Good Syl/ bad Syl

Omdat ik Sylvia hier meestal alleen bij haar voornaam noem en de naam van het blog DeLeurean aanelkaar is, bedacht ik me opeens dat ik op die manier moeilijk vindbaar blijf voor zoekmachines. Daarom stellen we hier Sylvia de Leur nog even twee keer met naam en toenaam voor, 1x een goeie en 1x een slechte:

“Sylvia “Sexy” de Leur! Zalig wijf. Was achtereenvolgens slangenmens, schoonheidsspecialiste, danseres, goochelaarsassistente. Is niet eenvoudig gebleven. Hoopt zich nog dit seizoen een autobaan aan te schaffen, de auto komt wel.”

“Sylvia de Leur! Heeft een hekel aan dieren. Voorvechtster van de vivisectie. Eet alleen vlees van varkens en runderen die ze eigenhandig geslacht heeft. Gaat dagelijks met een lege zak naar het park om de kruimeltjes van de vogels weg te halen.”

(Beide uit de Lurelei-TV-show, 1964)

(P.S.: Dat van dat slangenmens, schoonheidsspecialiste, danseres en goochelaarsassistente klinkt uit de duim gezogen maar is allemaal waar!)

Seks met kaa es

Sylvia was de eerste ooit die op het Nederlandse toneel het woord NEUKEN zei. Het was 1964, in een Lureleinummer waarin ze uit Ik Jan Cremer voorlas (het Lureleiprogramma in kwestie heette in navolging van die “onverbiddelijke bestseller” Wij Lurelei).

“Begin jaren zestig was het nog pornografie, ik zag er huizenhoog tegenop. ‘Doe’k niet, jongens’, zei ik tegen Eric Herfst en Guus Vleugel. Die twee boetseerden me er toch naartoe: neuken, neuken! En dan stonden ze achter in de zaal op te letten of ik het wel duidelijk uitsprak en of het wel luid genoeg was, want ik had de neiging om het een beetje binnensmonds te zeggen.”

Sylvia was dus medeschuldig aan die hele sexuele revolutie waardoor binnen een paar jaar “sex mag niet!” veranderde in “seks (met kaa es) MOET, altijd, overal en met iedereen!” Maar om met Herman Finkers te spreken: altijd sex? Je wilt ook wel eens een hapje eet’n. Het zou dan ook niet lang duren voordat deze nieuwe seksuweele moraal op de hak werd genomen. Door Sylvia! In de film Daniël, één van haar drie films uit 1971 die haar filmster-voor-1-jaar maakten.

“Sylvia speelt weer het gekke vrouwtje”, aldus een krant uit die tijd. Ze hebben het mis, Sylvia is juist één van de weinige (min of meer) normale figuren in deze kluchtige film waarin zowel de vrijgevochten sex-geobsedeerde ouders van hoofdpersoon Daniël als de gereformeerde boeren waar hij z’n toevlucht zoekt karikaturen zijn. Sylvia speelt Ida, een alleenstaande ex-stadshippie die in het boerendorp met de nek wordt aangekeken en voor hoer uitgemaakt, al houdt ze zich vnl bezig met schilderen en blowen. Als Daniël bij Ida langsgaat worden ze afgeluisterd door Daniel’s ouders die hopen dat hij het eindelijk “gaat doen”; Daniël en Ida consumeren alleen een joint en liggen stoned wat met de benen te trappelen waarop vader en moeder elkaar in triomf hi-fiven en uitroepen “Wat is seks met kaa es toch prachtig!”

Gastegelpijn

Sylvia Dietrich!

Met veel moeite probeerde ik de tekst van het Lurelei-nummer Afscheid Van De Artiesten te verstaan, maar ik kwam niet ver. Blijkt dat de hele tekst, inclusief de gesproken stukken, uit een soort verhaspeld onzintaaltje bestaat! “Een parodie op de revues uit die tijd. Daar had je ook altijd finales waar je niks van verstond,” aldus choreograaf Johan Verdoner.

Waar is m’n hart?

Het eerste couplet uit Sylvia d’r Zeemans Annie-solo:

Er zijn nog zoveel bissen in de ragevuurt
Waarom moest ik et juist zijn
Ik heb nog benig veren over zee getuurd
En dat maakt de gastegelpijn

Wat (helaashelaashelaas) opvalt is dat Sylvia eigenlijk een heel mooi en expressief stemgeluid heeft, maar zodra ze de hogere regionen in moet overschakelt op een onzeker kopstemmetje. Andere liedjes zoals Daar Heb Je Haar Weer, poging tot carnavalshit van jaaaaren later, lijden aan hetzelfde euvel. Ze vond zichzelf geen goeie zangeres en heeft het zingen later zo goed als opgegeven. Jammer want het zat er wel in. Dat maakt de gastegelpijn.

Bonkig stippelsteenslag

Ker… stengel, De Wonderlijke Wereld van Drs. P, 1970

Toen Leen Jongewaard in 1964 tot Lurelei toetrad hadden ze een mooi lied voor ‘m klaarliggen, vers van de pen van Heinz Polzer. Botanisch Twistgesprek is voor zover ik weet één van de weinige liedjes die Polzer/ Drs. P. zelf nooit heeft opgenomen; wsch had hij het geschreven om met sadistisch genoegen anderen peentjes te zien zweten. Er komen 110 (!) obscure plantennamen in voor als bonkig stippelsteenslag, stijve ogentroost, moffenpijp etc etc, die Leen in razend tempo moest zingen onderwijl een tango dansend met Sylvia de Leur. “Leen dacht dat hij gek werd. Ik zag altijd de paniek in z’n ogen als hij bezig was,” aldus Sylvia, die het zelf dit keer makkelijk had: haar tuinwens bestaat alleen uit een “tuinkabouter met een mandje op z’n rug”, aan het eind van elk couplet gaandeweg steeds hysterischer gezongen. Iemand heeft op internet alle plantennamen uit het lied herleid (en u dacht dat ik de enige monomane gek was), zie hier: http://www.benvanvlierden.nl/Botanie/Botanie.html

Voor meer (o.a. foto’s!) zie ook onze post De Verluren Lorelei

Dankoewel!

“Dat liedje heeft me jaren achtervolgd. Ik wilde ’t niet meer doen, maar ik moest ’t steeds weer doen. Maar nu is het uitgepoept. Ze vragen er nog wel naar, maar dan doe ik alsof ik ’t niet meer ken.”

Sylvia werd in Silezie geboren en kwam na veel omzwervingen als 15-jarige in het pas bevrijde Nederland terecht. Ze kende Pools, Duits, Tsjechisch en een beetje Russisch, maar geen Nederlands. Na 15 jaar had ze zichzelf accentloos Nederlands geleerd, om bij haar eerste plaatopname het volgende intro in te moeten spreken: “Dames ien heerden, thans zieng iek voor oe… Sto Mpazari!”

Het van oorsprong Griekse dierengeluidenkinderliedje (eigenlijk To Kokoraki genaamd) was door Jaap van de Merwe aangetroffen op een plaat van het Engelse duo Flanders & Swann; Sylvia zou het in de Van de Merwe-show En ik… zei de gek opvoeren, later weer bij Lurelei, en nog later bij haar blauwe maandag Wim Kan (mopperkont Kan, die weinig leuks over haar te zeggen heeft in z’n dagboeken, noteert ergens morrend “Grieks liedje groot succes.”) Het zou een albatros om haar nek worden (al zit er geen albatros in het liedje… geloof ik) en ze wilde er later niks meer van weten.

De Flanders & Swann-versie is erg snel en frantic op een typisch Engelse manier; Sylvia doet het langzamer aan, wat het juist extra grappig maakt; als de dochter van een Griekse restaurantuitbater die tussen de schuif… eh, klapdeuren een liedje ten gehore mag brengen. Haar vocale acrobatiek doet hier een beetje denken aan de geniale Engelse comedienne/stemvirtuoos Jane Horrocks.