
Ter afsluiting van het eerste DeLeurean-jaar hebben we een mooie scoop voor u. Fake news? Alternative facts? Daar draaide Sylvia, in 1974 al, haar hand niet voor om! (Of juist wel, zoals zal blijken.) “SYLVIA DOOPTE ANS” kopte de Telegraaf op de voorpagina. Een expositie van haar vriendin (schilderes/tekenaar/schrijfster) Ans Wortel openend, zwaaide Syl in het vuur van haar betoog met een glas wijn en bevlekte zodoende een kostbare Wortel-gouache. Consternatie, tranen, etc. Onder de 72-punts krantenkop een foto van de twee vriendinnen die er zo te zien alweer om konden lachen. Maar het verhaal heeft een staartje: 45 jaar later kreeg uw blogger van plaatsgenoot en facebookvriend Ko Boos, ex-journalist, tegenwoordig “seriewoordenaar”, te horen dat het hele incident in scene was gezet!

Boos was in 1974 free-lance reporter en had een relatie met Ans achter de rug. Hij zou een artikel over de expo schrijven, maar dat zou op maandag verschijnen en dus verzuipen tussen het sportgeweld. Om niet met een postzegelformaat stukje achterin terecht te komen moest er wat verzonnen worden. Hier Ko Boos zelf:
“De vernissage was op ‘n zondag. Ik was toen ‘n nijvere freelancer en onder meer correspondent van De Telegraaf. Omdat Sylvia de Leur de opening zou verrichten moest er maandag ‘n stukkie in de krant. Die luie flikkers van de kunstredactie schoven zo’n weekendklussie door naar ‘n huurling. Ik. Gòtfer! De maandageditie was één sport, ál sport. Dus zo’n nieuwtje over ‘n penseelgekkie beloofde te worden weggefrommeld als ‘n eenkolommertje ergens achterin. Een dag werk voor ‘n jodenfooi.
Die zondag was ik ruim op tijd aanwezig en trad in overleg met Ans en Sylvia. De schilderes vroeg ik of ze een gouache had die ze kon missen. Die werd met ‘n rotgang uit het atelier Kranenburgh gehaald en kreeg een prominente plaats tegen de expositiewand. Met haar van De Leur nam ik een opzetje door. De gearriveerde fotograaf zei ik z’n toestel op motordrive te zetten.
Opening. De actrice hield, staande voor de wand met de wegwerpgouache, een cabaretesk toespraakje. Glas rode wijn losjes in de hand. ‘En dan verklaar ik’, klaterde ze op z’n Sylvia de Leurs, ‘de expositie NÚ voor geopend!’ Dat NÚ was het sein voor de fotograaf. Want met een theatraal, gracieus gebaar zwierde de actrice haar arm met de hand die dat glas omvatte hoog in het zwerk. Doorschietend tot achter heur hoofd. Een straal dieprode wijn lanceerde zich door de galerie en plensde tegen de gouache.
Consternatie van jewelste.
De Leur barstte in tranen uit. Daar was ze actrice voor. De kunstenares wreef met ‘n sjaal, afgegrist van een der aanwezigen, de rooddruipende vlek op haar kunstwerk kippedriftig wat groter. Daarna troostte ze de nòg luider wenende dramatrice: ‘Kùt, meid! Stil nou maar. Als je ‘n ander was geweest had je al buiten gelegen’.”

Fake nieuws dus, maar wel fake nieuws op de voorpagina over vier kolommen. Verbijsterd als ik was om dit verhaal te horen en nog wel uit de mond van iemand die ik ken, heb ik Ko nog wat vraagjes gesteld waarop hij op zeer royale wijze antwoord gaf (waarvoor dank!):
Kende je Sylvia zelf persoonlijk?
Sylvia behoorde niet tot mijn inner circle, ze maakte wel deel uit van de wat rommelige Rolodex van Ans. Meiden van enige arty-statuur kwamen elkaar in die jaren tegen op podia of achter de meest onverdachte coulissen, en raakten allengs redelijk ‘bruikbaar bevriend’.
Met Ans, daarentegen, was ik een reeks van jaren hecht. Wanneer ik heur in Huis Kranenburgh te Bergen bezocht bracht ik, zomer of winter, een ijstaart mede. Dat was traditie geworden. Er werd tot in de kleine uren gezopen, dus meestal bleef ik voor ‘n nachie. Kommakkelek. Ze beschikte over een in de vloer verzonken, kamerbreed bed waar je zo in kon wandelen.
We onderhielden een handgeschreven correspondentie van knetterende letteren. Haar brieven ben ik kwijt; of de mijne tussen heur bescheiden zijn aangetroffen nadat ze in december ‘96 op eindreis ging weet ik niet. Beter van niet.
Voordat ze Kranenburgh betrok woonde ze in ‘n allerakeligst klein, bedompt, raamloos kamertje te Alkmaar. Dat meed ze zo veel mogelijk; de avonden en nachten vonden haar terug in een plaatselijke nachtclub. Daar ontmoette ik haar dan ook voor de eerste maal. Haar gouaches vertolkten toen haar omstandigheden: ze hadden geen ruimte, geen horizon. Dat veranderde op slàg toen ze in 1969 Kranenburgh betrok.
Ze raakte wat ruimer in de slappe was en had een autootje gekocht. Na een doorwaakte nacht kreeg ze het in haar kop om even schoenen te gaan kopen. In Parijs. Haar zus ging mede omdat ze dat van Ans moest. Gàs! Op de terugweg reed ze in België fullspeed tegen ‘n hoop kasseien op die daar op de heenweg nog niet gelegen had. Kop in elkaar, onder andere. Ze verliet het hospitaal met een link oog. Dat traande sindsdien.
Vandaar de latere gouaches met tranende hoofden.
Ans Wortel was behalve schilderes ook schrijfster, en sommige (ellenlange) titels van haar werken zijn even prachtig als het schilderwerk zelf. Hebben jullie wel eens samengewerkt, bijv aan die titels?
Over de teksten onder haar werk hebben we inderdaad wel gefilosofeerd. Met name tijdens de laatste Kranenburgh-jaren werden ze kwaaiïg, cynisch van toonzetting. Het wilde beest dat in haar hurkte is nooit getemd.
Was Sylvia makkelijk over te halen tot de wijn-act? Er zijn vrouwen voor minder gebrandmerkt als drankorgels in de NL entertainmentbizz…
Dat geintje met Sylvia tijdens die vernissage: daar had De Leur geen enkele moeite mee. Integendeel: ze zag er de mercantiel-kunstzinnige bedoeling wel van in. En ze kweet zich bewonderenswaardig levensecht van die act, tot en met de tranen.