Duitse dieren(haatster)

Volgens de gangbare definitie van allochtoon (een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland geboren is) is mijn vriendin allochtoon (niet-Westers nog wel), en haar dochter ook (Duitse vader). Ook is de helft van mijn neefjes en nichtjes allochtoon. Sylvia de Leur was een allochtoon, ze had een Duitse (of Poolse, net hoe de grenzen lagen) moeder. Zo bezien heeft het iets potsierlijks, iets willekeurigs als er weer eens “de allochtonen moeten dit, de allochtonen moeten dat” geroepen wordt. Je zou net zo goed “mensen met rood haar moeten dit en dat” kunnen roepen. Integreren? We moeten allemaal integreren! (Maar ook weer niet te veel…) Wat deed Sylvia er eigenlijk aan om te integreren toen ze op haar vijftiende naar Nederland kwam? Allereerst leerde ze perfect Nederlands spreken, misschien zelfs iets té perfect, ze heeft altijd een hele nette dictie gehouden. In het gezin De Leur was zij de enige die goed Nederlands kon; haar vader, violist Tonny de Leur, was na dertig jaar buitenland het Nederlands zo goed als verleerd (té goed in het buitenland geintegreerd dus!).

Cameo vader De Leur in Wat Zien Ik

Verder drong vader er op aan dat er een diploma gehaald moest worden, maakte niet uit waarin, in NL moet je een papiertje hebben. Dus haalde Sylvia haar diploma schoonheidsspecialiste (haar enige). Was Sylvia geslaagd in haar integratie? Ondanks haar mooie diploma sloeg ze direkt na het behalen ervan aan het beunhazen op het toneel ipv passend werk te vinden, niet erg Nederlands! Haar accentloze uitspraak zorgde er wel voor dat ze zelden op het toneel als buitenlandse werd neergezet, in tegenstelling tot bijv Donald Jones, die door zijn knoeperd van een accent juist een nationale knuffelallochtoon werd (en Rudi Carrell die in Duitsland de nationale knuffelallochtoon werd). Uitzondering daarop was een sketch in Avro Music Hall (1963) waarin ze als Duitse dierenhaatster een dierenprogramma gepresenteerd door Rijk de Gooijer en Ronnie Bierman moest verstoren. De sketch is niet echt leuk, maar haar Duitsnederlands is perfect (waarschijnlijk deed ze haar moeder na?)

(P.S.: Bij Lurelei werd Syl ook al eens als dierenhaatster neergezet, gek eigenlijk; naar verluidt was ze gek op dieren, hier het bewijs:)

Plomsklaps

Sylvia de Leur en Janine van Wely, 1962

Vroeger, als stripverhalen verslindend knulletje, viel het me al op: terwijl er een oneindige variatie aan mannelijke typetjes in die strips rondliep, hadden de meeste tekenaars maar twee soorten vrouw in hun repertoire: de Vamp en het Viswijf. Later ontdekte ik dat dat voor comedy ook geldt: hoewel meestal schlemielen, zien mannelijke komieken er vaak verder gewoon uit als zichzelf, niet bijzonder potsierlijk of lelijk gemaakt. Bij comediennes ligt dat anders, dat zijn óf sexy stoeipoezen óf afstotelijke wezens met knotjes en wratten (zie bijv Annet Malherbe in Debiteuren/Crediteuren als Juffrouw Jannie – naam niet toevallig van een stripfiguur geleend). Sylvia de Leur was een leuke verschijning maar in Avro’s Music Hall moest ze het voetlicht delen met de slanke, langbenige Janine van Wely, en dús werd Syl ingedeeld als het lelijkerdje. In een sketch met André Carrell (vader van…) staat Syl groteske bekken te trekken in de weerspiegeling in haar bokaal terwijl Janine bevallig lacht en haar benen etaleert.

Maar Janine zou begin 1963 plotsklaps op hetzelfde moment zowel uit Music Hall als uit het Lurelei-cabaret verdwijnen. Niemand weet meer waarom; in het geval van Lurelei schijnt ze boos te zijn weggelopen, de volgende dag was Sylvia in haar plaats aangenomen (voor vast, ze had er al eerder invalwerk gedaan). In Music Hall werd Janine van de ene op de andere aflevering vervangen door Ronnie Bierman. Syl en Ronnie hebben dus eigenlijk hun carrières aan Janine te danken!

Janine en tuba, 1974

Janine moet een eigengereide vrouw zijn geweest, ze combineerde het alleenstaande moederschap met het maken van beeldende kunst en dook nog sporadisch op op het toneel, om in de jaren ’70 op tv haar draai te vinden als het Giulietta Masina-achtige clowntje Plom, het zusje van Pipo. Ze volgde dus het tegenovergestelde traject als Sylvia, van theater naar circus. Al snel evenaarde haar populariteit die van Cor Witschge (die naar het schijnt niet erg vriendelijk tegen haar was, 1 Pipo vond hij wel genoeg) wat behalve aan de kleine kijkers misschien ook aan hun vaders heeft gelegen, want haar benen kwamen ook hier steevast prominent in beeld.

Hier dan: Bierman!

Er zijn vele varianten op de Wat Zien Ik?-filmposter, maar deze is m’n favoriet.

“…En als u oplet ziet u hier dan, een heel nieuw gezicht en dat hoort bij Ronnie Bierman!” Met dit kreupelrijm introduceerden Rijk en Sylvia de toen 24-jarige Ronnie in Avro Music Hall. Ronnie was net als Sylvia zijdelings het theater binnengedrongen; was Sylvia in de make-up begonnen, Ronnie maakte poppen in de animatiestudio van Joop Geesink. Geesink staat nu vooral bekend om z’n ietwat lullige Loeki-filmpjes, maar hij leerde het vak van de geniale Hongaarse animator George Pal, de uitvinder van de “replacement puppet”-animatie waarbij voor 1 shot tot tientallen verschillende hoofden gemaakt moesten worden. Werk zat dus voor Ronnie.

George Pal-animatiepoppenhoofden

Fast forward naar 1970 en we zien, of beter gezegd horen Ronnie en Sylvia weer samen, in een heel ander soort poppenfilm: de Fabeltjeskrant-bioscoopfilm De Onkruidzaaiers. Twintig jaar vóór ZaZa Zebra en Isadora Paradijsvogel de TV-Fabeltjeskrant binnenliepen kaartte deze film al de allochtonenkwestie aan. Soort van. Het verhaal is een beetje rommelig maar het komt er op neer dat een torrenkolonie het dierenbos inpikt als Juffrouw Ooievaar en consorten op kamp zijn. Door een misverstand met een exploderende stoommachine komt er ruzie, die aan het eind bijgelegd wordt. Het is niet echt duidelijk wat de moraal is en wat de torren voor moeten stellen; hun koppen lijken wat op Duitse helmen maar ze hebben ook iets van zigeuners, vooral de danseres Termita wier door Ronnie ingezongen liedje (zie onder, op 19:53) eigenlijk het hoogtepunt van de film is. (Sylvia’s Oma Tor-stemmetje is een soort voorloper van de oma uit De Familie Knots.)

Het jaar daarop zou Wat Zien Ik? de grote doorbraak betekenen voor Ronnie en Sylvia, maar terwijl Sylvia een soort professionele BN’er werd hield Ronnie zich ver van publiciteit en bekendheid. Zoals zoveel goeie vrienden van Sylvia stierf ze veel te jong, in 1984 op 45-jarige leeftijd. Hier nog even Ronnie in Music Hall in 1963, jong, mooi en sassy: