Aart & the Gisolfs

Sylvia vertelt in haar boek hoe ze als klein meisje het viooltje dat ze van haar vader (violist/ bandleider Tonny de Leur) kreeg, stiekem stuksloeg en de brokstukken verstopte. Één de godganse dag toonladders oefenend muzikant in huis vond ze wel genoeg. Toch leerde ze zichzelf een paar jaar later in haar acrobatentijd een beetje altsax spelen, als onderdeel van de act. Ik vraag me af of ze ooit wel eens samen met haar man, jazzmuzikant en latere TV-dokter Aart Gisolf, thuis een potje jazz heeft staan jammen. Aart speelde behalve saxofoon ook fluit, basklarinet en contrabas, hij kwam uit een muzikaal nest (“Als je bij ons thuis maar twee instrumenten speelde gold je eigenlijk als onmuzikaal”) en werd in 1960 door een piepjonge Paul Verhoeven gevraagd om de muziek te verzorgen voor zijn eerste film Één Hagedis Teveel. Er was één catch: het moest binnen drie dagen af zijn.
“Toen ik de technische mogelijkheden eens bekeken had, dacht ik plotseling dat ik eigenlijk best zelf alles na elkaar kon opnemen.” En zo geschiedde, en werd Één Hagedis Teveel de eerste in NL door één muzikant overdubbenderwijs opgenomen soundtrack ooit.

(Ja, ik weet dat je die gele marker bij Delpher ook uit kan zetten ;))

“Daar stond ik dan bij de eerste opname, bibberend van de zenuwen in de kale lege studio. De twee technici zaten met cynische gezichten te wachten op wat er komen zou. Nu, ik kan je wel zeggen, het ging volkomen de mist in. Het was een complete nachtmerrie. Het was erger dan mijn kandidaats. Zo ging het de hele morgen door. En toen lukte het plotseling. Na de lunch ging het opeens. Toen ik mijn laatste instrument weglegde en opkeek naar de geluidskamer zag ik daar twee stomverbaasde gezichten. Ze zaten daar allebei met opgestoken duimen naar me te zwaaien.” (Telegraaf, 1960)

Het resultaat mag er inderdaad wezen. Cool en minimalistisch, helemaal in de nouvelle vague-stijl van de film, doet de muziek een beetje denken aan Art Blakey’s Des Femmes Disparaissent (toevallig grote favoriet in huize DeLeurean). De film zelf is ook mooi, met glansrol voor Hermine Menalda die het bij deze ene film liet. De complete cast bestond dan ook uit Leidse studenten; Sylvia komt er niet in voor, die is nooit student geweest. Ja, aan de School of Hard Knocks.

778

Het befaamde Wat Zien Ik-huis is niet moeilijk te vinden; er zijn niet veel nummers 778 in Amsterdam, en bovendien is de uit duizenden herkenbare Amstelkerk in een aantal shots aan de overkant te zien. Prinsengracht dus (niet bepaald de hoerenbuurt).

Prinsengracht 778 anno nu. Zonder enig historisch besef hebben ze de oude voordeur vervangen door een raam, de cultuurbarbaren! De ramen zijn ook anders maar dit is toch echt Het Pand; zie het huisnummerplaatje dat nog hetzelfde is.

Een curieuze in-joke vormt het opschrift “HET WERELDTIJDSCHRIFT”, verwijzend naar Elsschot’s Lijmen/Het Been. Had Paul Verhoeven iets met dat verhaal? Of verwijst het naar de lege facade die het Wereldtijdschrift was? Voor zover ik weet heeft hij nooit plannen gehad om Lijmen/Het Been te verfilmen; dat zou Robbe de Hert pas in 2000 doen met die andere Sylvia – Kristel – in de hoofdrol.

Nog eentje dan, gewoon omdat het leuk is.

Haar van boven

Tja, wat te zeggen over Wat Zien Ik? De film die Sylvia in 1 klap van tv/theaterartiest tot filmster bombardeerde, kortstondig zoals later bleek. Het is geen goeie film, hij laveert tussen slapstick en serieus, de dialogen zijn krukkig maar dankzij het goeie camerawerk van Jan de Bont, de Amsterdamse scenery en enkele hele goeie acteurs/trices die er het beste van proberen te maken is hij toch zeer het bekijken waard. Enkele scenes zijn zelfs iconisch te noemen: de billenkoek uitdelende schooljuffen, de kippenveren-scene etc. Mijn favoriete scene is die waarin Sylvia de tafel dekt voor d’r “vlekkenman”, en even twijfelt hoe ze het bestek neer moet leggen. (Volgens mij een door haarzelf ingebracht grapje, het doet me iig denken aan een Lureleiliedje waarbij ze aan de verkeerde kant naar haar hart grijpt.)

File under “hilarisch slecht geposeerde filmstills”

Sylvia speelt de tegenhanger van de harde, zakelijke Blonde Greet (de roodharige (!) Ronnie Bierman), “haar van boven”, die eigenlijk te soft is voor het hoerenvak. Dat zij nog het meest geloofwaardige aan de hele film is komt misschien doordat ze in het echt ook te soft/ te lief en te weinig ambitieus was voor het artiestenvak; haar filmcarriere eindigde even plots als ze begon, met nog een herhalingsoefeningetje als “Fellini-hoer” (zoals ze het zelf noemde) in De Inbreker en daarna een hele tijd niks.