Olé!

Van Sylvia is op één of andere manier in ons collectieve geheugen blijven hangen dat ze constant spelprogramma’s, quizzen, reclames en kluchten deed. Okee, die spelletjes en quizzen, dat klopt misschien, maar kluchten? Misschien twee of drie. Okee, vier of vijf. Eén van de eerste was in ieder geval De Spaanse Vlieg, in 1973 live opgevoerd voor de Vara-TV die het gat moest zien op te vullen dat achtergelaten was door Eén Van De Acht. In de kritieken werd het stuk ofwel opgehemeld óf finaal de grond in geboord, en als je het ziet snap je waarom. Bij het fenomeen klucht geldt: je moet je er willoos aan overgeven, anders wordt het niks. Zoiets als paintball, of grindcore. (Dat de klucht niet als een minderwaardig genre gezien werd blijkt trouwens uit de aanwezigheid van Grande Dame van het toneel Ank van der Moer.) Minstens zo belangrijk als het stuk op zich is de mimiek en het geschmier van de spelerssters, en dat hadden ze hier goed begrepen; in de laatste akte, waarin Sylvia (als de na 25 jaar teruggekeerde femme fatale, de Spaanse Vlieg) onder luid applaus ten tonele wordt opgevoerd, wordt bijna aan één stuk door hysterisch geschreeuwd, gelachen, gevochten en gedanst; dompel jezelf er in onder of je bent reddeloos verloren.

Sylvia en Ank van der Moer (mooi stel: de eerste ooit die “neuken” op het toneel zei, samen met de eerste die “lul” op het toneel zei!)
En daar is Allard van der Scheer weer…
…en Henk Molenberg
Jules Hamel, gewelddadige pooier van Sylvia in Wat Zien Ik, speelt hier haar lulletje rozenwater-zoon.

Past, present, future

Sylvia en volkszanger Maup Mokum!

De kritieken waren niet mals na de eerste uitzending in 1968: Nationaal Allerlei was flauw. En tekstschrijver Herman Pieter de Boer was nog wel helemaal naar Engeland gegaan om inspiratie op te doen bij The Frost Report etc, tevergeefs zoals bleek. Enige lichtpuntje is de steeds terugkerende (zo te zien geimproviseerde) monoloog van een levensmoede Rijk de Gooyer. Sylvia zien we o.a. in een sketch waarin ze een dubbeltje zoekt in haar tasje en er een onophoudelijke berg spullen een Gerard Reve-opsomming waardig uit vist en op tafel deponeert. Mooi vanwege de links naar d’r verleden en toekomst: we zien Ik Jan Cremer langskomen (de originele, maar ook deel 2 en 3), het boek dat nog maar een paar jaar eerder in een Lurelei-sketch figureerde die ze op opschorting van hun tv-show door de Vara kwam te staan, en medespeler Allard van der Scheer zou een paar jaar later billenkoek van d’r krijgen in Wat Zien Ik? O ja, en vanwege d’r leuke petje. En dan zou ik de Ko van Dijk-limonade bijna vergeten.