
Première Wat Zien Ik?, 1971. Gegapt van Pinterest waarop ene Michael een enorme schat aan WZI- en andere films-gerelateerde plaatjes heeft gepind.
Heen, terug, opzij in de tijd met Sylvia

Première Wat Zien Ik?, 1971. Gegapt van Pinterest waarop ene Michael een enorme schat aan WZI- en andere films-gerelateerde plaatjes heeft gepind.

Sylvia was de eerste ooit die op het Nederlandse toneel het woord NEUKEN zei. Het was 1964, in een Lureleinummer waarin ze uit Ik Jan Cremer voorlas (het Lureleiprogramma in kwestie heette in navolging van die “onverbiddelijke bestseller” Wij Lurelei).
“Begin jaren zestig was het nog pornografie, ik zag er huizenhoog tegenop. ‘Doe’k niet, jongens’, zei ik tegen Eric Herfst en Guus Vleugel. Die twee boetseerden me er toch naartoe: neuken, neuken! En dan stonden ze achter in de zaal op te letten of ik het wel duidelijk uitsprak en of het wel luid genoeg was, want ik had de neiging om het een beetje binnensmonds te zeggen.”
Sylvia was dus medeschuldig aan die hele sexuele revolutie waardoor binnen een paar jaar “sex mag niet!” veranderde in “seks (met kaa es) MOET, altijd, overal en met iedereen!” Maar om met Herman Finkers te spreken: altijd sex? Je wilt ook wel eens een hapje eet’n. Het zou dan ook niet lang duren voordat deze nieuwe seksuweele moraal op de hak werd genomen. Door Sylvia! In de film Daniël, één van haar drie films uit 1971 die haar filmster-voor-1-jaar maakten.

“Sylvia speelt weer het gekke vrouwtje”, aldus een krant uit die tijd. Ze hebben het mis, Sylvia is juist één van de weinige (min of meer) normale figuren in deze kluchtige film waarin zowel de vrijgevochten sex-geobsedeerde ouders van hoofdpersoon Daniël als de gereformeerde boeren waar hij z’n toevlucht zoekt karikaturen zijn. Sylvia speelt Ida, een alleenstaande ex-stadshippie die in het boerendorp met de nek wordt aangekeken en voor hoer uitgemaakt, al houdt ze zich vnl bezig met schilderen en blowen. Als Daniël bij Ida langsgaat worden ze afgeluisterd door Daniel’s ouders die hopen dat hij het eindelijk “gaat doen”; Daniël en Ida consumeren alleen een joint en liggen stoned wat met de benen te trappelen waarop vader en moeder elkaar in triomf hi-fiven en uitroepen “Wat is seks met kaa es toch prachtig!”




Ik ben gek op de Wat Zien Ik-filmmuziek. Hierboven de door mijzelf geripte soundtrack-LP, beetje krakerig maar komt uit een goed hart. De liedjes/stukjes zijn getiteld naar de scenes waar ze in voorkomen, bijv: “Eerste klant komt aan op Schiphol en gaat per taxi naar Greet”, “Nel wordt aangekleed en gaat aan het werk met Greet”, “Piet en Greet liggen in bed te roken” etc. (maar de LP houdt gek genoeg weer niet de volgorde van de film aan!) De muziek past precies bij de film, half zoet, half olala, half kinderlijk (ja dat is anderhalf, weet ik). Het centrale themaatje is bovendien supercatchy en een eersteklas oorwurm. Maar die componist, Julius Steffaro? Een Italiaan? Nooit van gehoord dus maar es aan het googlen. Hij lijkt niet veel gedaan te hebben: deze film, de tune van Floris (ook Verhoeven) en een arrangement hier en daar. Maar dan blijkt dat onze Julius eigenlijk een Nederlander is genaamd Jan Stoeckart (1927-2017), en gaan de sluizen open. Stoeckart ging in de jaren ’50 werken voor het Engelse label De Wolfe, dat zich specialiseerde in zg. Library Music: anonieme achtergrondmuziek die niet in de winkels, maar aan radio/tv-stations etc verkocht werd. Voor dat label schijnt hij zo’n 1200 composities te hebben geschreven en opgenomen.

Library Music is sinds een jaar of wat een soort cult geworden onder platenverzamelaars, deels omdat er soms bekende artiesten onder schuilnaam platen voor maakten (bijv Pretty Things als Electric Banana!), maar ook omdat het net lijkt alsof je in een parallel muziekuniversum terechtkomt, met prachtige low-budget (af en toe beetje punkachtige) hoezen en volkomen onbekende namen, merendeels dus pseudoniemen van Jan Stoeckart zoals Julius Steffaro (natuurlijk), Willy Faust, Peter Milray en vooral Jack Trombey. Hij is de bekendste onbekende Nederlandse componist ooit.

Een Engels gezelschap dat grif gebruik maakte van library music was Monty Python. Zo’n beetje alle muziek in hun tv-serie maar ook in de films is van De Wolfe-platen geplukt. De muziek achter Blackmail, het klaroengeschalmuziekje in Holy Grail, talloze andere sketches, allemaal het werk van onze Jan! Of Julius. Of Jack.

Tja, wat te zeggen over Wat Zien Ik? De film die Sylvia in 1 klap van tv/theaterartiest tot filmster bombardeerde, kortstondig zoals later bleek. Het is geen goeie film, hij laveert tussen slapstick en serieus, de dialogen zijn krukkig maar dankzij het goeie camerawerk van Jan de Bont, de Amsterdamse scenery en enkele hele goeie acteurs/trices die er het beste van proberen te maken is hij toch zeer het bekijken waard. Enkele scenes zijn zelfs iconisch te noemen: de billenkoek uitdelende schooljuffen, de kippenveren-scene etc. Mijn favoriete scene is die waarin Sylvia de tafel dekt voor d’r “vlekkenman”, en even twijfelt hoe ze het bestek neer moet leggen. (Volgens mij een door haarzelf ingebracht grapje, het doet me iig denken aan een Lureleiliedje waarbij ze aan de verkeerde kant naar haar hart grijpt.)

Sylvia speelt de tegenhanger van de harde, zakelijke Blonde Greet (de roodharige (!) Ronnie Bierman), “haar van boven”, die eigenlijk te soft is voor het hoerenvak. Dat zij nog het meest geloofwaardige aan de hele film is komt misschien doordat ze in het echt ook te soft/ te lief en te weinig ambitieus was voor het artiestenvak; haar filmcarriere eindigde even plots als ze begon, met nog een herhalingsoefeningetje als “Fellini-hoer” (zoals ze het zelf noemde) in De Inbreker en daarna een hele tijd niks.