Binding an

Melle als jonge anarchist, 1925

Een van de kleurrijkste maar ook meest dwarse kunstenaars van de afgelopen eeuw heette Melle. Als een punk avant la lettre koos hij er voor alleen z’n voornaam te gebruiken (en hij had nog wel de prachtige achternaam Oldeboerrigter!). Zoals punkbands hun kansen op commercieel succes saboteerden door veelvuldig gebruik van fucks en andere schuttingwoorden, maakte hij zijn schilderijen onverkoopbaar door ze vol te plempen met fallussen in alle vormen en groottes. Hij moest niks hebben van stromingen en clubjes en werd daarom jarenlang genegeerd door de “kenners”. Hij was dan ook al vanaf zijn jeugd (jaren ’20) anarchistisch ingesteld; maakte spotprenten voor het “opruiende blad” De Moker en was met een gitaar over zijn schouder te vinden op de door het blad georganiseerde velddagen. Na decennia schilderen werd hij tenslotte omarmd door de jaren ’60-generatie die in hem een soort moderne Jeroen Bosch zag.

Christofoor (Melle, 1958)

Ischa Meijer, groot fan, vroeg Melle in 1974 te gast in zijn TV-programma Om Met Ischa Te Spreken; de andere twee gasten waren Hans van Mierlo en Sylvia de Leur. “Drie mensen die u zonder dit programma waarschijnlijk nooit bij elkaar gezien had”, aldus Ischa. Maar als men Melle en Sylvia vóór dit programma nog nooit samen gezien had, zou dat na dit programma zeker veranderen. Gaandeweg het gesprek ontstaat er een klik tussen de oude doorgroefde kunstenaar en de jongere actrice. Ze herkennen iets in elkaar, geen wonder want ze hebben veel overeenkomsten: eenvoudige komaf, lang hard gewerkt voor ze succes kregen, soort van outsiderstatus. Als Syl het heeft over haar onzekerheid op het toneel vanwege haar autodidact-zijn reageert Melle: “De knapste jongens op het toneel, die ken je eraf vegen! Wat jij doet, daar hebben we binding an, en die jongens die Shakespeare honderden keren doen, daar hebben we toch geen binding an!”

Het jaar daarop, na de tragische dood van Sylvia d’r zoon, verdiepte de vriendschap zich. Sylvia schrijft in haar boek: “Melle pakte me bij mijn schouder en kondigde aan dat hij elke zondagochtend bij me langs zou komen, “en ik wil dat je koffie voor me zet”. Hij wist dat ik anders niet uit mijn nest zou komen. Iedere zondagochtend kwam hij aanfietsen, met zijn mooie schilderspet en zijn corduroy jasje. Aan de bar in onze keuken zaten we urenlang koffie te drinken en te praten over de vraagstukken des levens.” Helaas zou Melle amper een jaar later bezwijken aan een hartaanval. Het gebeurde tijdens een etentje met vrienden, waaronder Sylvia. Na zijn dood is de ster van Melle blijven rijzen en zijn er ettelijke boeken verschenen en vele exposities geweest. Maar zoals hij bij Ischa zei: “Ik wil helemaal niet rijk zijn, want daar doe je niks mee. Je ken toch niet de hele dag gaan zitten eten of in allemaal auto’s gaan rijden. En ik wil ook niet geld opstapelen, want dan heb de bank het geld en ik niet. Ik wil alleen altijd 25 gulden in m’n zak hebben, en ik wil schoenen kunnen kopen wanneer ik dat wil. En niet bang zijn voor de huisbaas, niet bang zijn voor de gasrekening, en meer wil ik niet.”

Tante Syl

Hoewel Sylvia niet graag zong speelde ze vanaf midden jaren ’70 steeds vaker in musicals; de musical Hé, Kijk Mij Nou werd in 1979, na een jaar van live-opvoeringen, omgebouwd tot TV-serie. Ik ben niet zo héél erg gek van dit soort produkties, maar het is leuk om Sylvia hier aan het werk te zien in haar dubbelrol als rijke flamboyante weduwe Caroline Duwaard én muizig huissloofje Stien Troost. De typetjes doen me meer dan een beetje denken aan die van Hetty Heyting kort daarna in de prachtserie De Familie Knots; Oma Knots en natuurlijk Tante Til (zelfs de jurk is precies hetzelfde!). Let in het Stien Troost-stukje ook ff op hoe routinier Sylvia een kandelaar omver loopt en zich er uit improviseert!

Snerp!

Volkskrant, 1962

“…het mollige meisje Sylvia de Leur, dat een stemmetje heeft dat een mens door merg en been snerpt”, aldus een krant in 1962, toen Sylvia net bij Lurelei was begonnen. Ze was nog maar amper bekend maar het leek of haar stem al een paar stappen voor haar uit snerpte; het snerpen zou al snel een handelsmerk worden. Persoonlijk vind ik dat Sylvia een heel mooi stemgeluid had, je moet er alleen wel naar zoeken tussen het gesnerp door. Net als haar uiterlijk heeft haar stem iets exotisch, iets Oost-Europees. Als ze zacht praat of in haar lage register zingt hoor je het; helaas moest ze meestal hard praten en hoog zingen.

Volkskrant, 1962

Getergd door het snerpstempel zong Sylvia niet graag, en dus heeft ze weinig platen gemaakt. Jammer want in het vluchtige theatervak is een lied, een hit, een van de weinige wegen naar onsterfelijkheid. Jenny Arean, Gerard Cox; ze kunnen nog zo veel gedaan hebben, wij kennen ze van Vluchten Kan Niet Meer en Broekje In De Branding. Zonder gedenkwaardige liedjes vervliegen al Sylvia d’r toneelprestaties, al deed ze nog zo d’r best, en ze deed altijd d’r best. Één van de weinige liedjes die ze opnam heette trouwens Doe Toch Je Best! Het is Sylvia op haar allersnerpendst, als schooldirectrice in de tv-versie van het Dagboek Van Joop ter Heul (1968). Het nummer heeft een mooie ragtime-achtige sfeer (oorspronkelijke versie heet Deep Down Inside uit de musical Little Me, waarvan het boek door Neil Simon was geschreven die later Last Of The Red Hot Lovers schreef, het eerste theaterstuk waar Sylvia in speelde, maar dit terzijde!)

Alternate Ending

De laatste aflevering van Game of Thrones deed een wereldwijde roep van verontwaardiging weerklinken rond de aardbol. Men was het niet eens met het eind, en wat doet men dus anno 2019: zelf filmpjes monteren en uploaden met de gewenste Alternate Ending. Er zijn er duizenden te vinden op youtube. In 1973 bracht het eind van de tv-serie Peyton Place, met een in de gevangenis zittende Dr. Rossi, een vergelijkbare schreeuw van ongenoegen teweeg. Maar ja, wat kon je doen in die tijd behalve in je tv-kijkend lot berusten? Ene Sylvia de L. te A. nam het echter niet; ze zette d’r hoedje op en liep naar het HVB aan de Amstelveenseweg om de dokter eruit te krijgen, wat haar nog lukte ook, waarmee we de eerste Alternate Ending in de geschiedenis van de mensheid op naam van Sylvia kunnen schrijven! Lezers van dit blog weten het al lang: alles wat ooit gedaan is is al eens eerder door Sylvia gedaan. Okee, ze kreeg wat hulp van Johnny Kraaykamp, Albert Mol, Willy Alberti, Mies Bouwman en Willem Duys, maar ze bokste het toch maar mooi voor elkaar in die AVRO-jubileumuitzending.

“Effe kijken in het register… De Gooijer… Van der Meyden…”
Dr. Rossi was een stuk grijzer dan in de serie, maar die was in Amerika dan ook al 4 jaar eerder afgelopen.
Seth G. vergeet z’n tekst
Zusters Mol en Alberti
“We verklaren je ontoerekeningsvatbaar, that’s very easy here!”

Plomsklaps

Sylvia de Leur en Janine van Wely, 1962

Vroeger, als stripverhalen verslindend knulletje, viel het me al op: terwijl er een oneindige variatie aan mannelijke typetjes in die strips rondliep, hadden de meeste tekenaars maar twee soorten vrouw in hun repertoire: de Vamp en het Viswijf. Later ontdekte ik dat dat voor comedy ook geldt: hoewel meestal schlemielen, zien mannelijke komieken er vaak verder gewoon uit als zichzelf, niet bijzonder potsierlijk of lelijk gemaakt. Bij comediennes ligt dat anders, dat zijn óf sexy stoeipoezen óf afstotelijke wezens met knotjes en wratten (zie bijv Annet Malherbe in Debiteuren/Crediteuren als Juffrouw Jannie – naam niet toevallig van een stripfiguur geleend). Sylvia de Leur was een leuke verschijning maar in Avro’s Music Hall moest ze het voetlicht delen met de slanke, langbenige Janine van Wely, en dús werd Syl ingedeeld als het lelijkerdje. In een sketch met André Carrell (vader van…) staat Syl groteske bekken te trekken in de weerspiegeling in haar bokaal terwijl Janine bevallig lacht en haar benen etaleert.

Maar Janine zou begin 1963 plotsklaps op hetzelfde moment zowel uit Music Hall als uit het Lurelei-cabaret verdwijnen. Niemand weet meer waarom; in het geval van Lurelei schijnt ze boos te zijn weggelopen, de volgende dag was Sylvia in haar plaats aangenomen (voor vast, ze had er al eerder invalwerk gedaan). In Music Hall werd Janine van de ene op de andere aflevering vervangen door Ronnie Bierman. Syl en Ronnie hebben dus eigenlijk hun carrières aan Janine te danken!

Janine en tuba, 1974

Janine moet een eigengereide vrouw zijn geweest, ze combineerde het alleenstaande moederschap met het maken van beeldende kunst en dook nog sporadisch op op het toneel, om in de jaren ’70 op tv haar draai te vinden als het Giulietta Masina-achtige clowntje Plom, het zusje van Pipo. Ze volgde dus het tegenovergestelde traject als Sylvia, van theater naar circus. Al snel evenaarde haar populariteit die van Cor Witschge (die naar het schijnt niet erg vriendelijk tegen haar was, 1 Pipo vond hij wel genoeg) wat behalve aan de kleine kijkers misschien ook aan hun vaders heeft gelegen, want haar benen kwamen ook hier steevast prominent in beeld.

Rampokkend

Sylvia en Adele, Vrouwelijkheden, 1963

In de aan Sylvia de Leur gewijde Show Van Je Leven ontrolde Astrid Joosten ooit een vijftien meter lange fax met daarop een opsomming van Sylvia’s oeuvre; “Allemaal geweest! Weg ermee!” reageerde Syl lachend. Na het overlijden van collega Adèle Bloemendaal ging er een internetmeme rond met de beroemde Adèle-uitspraak “Hoe ik herinnerd zal worden? Dat interesseert me geen reet!” Het verschil tussen de uitspraken van Adèle en Sylvia ligt hem hierin, dat Adèle zeker leek te zijn dat ze TOCH wel herinnerd zou worden; Sylvia daarentegen leek zich neer te leggen bij de vergetelheid, haar carrière een berg verfrommeld papier.

Je kan het je nu niet meer voorstellen, maar in de jaren ’60 keek niemand er van op als een tijdschrift het privéadres van een BN’er plaatste.

Ondanks (of dankzij?) hun verschillende karakters werden Adèle en Sylvia vaak in één adem genoemd, maar al waren ze even oud en zaten ze in dezelfde “scene”, ze hebben eigenlijk maar heel weinig samengewerkt. Beide speelden ze bij Lurelei en (veel later) in Vreemde Praktijken, maar nooit tegelijk.* (Ze zaten samen in de tv-serie Beppie, maar daar speelde Sylvia een geest die alleen zicht- en hoorbaar was voor haar man, gespeeld door Johnny Kraaykamp; strikt gezien dus ook geen samenspelen!) Wat ze wel echt samen hebben gedaan is een reeks tv-reclames voor Wehkamp begin jaren ’80; dat zal dus het Adèle & Syl-duo-idee in ons collectieve geheugen verklaren (zo zie je maar weer wat er uiteindelijk blijft hangen).

Jacques Klöters schreef begin jaren ’90 een prachtige monoloog voor Adèle waarin ze vertelt hoe ze samen met Sylvia als twee grannies from hell de stad onveilig maakt, alweer als duo dus. Jacques heeft de tekst laatst integraal op z’n openbare facebookpage geplaatst, dus voelden we ons vrij de tekst over te nemen:

SEX-HOOLIGANS

Wat ik in mijn leven over heb gehad voor het mannelijk geslacht! Mon dieu! Ik nam 3 wortels per dag tot mij, ontslakte me met eng bronwater en smerig smakende siropen die aan bomen in Canada waren onttrokken Ik heb in sportscholen dagelijks aan apparaten gehangen die in de kelders van slot Loevestijn geexposeerd hadden moeten worden.
Wij vrouwen betalen een hoge prijs om onze jeugd te behouden. Je strompelt kreupel een sportschool uit. Wie zit daar geparkeerd in zijn vuurrode Ferrari Testa Rossa te wachten? Een leeftijdsgenootje. Een 57-jarige man. En waar gaat hij zo dadelijk zijn verdorven lust op botvieren? Niet op mij, maar op een blond dingetje van 24.
Wat heeft die 57-jarige man dat hem zo aantrekkelijk maakt? Springt hij zich net als wij 6 uur per dag de koelere in de aerobic-les? Zo te zien niet (met een hoog stemmetje:) “Het zit hem niet in het uiterlijk, Jan-Jaap heeft andere kwaliteiten”. Creditcards!! en haar! Ze hebben overal haar. Behalve waar het moet zitten. Borsthaar, okselhaar, wenkbrauwhaar, oorhaar en neushaar. Het groeit en bloeit als brandnetels in een natte zomer. Hij heeft ook zo’n eng plukje haar onder aan z’n rug, vlak boven de bilnaad. U weet wel die bilnaad die zo appetijtelijk uit zijn broek te voorschijn komt als hij zich voorover buigt in zijn bermudashort om een creditkaart op te rapen. Overal haar. Behalve op zijn hoofd.
Zijn er dan geen smakelijke mannen van 57? Jawel Donald Jones. Dus het kan wel. Maar die heeft weer niet zo veel creditcards.
Het is veel minder gebruikelijk dat vrouwen van 57 een lekker joch uit laten dan omgekeerd. Dat komt omdat wij vrouwen daarin altijd te passief geweest zijn. We moeten meer geweld gebruiken. Niks thuis zitten dreinen omdat de wandelende creditkaart er vandoor is met zo’n beugelbekkie bouwjaar 1969. Heb ik nooit gedaan. Erop af! Aktie!
Nachten heb ik rond gehangen bij discotheken. Met Sylvia de Leur. Is net zo fanatiek als ik. Ze heeft laatst in het Vliegenbos nog een parkwachter seksueel gemolesteerd. Als wij samen op het “slechte pad” zijn! Laatst nog in de P.C. Hooftstraat. Herenmodezaak. Daar stond me toch een heerlijkheid! Lekkere hoge kont, beetje brede schouders, geen greintje vet op de buik, alleen behaard waar het moet, een lekkere sloddervos, mmwhaaaa! We zijn de zaak binnen gegaan, Syl en ik, we hebben de knul aan de gordijnrails gebonden van het kleedhokje en veelvuldig misbruikt. Syl zegt altijd: een echte volwassen relatie is het nog niet maar het beginnetje is er.
Voor mij hoeft het niet, een vaste relatie. Syl is ook gelijk zo van kadootjes. Ze heeft laatst nog een knul voor zijn verjaardag een tatoeage gegeven. Ik niet. Van mij krijgen ze niks. Geen oorbellen, geen sexondergoed.
Nou ja één keer, die vier koreaanse acrobaatjes, ik had ze alle hoeken van hun kleedkamer laten zien en toen heb ik ze alle vier een kadootje gegeven… Een maliën-slipje helemaal gemaakt van chromen ringetjes. Maar normaal gesproken krijgen m’n veroveringen niks van mij. Ja de zak.
Nee, ik hoef niets vasts. En zeker niet iets rijps. Het enige wat het leven op deze leeftijd nog de moeite waard maakt is ontucht!
Ik heb laatst een glazenwasser dwars door de ramen bij me naar binnen getrokken. Voor ie wist wat er gebeurde lag ie op bed, z’n spons nog in z’n hand.
“Ja maar heb je dan niet eerst behoefte aan een leuk gesprek en zo? Dinner by candlelight?”
Bullshit! Rasch ins Bett! De daad bedrijven en afnokken maar weer.
Ik heb laatst nog een leuke jonge koerier van zijn bromfiets getrokken. Hij mocht zijn helm erbij ophouden.
Ik kan het iedereen aanbevelen. Niet afwachten vrouwen. Aanvallen! Grijp die 24 jarige magazijnbediende met die opengeknipte spijkerbroek waar je nog net een klein stukje bil bij ziet! Anders doet Sylvia de Leur het!
Laten we met z’n allen op zaterdagavond amok gaan maken! Rampokkend en verkrachtend door de stad trekken. Wij sexhooligans! Wij Grannies from Hell!
Pak de verkering van je dochter voordat z’n vader jouw dochter pakt.
Kijk je wordt natuurlijk ouder, maar als je in gedachten gewoon achttien blijft dan slaap je net als ik nog wel eens een nachtje met een jonge politieagent op het bureau.

(* P.S.: Sylvia en Adèle werkten wél samen bij Lurelei, winter/voorjaar 1964 viel Adèle in voor de zwangere Jasperina, zie onderstaande foto & knipsel. Ook grappig: de schrijver klaagt over het deels onverstaanbare slotnummer; aangezien dat nummer van begin tot eind in een brabbeltaaltje gebracht werd vraag je je af welk deel dan wél verstaanbaar was 🙂

Nieuw oud gezicht

Hoewel een uitstekend realistisch tekenaar, werd Wouter Lap vooral bekend door zijn karikaturale MAD-voorkanten en Panorama-achterkanten. “Elke week een nieuw gezicht, wie heeft dat tegenwoordig nog?” adverteerde de Panorama in 1973, toen hij z’n reeks BN’er-tekeningen begon. Wat zijn Sylvia betreft was Wouter niet erg bij de tijd; deze lijkt meer op de chubby eind jaren ’60-Syl dan op die van 1973 (zie ook de letters “CABARET”, dat maakte ze sinds 1968 al niet meer).

Inkijker en bijspijker

Joop van Bilsen kiekte Sylvia thuis op de bank voor een Parool-interview, april 1965. Omdat de foto in hoge resolutie op wikimedia te vinden is geeft het een fascinerend inkijkje in haar leven. Op het eerste gezicht heeft het een mooi jaren ’60-sfeertje, maar je ziet ook dat ze het niet breed hadden; er ligt een deken over de bank (op een andere foto piept er net een stuk versleten bank onder uit) en het tafeltje rechts is als je beter kijkt eigenlijk geen tafeltje maar een plank die aan één uiteinde op de bank rust.

(Er zijn drie foto’s, op één lacht ze uitbundig en op een ander lijkt ze iets te roepen; deze is m’n favoriet omdat hij in een onbewaakt moment genomen lijkt te zijn.) Sylvia was rond 1965 in haar eerste flush of fame, ze deed veel TV-werk en maakte 7 avonden in de week furore op het Lurelei-podium. Maar het zichzelf bedruipende, ongesubsidieerde Lurelei betaalde zijn eigen leden een schijntje om zo veel mogelijk geld op te kunnen te sparen; Sylvia verdiende minder dan bijv. een simpele kantoorbediende, wat ook de reden was voor haar vertrek naar Wim Kan later dat jaar.

Een oud fotoalbum ligt opengeslagen; we zien de Godfried de Groot-glamourfoto die hier al eerder langskwam (maar toen in spiegelbeeld) en een paar kiekjes uit haar acrobatentijd. De grote foto moet wel Sylvia samen met haar moeder zijn, dansend voor de Russen in Tsjechië (haar moeder stond er op hun act “de dansende zusjes” te noemen omdat ze niet te oud wilde lijken).

De radio is een Philips LX444AB uit begin jaren ’50, nu een vintage verzamelobject maar toen, met de opmars van de transistor en draagbare radio’s die écht draagbaar waren, waarschijnlijk een afdankertje.

Onder een bloemstukje zien we een authentieke oud-Hollandsche Salamander-pocket, zoals die toen bij duizenden rondzwierven in huiskamers. Om precies te zijn: Voor Wie Dit Leest (Proza en Poëzie van 1920 tot heden).

Sylvia had toen ze als 15-jarige in Nederland aankwam niet alleen een taalachterstand, ze miste ook de kennis van de hele NL culturele canon; lastig als je cabaretière wilt worden. Van sommige van haar Lurelei-teksten vol slimme verwijzingen snapte ze de helft niet; er moest dus constant bijgespijkerd worden, waarvan dit boek getuigt. Hard werken en geen geld, zegt deze foto dus. Maar evengoed knus.

De Verluren Lorelei

Paisley Psylvia! Met Lurelei in de tv-studio, 1965

“Ik herinner me nog dat we ons daar in dat piepkleine zaaltje aan de Leidsekade voor aanvang van de jaarlijkse première verkneukelden over wat we te zien en te horen zouden krijgen. Vooral het programma waaraan de onvergetelijke Leen Jongewaard en Sylvia de Leur meewerkten was zo verschrikkelijk goed en geestig. Wekenlang teerde je nog op de herinnering van al die grappige en gemene nummers. Het nummer waarin Leen Jongewaard vanuit een vuilnisbak het moderne toneelrepertoire op de hak nam zal ik nooit vergeten. En Eric Herfst met zijn clowneske gezicht in combinatie met Sylvia de Leur, aan wie ook iets van het circus kleefde; als je hen bezig zag was dat van grote schoonheid.” Dit schrijft Marjan Berk, zelf later ook Lureleister, in haar boek Memoires van een dame uit de goot van het amusement (het tweedehands bij bol.com bestelde exemplaar waar ik dit uit heb overgetypt komt zo te zien en ruiken trouwens ook uit de goot van het amusement, maar dit terzijde). Het is interessant dat, ondanks de waardering van collega’s en publiek, Sylvia er in de cabaretgeschiedschrijving bekaaid van afkomt; áls Lurelei al een halve bladzijde krijgt wordt zij niet, of even snel in het voorbijgaan genoemd. Volgens mij komt dat omdat ze eigenlijk altijd een outsider is geweest, ze maakte geen deel uit van die typisch Nederlandsige aardappel-in-de-keel/vibrato/grote gebaren/grote ogen-cabarettraditie. En hoewel Lurelei altijd wordt geprezen om de scherpe (en lange) teksten van Guus Vleugel, waren hun succesnummers met Sylvia zoals Tango Mortale en Sto Mpazari vrijwel woordeloos (iig Nederlandse woorden-loos). Zoals Marjan Berk al zei: Sylvia was meer van het circus (of varieté eigenlijk) dan van het cabaret.

Hoewel Lurelei al enkele jaren furore maakten in het theater, braken ze pas echt nationaal door toen ze eind 1964 hun eigen tv-programma kregen bij de VARA. De eerste twee afleveringen zijn bewaard gebleven en zwerven in stukken en brokken op youtube rond; de derde aflevering werd afgelast omdat de omroep bezwaar had tegen sommige teksten, o.a. van het Jan Cremer-liedje van Sylvia. April 1965 kwam er uiteindelijk nog een aflevering, maar die is wsch niet bewaard gebleven. Welke nummers zouden ze gedaan hebben? Ik denk in ieder geval Begraven is goedkoper dan U denkt, aan de telefoon op de foto hierboven te zien. En vast ook het huzarenstuk Botanisch Twistgesprek waarin Leen, met Sylvia dansend, een tekst met 110 obscure plantennamen zingt. DeLeurean heeft nl. speciaal voor u een (oude) Revue uit dezelfde maand opgesnord waarin Leen en Syl op een paar mooie kleurenfoto’s de botanische tango uitvoeren; het blad begaat helaas de onvergeeflijke fout het lied aan Guus Vleugel toe te schrijven ipv aan Drs. P!