Spot de Sylvia

Het grappige aan het speuren naar oude filmpjes van/met Sylvia is dat, net als je denkt dat ze er niet in zit, ze opeens – kiekeboe! – van achter een krant of van onder een masker tevoorschijn komt. Dit filmpje van Rita Corita’s Carnaval (wsch oudste Sylviafilmpje op youtube) komt uit AVRO’s Music Hall (zie ook een glimp van Rijk de Gooijer). Het is geplaybackt, wat in die tijd niet gebruikelijk was, maar vanwege een muzikantenstaking kwam er in deze uitzending geen livemuziek voor (op een pianist na “die anoniem wenst te blijven” volgens de kranten van 1963!). Ik neem aan dat Sylvia een hekel aan maskers had, gezien haar eerste scene in Wat Zien Ik?:

De maskers in het filmpje (ook uit de winkel van Sacco van der Made?) doen dan ook eerder luguber dan feestelijk aan alsjehetmijvraagt. Wat ook opvalt: de muziek is meer geënt op het Braziliaanse carnaval dan later NL hoempastampwerk als Bloemetjesgordijn, Wat Heb Je Gedaan Daan of Sylvia’s eigen Daar Heb Je Haar Weer.

Aart & the Gisolfs

Sylvia vertelt in haar boek hoe ze als klein meisje het viooltje dat ze van haar vader (violist/ bandleider Tonny de Leur) kreeg, stiekem stuksloeg en de brokstukken verstopte. Één de godganse dag toonladders oefenend muzikant in huis vond ze wel genoeg. Toch leerde ze zichzelf een paar jaar later in haar acrobatentijd een beetje altsax spelen, als onderdeel van de act. Ik vraag me af of ze ooit wel eens samen met haar man, jazzmuzikant en latere TV-dokter Aart Gisolf, thuis een potje jazz heeft staan jammen. Aart speelde behalve saxofoon ook fluit, basklarinet en contrabas, hij kwam uit een muzikaal nest (“Als je bij ons thuis maar twee instrumenten speelde gold je eigenlijk als onmuzikaal”) en werd in 1960 door een piepjonge Paul Verhoeven gevraagd om de muziek te verzorgen voor zijn eerste film Één Hagedis Teveel. Er was één catch: het moest binnen drie dagen af zijn.
“Toen ik de technische mogelijkheden eens bekeken had, dacht ik plotseling dat ik eigenlijk best zelf alles na elkaar kon opnemen.” En zo geschiedde, en werd Één Hagedis Teveel de eerste in NL door één muzikant overdubbenderwijs opgenomen soundtrack ooit.

(Ja, ik weet dat je die gele marker bij Delpher ook uit kan zetten ;))

“Daar stond ik dan bij de eerste opname, bibberend van de zenuwen in de kale lege studio. De twee technici zaten met cynische gezichten te wachten op wat er komen zou. Nu, ik kan je wel zeggen, het ging volkomen de mist in. Het was een complete nachtmerrie. Het was erger dan mijn kandidaats. Zo ging het de hele morgen door. En toen lukte het plotseling. Na de lunch ging het opeens. Toen ik mijn laatste instrument weglegde en opkeek naar de geluidskamer zag ik daar twee stomverbaasde gezichten. Ze zaten daar allebei met opgestoken duimen naar me te zwaaien.” (Telegraaf, 1960)

Het resultaat mag er inderdaad wezen. Cool en minimalistisch, helemaal in de nouvelle vague-stijl van de film, doet de muziek een beetje denken aan Art Blakey’s Des Femmes Disparaissent (toevallig grote favoriet in huize DeLeurean). De film zelf is ook mooi, met glansrol voor Hermine Menalda die het bij deze ene film liet. De complete cast bestond dan ook uit Leidse studenten; Sylvia komt er niet in voor, die is nooit student geweest. Ja, aan de School of Hard Knocks.

Gastegelpijn

Sylvia Dietrich!

Met veel moeite probeerde ik de tekst van het Lurelei-nummer Afscheid Van De Artiesten te verstaan, maar ik kwam niet ver. Blijkt dat de hele tekst, inclusief de gesproken stukken, uit een soort verhaspeld onzintaaltje bestaat! “Een parodie op de revues uit die tijd. Daar had je ook altijd finales waar je niks van verstond,” aldus choreograaf Johan Verdoner.

Waar is m’n hart?

Het eerste couplet uit Sylvia d’r Zeemans Annie-solo:

Er zijn nog zoveel bissen in de ragevuurt
Waarom moest ik et juist zijn
Ik heb nog benig veren over zee getuurd
En dat maakt de gastegelpijn

Wat (helaashelaashelaas) opvalt is dat Sylvia eigenlijk een heel mooi en expressief stemgeluid heeft, maar zodra ze de hogere regionen in moet overschakelt op een onzeker kopstemmetje. Andere liedjes zoals Daar Heb Je Haar Weer, poging tot carnavalshit van jaaaaren later, lijden aan hetzelfde euvel. Ze vond zichzelf geen goeie zangeres en heeft het zingen later zo goed als opgegeven. Jammer want het zat er wel in. Dat maakt de gastegelpijn.

Bonkig stippelsteenslag

Ker… stengel, De Wonderlijke Wereld van Drs. P, 1970

Toen Leen Jongewaard in 1964 tot Lurelei toetrad hadden ze een mooi lied voor ‘m klaarliggen, vers van de pen van Heinz Polzer. Botanisch Twistgesprek is voor zover ik weet één van de weinige liedjes die Polzer/ Drs. P. zelf nooit heeft opgenomen; wsch had hij het geschreven om met sadistisch genoegen anderen peentjes te zien zweten. Er komen 110 (!) obscure plantennamen in voor als bonkig stippelsteenslag, stijve ogentroost, moffenpijp etc etc, die Leen in razend tempo moest zingen onderwijl een tango dansend met Sylvia de Leur. “Leen dacht dat hij gek werd. Ik zag altijd de paniek in z’n ogen als hij bezig was,” aldus Sylvia, die het zelf dit keer makkelijk had: haar tuinwens bestaat alleen uit een “tuinkabouter met een mandje op z’n rug”, aan het eind van elk couplet gaandeweg steeds hysterischer gezongen. Iemand heeft op internet alle plantennamen uit het lied herleid (en u dacht dat ik de enige monomane gek was), zie hier: http://www.benvanvlierden.nl/Botanie/Botanie.html

Voor meer (o.a. foto’s!) zie ook onze post De Verluren Lorelei

Vies!

Bijna 10 jaar vóór Wat Zien Ik? was Sylvia al samen met Ronnie Bierman te zien in het AVRO-programma Music Hall. Sketches werden afgewisseld met de amusementsmuziek van die tijd; dat in 1963 de echte sixties nog moesten beginnen bleek uit de verschrikte reakties op een optreden van de band van (ex-Shadow) Jet Harris, die door het AVRO-publiek maar vies en vuig werd bevonden. Amusement en rock & roll lagen nog mijlenver van elkaar. Maar één van de mede-medewerkers aan Music Hall, Aart Brouwer (ook in bovenstaand filmpje te zien), deed in 1963 een profetische poging de twee werelden samen te brengen. Zijn single Hé Pssst… gekoppeld aan Vies!, loopt zowel op de melige provo-beat van Het (Kejje Nagaan) als op de absurdistische Wim T. Schippersliedjes van de jaren ’70 vooruit. Vuige rock & roll met als begeleidingsband Johnny & the Cellar Rockers, featuring een piepjonge Jan Akkerman (ja, die van de latere hit Sylvia).

Dankoewel!

“Dat liedje heeft me jaren achtervolgd. Ik wilde ’t niet meer doen, maar ik moest ’t steeds weer doen. Maar nu is het uitgepoept. Ze vragen er nog wel naar, maar dan doe ik alsof ik ’t niet meer ken.”

Sylvia werd in Silezie geboren en kwam na veel omzwervingen als 15-jarige in het pas bevrijde Nederland terecht. Ze kende Pools, Duits, Tsjechisch en een beetje Russisch, maar geen Nederlands. Na 15 jaar had ze zichzelf accentloos Nederlands geleerd, om bij haar eerste plaatopname het volgende intro in te moeten spreken: “Dames ien heerden, thans zieng iek voor oe… Sto Mpazari!”

Het van oorsprong Griekse dierengeluidenkinderliedje (eigenlijk To Kokoraki genaamd) was door Jaap van de Merwe aangetroffen op een plaat van het Engelse duo Flanders & Swann; Sylvia zou het in de Van de Merwe-show En ik… zei de gek opvoeren, later weer bij Lurelei, en nog later bij haar blauwe maandag Wim Kan (mopperkont Kan, die weinig leuks over haar te zeggen heeft in z’n dagboeken, noteert ergens morrend “Grieks liedje groot succes.”) Het zou een albatros om haar nek worden (al zit er geen albatros in het liedje… geloof ik) en ze wilde er later niks meer van weten.

De Flanders & Swann-versie is erg snel en frantic op een typisch Engelse manier; Sylvia doet het langzamer aan, wat het juist extra grappig maakt; als de dochter van een Griekse restaurantuitbater die tussen de schuif… eh, klapdeuren een liedje ten gehore mag brengen. Haar vocale acrobatiek doet hier een beetje denken aan de geniale Engelse comedienne/stemvirtuoos Jane Horrocks.

Adopteer Een Artiest

Het collectieve geheugen is een raar, wreed ding. Iemand doet iets, wordt beroemd, wordt oud, gaat dood en wat blijft er vervolgens hangen? Einstein was 30 toen hij z’n theorie opschreef, maar hij staat in het collectieve netvlies gegrift als oude grijsaard. Bonnie St. Claire, ooit een fantastisch zangeres, staat nu bekend als verlopen drankorgel. En wat wist ik van bijv. Sylvia de Leur toen ze in 2006 overleed? Dat ze in kluchten, quizzen en sterreclames zat. Gelukkig werd er in datzelfde jaar iets uitgevonden waardoor we opeens – om met de schrijver Kurt Vonnegut te spreken – unstuck in time kwamen: Youtube maakte het mogelijk om naar elk gewenst moment in de tijd te reizen. Rond die tijd ontsloten zich bovendien allerlei krantenarchieven waardoor het hele internet een gigantische DeLeurean werd. Sylvia de Leur heeft het net niet meer meegemaakt, Kurt Vonnegut ook niet.
(Wat Vonnegut en Sylvia de Leur trouwens ook gemeen hebben is dat ze beiden het bombardement op Dresden overleefden; Kurt zat in een ondergronds slachthuis, Sylvia in een overvolle trein die in een tunnel stil was blijven staan.)
Op internet begon ik een soort gevecht tegen de tijd. Eindeloos kon ik kijken naar oude home movies, reclames en tv-programma’s. Van lang verscheiden beroemdheden speurde ik naar foto’s waarop ze nog jong en vol je-kan-me-wat attitude de lens in keken. M’n eerste kennismaking met een jonge Sylvia was een schok: wie is die pocketformaat peroxideblonde verschijning? En waarom lijkt ze zo… on-Nederlands? Grappiger, beweeglijker, sexier en toch ook op een of andere manier ouder en wereldwijzer dan haar studentikoze knokige medespelerssters? Dit moest ik uitzoeken. Al snel ontdekte ik dat er niet één Sylvia de Leur is; ze deed en kon van alles maar had niet het ego en het management om zich als een produkt, een vedette a la Adele of Jasperina te lanceren. Ze was geen ster maar een trouper, die deed wat gedaan moest worden, constant aankwam en afviel en soms helemaal uit het zicht verdween als ze d’r gezin belangrijker vond, m.a.w. een echt mens, niet larger than life, wel altijd as large as life. (Dankzij haar kleine chubby postuur en karakteristieke gezicht werd ze bovendien nooit als een grote schoonheid beschouwd, ten onrechte zoals we zullen zien!) Ik weet niet heel veel van toneel, musicals of cabaret (nog niet tenminste), maar ik weet dit: Sylvia is een Bijna Vergeten Artiest, en in deze tijd waarin het verleden als een grote digitale warboel binnen handbereik ligt is het onze taak Bijna Vergeten Artiesten te adopteren, orde in de chaos te brengen, elk detail boven water te brengen, ons daarbij op de kleinste details focussend en die artiesten zo weer naar het heden te brengen. Vandaar dus.