
De kritieken waren niet mals na de eerste uitzending in 1968: Nationaal Allerlei was flauw. En tekstschrijver Herman Pieter de Boer was nog wel helemaal naar Engeland gegaan om inspiratie op te doen bij The Frost Report etc, tevergeefs zoals bleek. Enige lichtpuntje is de steeds terugkerende (zo te zien geimproviseerde) monoloog van een levensmoede Rijk de Gooyer. Sylvia zien we o.a. in een sketch waarin ze een dubbeltje zoekt in haar tasje en er een onophoudelijke berg spullen een Gerard Reve-opsomming waardig uit vist en op tafel deponeert. Mooi vanwege de links naar d’r verleden en toekomst: we zien Ik Jan Cremer langskomen (de originele, maar ook deel 2 en 3), het boek dat nog maar een paar jaar eerder in een Lurelei-sketch figureerde die ze op opschorting van hun tv-show door de Vara kwam te staan, en medespeler Allard van der Scheer zou een paar jaar later billenkoek van d’r krijgen in Wat Zien Ik? O ja, en vanwege d’r leuke petje. En dan zou ik de Ko van Dijk-limonade bijna vergeten.







