60. Sylvia de Leur en… Anton Geesink! Alleen al mooi vanwege het verschil in lichaamslengte. Sylvia kijkt een beetje starstruck, Geesink was in die tijd dan ook razend populair. En wat moet hij met die verrekijker? Maar the plot thickens…

He, wat? Hadden Sylvia en Anton… De foto blijkt genomen op de set van Rififi In Amsterdam, de eerste film waar Sylvia een rolletje in speelde, als vrouw van inspecteur Geesink. Aha! De scene in kwestie komt een beetje knullig over: inspecteur Geesink is op stake-out, vandaar de verrekijker, maar nu komt het: zijn vrouw komt hem thee brengen. Een stake-out in je eigen huis, da’s lekker makkelijk! N.B.: Syl draagt hetzelfde coole broekpak als op de eerste Lurelei-plaat.

Dankoewel!

“Dat liedje heeft me jaren achtervolgd. Ik wilde ’t niet meer doen, maar ik moest ’t steeds weer doen. Maar nu is het uitgepoept. Ze vragen er nog wel naar, maar dan doe ik alsof ik ’t niet meer ken.”

Sylvia werd in Silezie geboren en kwam na veel omzwervingen als 15-jarige in het pas bevrijde Nederland terecht. Ze kende Pools, Duits, Tsjechisch en een beetje Russisch, maar geen Nederlands. Na 15 jaar had ze zichzelf accentloos Nederlands geleerd, om bij haar eerste plaatopname het volgende intro in te moeten spreken: “Dames ien heerden, thans zieng iek voor oe… Sto Mpazari!”

Het van oorsprong Griekse dierengeluidenkinderliedje (eigenlijk To Kokoraki genaamd) was door Jaap van de Merwe aangetroffen op een plaat van het Engelse duo Flanders & Swann; Sylvia zou het in de Van de Merwe-show En ik… zei de gek opvoeren, later weer bij Lurelei, en nog later bij haar blauwe maandag Wim Kan (mopperkont Kan, die weinig leuks over haar te zeggen heeft in z’n dagboeken, noteert ergens morrend “Grieks liedje groot succes.”) Het zou een albatros om haar nek worden (al zit er geen albatros in het liedje… geloof ik) en ze wilde er later niks meer van weten.

De Flanders & Swann-versie is erg snel en frantic op een typisch Engelse manier; Sylvia doet het langzamer aan, wat het juist extra grappig maakt; als de dochter van een Griekse restaurantuitbater die tussen de schuif… eh, klapdeuren een liedje ten gehore mag brengen. Haar vocale acrobatiek doet hier een beetje denken aan de geniale Engelse comedienne/stemvirtuoos Jane Horrocks.

Haar van boven

Tja, wat te zeggen over Wat Zien Ik? De film die Sylvia in 1 klap van tv/theaterartiest tot filmster bombardeerde, kortstondig zoals later bleek. Het is geen goeie film, hij laveert tussen slapstick en serieus, de dialogen zijn krukkig maar dankzij het goeie camerawerk van Jan de Bont, de Amsterdamse scenery en enkele hele goeie acteurs/trices die er het beste van proberen te maken is hij toch zeer het bekijken waard. Enkele scenes zijn zelfs iconisch te noemen: de billenkoek uitdelende schooljuffen, de kippenveren-scene etc. Mijn favoriete scene is die waarin Sylvia de tafel dekt voor d’r “vlekkenman”, en even twijfelt hoe ze het bestek neer moet leggen. (Volgens mij een door haarzelf ingebracht grapje, het doet me iig denken aan een Lureleiliedje waarbij ze aan de verkeerde kant naar haar hart grijpt.)

File under “hilarisch slecht geposeerde filmstills”

Sylvia speelt de tegenhanger van de harde, zakelijke Blonde Greet (de roodharige (!) Ronnie Bierman), “haar van boven”, die eigenlijk te soft is voor het hoerenvak. Dat zij nog het meest geloofwaardige aan de hele film is komt misschien doordat ze in het echt ook te soft/ te lief en te weinig ambitieus was voor het artiestenvak; haar filmcarriere eindigde even plots als ze begon, met nog een herhalingsoefeningetje als “Fellini-hoer” (zoals ze het zelf noemde) in De Inbreker en daarna een hele tijd niks.