Topless / Bottomless

Maandag 9 oktober 1967 werd er tv-geschiedenis geschreven: in het programma Hoepla was een blote Phil Bloom te zien. Hele land in shock naar verluidt, maar wat vonden wij op Delpher? Een aankondiging van de Hoepla-uitzending waarin het nakende optreden van Phil (en het halfnakende optreden van Soft Machine-drummer Robert Wyatt) al van tevoren werd bekendgemaakt! Licht gevalletje van hype dus misschien? Het knipsel leert ons ook dat op het andere net Sylvia de Leur te zien was in de Ria Valk-show; een keurig gekostumeerd nummer zoals je hieronder ziet; business as usual.

Toen in de jaren ’70 iederéén bloot moest heeft Syl de b(l)oot altijd afgehouden; “ik heb er het figuur niet voor” zei ze; wij denken dat ze gewoon te slim en te nuchter was om toe te geven aan de waan van de dag. Zelfs in de roemruchte Wat Zien Ik-kippenverenscène is ze keurig bedekt, in tegenstelling tot piepkuiken Ronny Bierman.

Sylvia en Ria Valk kenden elkaar al jaren, sterker nog, de carriere van Ria Valk begon in 1958 in ’t Uiltje van Kees Manders waar Sylvia toendertijd als danseres en slangenmens optrad; Ria won de aldaar gehouden Nederlandse Elvis-verkiezing!

Soft Machine-drummer Robert Wyatt zou na een val uit een raam van onderen verlamd raken en zich noodgedwongen op het zingen storten; zijn eerste plaat na het ongeluk noemde hij met veel gevoel voor zwarte humor Rock Bottom – Stenen Reet. Evenals Ria Valk deed Robert Wyatt met veel succes een Elvisnummer, maar dan van Elvis Costello, niet Presley: het hartverscheurende mooie Shipbuilding: (Robert werd gister trouwens 75, alsnoggefeliciteerd!)

Hippies op het Zandpad

Sylvia en Aart, Zandpad, begin jaren ’70 (let op de heerlijke rommelige jarenzeventigheid)

In de jaren ’70 kreeg Amsterdam te maken met een fikse leegloop. Landelijk was in, de grote stad was uit en bouwvallig en vies bovendien. De arbeiders werden weggelokt naar groeikernen als Purmerend en Hoorn, en artiesten (muzikanten, schrijvers, schilders etc) weken uit naar pittoreske huisjes in de Beemster of Broek in Waterland, of nog beter, het vlakbij het Gooi gelegen plassengebied onder de stad. Alle artiesten? Nee, veel toneelspelersters bleven in de vieze, oude stad, samen met de hippies, tasjesdieven en junks, om de simpele reden dat ze daar elke dag werkten. Sylvia de Leur had het het slimst bekeken; zij verhuisde rond 1970 naar een nieuw adres, midden in Amsterdam en toch soort van landelijk: het Zandpad. Een doodlopend pad dat half verscholen langs de “slurf” van het Vondelpark ligt, hoewel het Zandpad al op 17e eeuwse kaarten voorkomt en dus minstens twee eeuwen ouder is. Het is geen straat waar je toevallig doorheen fietst, dus was ik verrast toen ik zag wat voor mooie aparte on-Amsterdamse huizen er staan. Maar in welk van die huizen zouden Sylvia & gezin hebben gewoond?

Nummer 2c, de Orangerie? Eind 19e eeuw gebouwd.

Of nummer 3, het Tuinmanshuis? Ook mooi.

Nr. 3a in ieder geval niet, dat was een rouwcentrum.

Iets verscholen schuin achter 3a ligt nummer 4, het Tuinhuisje.

Prachtig! Maar valt natuurlijk ook af. Nummer 5, ooit Huishoudschool, vanaf de jaren ’70 jeugdherberg. Dan komt er wat nieuwbouw en helemaal aan het eind, bijna bij de Vondelbrug, zien we…

Nummer 7. Laatst nog voor 4,5 miljoen te koop gezet. Nah, veel te groot en te duur, toch? Hoewel, in de jaren ’70 en nog in niet gerenoveerde staat…

Laten we er een krantenartikel uit 1973 bijhalen met een mooie beschrijving van het huis en het pad: “Het bijna onvindbare, hobbelige, smalle keienpad wordt van het park gescheiden door een hek. Aan de andere kant van het pad ziet de wandelaar rouwkamers, verveloze garagedeuren, verzakte duistere panden, zodat je denkt: waar kom ik in vredesnaam terecht? Tenslotte helemaal aan het eind, een tikje inspringend een juweel van een huis, begroeid met klimplanten en barstensvol romantiek. Van de zomer zaten gemoedelijke hippies op de ouderwetse witgeverfde bank in haar voortuin.” Helemaal aan het eind? Dan vallen orangerie, tuinmanshuis en tuinhuis dus af. Zou het dan toch het herenhuis op nummer 7 zijn? Zelfs op de foto anno nu staat er een wit bankje voor. En precies tussen het youth hostel (nu StayOkay) en de bunker onder de Vondelbrug gelegen moet het er in die tijd hebben gekrioeld van de hippies. In 1971 was er flink wat werk van gemaakt om ze van de Dam naar het Vondelpark te krijgen, waar men glansrijk in slaagde, iets té goed zelfs, en met medeneming van de bijbehorende dealers en andere criminelen. Ik vraag me af hoe lang Syl die hippies nog gemoedelijk op die bank heeft laten zitten…

Hippies bij de Vondelbunker, uiterst rechts glimp van Zandpad 7

P. S. Ik had Peter v. A., zelf markant Amsterdammert en groeide in de buurt op, gevraagd of hij me iets kon vertellen over Sylvia en het Zandpad: “Zoon Marino zat bij mijn beste vriend op school en in het Vondelpark demonstreerde hij zijn kunsten op het gebied van messenwerpen, wat hij aardig beheerste. Sylvia heb ik ook een paar keer gezien, ze was in werkelijkheid veel mooier dan op televisie, het was echt een beauty.” Bedankt Peter!

Onze Kleine Neurotica

Voor u opgesnord: programmaboekje van O. K. & W., eerste Lureleiprogramma waar Sylvia aan meedee, negentienzestig en twee. Eerst was ik licht teleurgesteld toen ik de koffievlekken zag, maar toen bedacht ik me: dit is échte Lurelei-koffie, zoniet gezet, dan in ieder geval ingeschonken en geserveerd door een in de pauzes bardienst draaiende Sylvia of Janine in eigen persoon! (Of Silvia en Jeanine, zoals het boekje zegt.) Naast bekende hits als Sto Mpazari en het zeemanslied-in-space Astronautenleed zien we de titel Jij Bent Neurotisch; dit was één van Sylvia’s vroege successen en één van de weinige Lurelei-nummers waar geen enkel spoor meer van terug te vinden is, zelfs de tekst niet, terwijl recensies dit lied in het bijzonder bejubelden:

“Silvia (alweer met i!) de Leur veroverde op slag de zaal in “Sto Mpazari” en “Jij Bent Neurotisch”, waarin zij de onder haar sexegenoten voorkomende hysterica belachelijk maakte.” (Rotterdamsch Nieuwsblad, 1963) “Silvia de Leur spreidde al haar talenten uit in het ‘neurotische meisje'” (De Tijd/ Maasbode) (aha, de ik-figuur in Jij Bent Neurotisch is dus zélf neurotisch)

Nu, met het boekje onder de neus, zien we waarom dit lied verdwenen is: het was geen oorspronkelijk Lureleilied maar een cover, van ene “George” Kreisler. Google leert ons dat Georg Kreisler (driemaal fout gespeld is scheepsrecht) een Oostenrijks-Amerikaanse componist was die vooral in de jaren ’50 succes oogstte met scherpe, komische Tom Lehrer-achtige liedjes. Wat heet Tom Lehrer-achtig, hij schijnt een aantal Lehrerliedjes te hebben “geleend” en in het Duits vertaald zonder vermelding van de originele maker: het fameuze Poisoning Pigeons In The Park werd bij hem Taubenvergiften, en I Hold Your Hand In Mine is bij hem Die Hand. Even gecheckt of Lehrer soms ook You’re Neurotic op zijn naam heeft staan, maar nee, Du Bist Neurotisch lijkt echt door Kreisler zelf geschreven.

Veel zeldzamer dan Jij Bent Neurotisch heb je ze niet…

De door hem zelf gezongen versie is een beetje vlak, maar er is ook een vrouwelijke versie die in de buurt moet komen van hoe de Nederlandse Sylvia-versie klonk:

Vooral het snelle hysterische middenstuk doet je denken: ja, echt een lied voor Sylvia, jammer dat er niks van bewaard is gebleven. Het schijnt dat Aart Gisolf veel opnames maakte vanuit het publiek, in ieder geval van Botanisch Twistgesprek dat op youtube te vinden is; het is te hopen dat er ooit meer boven water komt.

Aan het eind van het lied komt de clou: “Du bist neurotisch, und ich bin psychopathisch/ Das ist sehr demokratisch/ Denn unsre Liebe ist psychosomatisch – Und bei Verliebten nennt man das normal – Ganz normal”. In haar boek I.M. laat Connie Palmen Ischa Meijer (een oude bekende van Sylvia, zoals we al zagen) het volgende zeggen: “Ik ben neurotisch, jij bent neurotisch, maar wij hebben geen neurotische verhouding.” Ook (onbewust) geleend?

(Hier nog ff Sylvia zonder koffievlek)

Cherubijnig

Sylvia/Betty en vader
Sylvia/Betty en kater

Het is moeilijk uit te leggen waarom wij DeLeureanerts iets met Sylvia hebben. Wat maakt haar bijzonder? Columnist/dichter/mede-Sylviafan Kees Stip stipte in 1972 iets ervan aan toen hij schreef: “Ik heb het gewoon niet meer, sinds ik Sylvia de Leur en Lex Goudsmit wodka heb zien drinken in Mijn Tante Victoria. (Nvdr: Sylvia speelde nicht Betty, Lex de oude Rus Iwan Koerowski.) Het cherubijnige schepseltje hulde de Russische weemoed in een wolk van licht waarop je dagenlang kunt voortzweven.” Cherubijnig, mooi woord! Soort combinatie van cherubijn en venijnig. Een cherubijntje dat onverwachts uit de hoek komt, bijv als eerste op het NL toneel “neuken” zegt, of een hoer op leeftijd speelt, of zich bezat aan de wodka. (Ff aangenomen dat Kees Stip Sylvia bedoelde en niet Lex Goudsmit!) Helaas kunnen wij niet naast Kees plaatsnemen op die wolk van licht; alle zeven delen van de serie Mijn Tante Victoria zijn gewist, het enige wat ons rest zijn een paar fletse krantenfoto’s. Geen wodka, wel de kater. En Sylvia d’r (dubbel-)rol was haar nog wel special op het lijf geschreven door Jan Staal. Gelukkig heeft DeLeurean nu foto’s van goeie kwaliteit van MTV (Mijn Tante Victoria, dus) opgesnord, geschoten door Ernst Nieuwenhuis. Het gekke is dat Sylvia en Lex er heel anders uitzien dan op de bekende foto’s van de serie: hier zijn ze in jaren ’20-stijl, en bovendien poseren ipv acteren ze. Een flashback naar de jonge tante Victoria? (De oude werd door Mary Dresselhuys gespeeld.) Maakt niet uit, het zijn leuke foto’s.

Piepkuiken 2

Het meisje zonder botten

Een goeie manier om aan nooit eerder vertoonde (of in dit geval: 1x ooit eerder vertoonde) historische Sylvia-foto’s te komen is de intro’s van tv-programma’s waar ze te gast was op te zoeken. In de inleiding van Om met Ischa te spreken (1974) komen een paar mooie oude kiekjes langs, zoals die hierboven van Slangenmens Sylvia, al eens een paar keer in de krant afgedrukt maar hier betere kwaliteit. En behoorlijk flabbergasted was ik bij het zien van de volgende twee plaatjes…

Sylvia op d’r Tsjechische artiestenpas en als goochelaarsassistente, beide rond 1947. De goochelaar heette Lev Blaha, hij was 20 (al lijkt hij ouder) en Sylvia was heimelijk verliefd op ‘m. Lev zou later net als Syl naar het westen verhuizen en in Duitsland redelijk bekend worden.

In Astrid Joosten’s Show van je leven (1996) zien we ook een mooie selectie, helaas met een afschuwelijk fisheye-effect er overheen gegooid (tja, de jaren ’90), dat ik in Photoshop heb getracht te ont-fisheyen.

Als Volendammertje, jaaaaren vóór De Witte Piet; een glamourfoto uit de jaren ’50, zo te zien van Godfried de Groot; en… heeft Syl hier een grap uitgehaald met de redaktie van het programma? Dit is duidelijk niet Sylvia, maar een foto uit Hé Kijk Mij Nou die de jonge Caroline Duwaard voorstelt (de “oude” werd wel door haar gespeeld).

Rififi in de Staats

Ik hou van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, het is m’n tweede thuis want m’n vriendin woont er. Ooit verkrot punkers- en krakersbolwerk, nu ondanks gedeeltes nieuwbouw nog altijd sfeervol en (nog) niet helemaal veryuppie/-hipster/-airbnb’d. Afgelopen zaterdag, in de Staatsliedenbuurt natuurlijk, de Staats-docu Waar de Ratten Koning Zijn van Barbara den Uyl gezien, waarin weer eens duidelijk werd dat nog niet lang geleden naast figuurlijke ratten ook echte ratten vrij spel hadden in A’dam; het stikte van de ruïnes, krotten en afbraakwoningen. De makers van de crimi-film Rififi In Amsterdam maakten in 1962 dankbaar gebruik van deze algehele brokkeligheid, er komt een hoop mooie ruïneporno in langs. Sylvia heeft hier haar eerste filmrolletje, ze is de verloofde van inspecteur Geesink (gespeeld door Anton!). Plaats van handeling is de Kemperstraat, Bas (of Bosch) Kemperstraat zoals Anton G zegt, maar die bestaat niet, wel de Joan Melchior Kemperstraat. In de Staatsliedenbuurt! Voer de straat in op Google Streetview en je komt patsboem precies voor het goeie huis te staan, nummer 82, bijna niks veranderd, waar boef-met-een-gouden-hart Maxim Hamel (broer van Jules/Sjaak, Sylvia d’r pooier in Wat Zien Ik?) zich verschuilt. (Het huis aan de overkant, waar Sylvia en Anton zitten, is ondertussen wel gesloopt en vervangen door nieuwbouw.) Hier de adembenemende scène met Anton en Sylvia:

Het artiestenbestaan was (nog) geen vetpot voor Sylvia; het broekpak dat ze hier draagt zien we ruim een jaar later weer terug op de hoes van de eerste Lurelei-plaat (maar ’t staat haar erg leuk, dat wel). Er is geen groot acteur aan Anton Geesink verloren gegaan, al speelde hij drie jaar later nog eens Samson (de man, niet de hond) in de Italiaanse film Gideon & Samson. Let ook op hoe de vermomde Maxim Hamel en Jan Blaaser na de Kemperstraatscène langs het Haarlemmerplein lopen, maar naar de Staatsliedenbuurt toe ipv er vandaan!

Anton als Samson
Maxim, Rijk en Jan B
Willy Alberti en wie is die accordeonist met de geweldige karakterkop?
Mooi shot van de fameuze Phonobar, hoek Thorbeckeplein/ Herengracht

(P.S.: Nog twee Staatsliedenbuurtfilmweetjes: de Ratten-film werd vertoond in de Tweede Nassau-ateliers, waar ooit de atelierscènes van Turks Fruit werden gefilmd, én waar Herman Makkink zijn Rocking Machine, de grote penissculptuur uit Clockwork Orange, heeft gemaakt!)

Blonde on blonde

Alweer een mooie petfoto!

Het was erg verwarrend om de roodharige Ronnie Bierman Blonde Greet te laten spelen, bleek in 1971 bij de eerste berichten die verschenen over het in de maak zijnde Wat Zien Ik? De Telegraaf had de primeur maar noemde de verkeerde actrice; blonde Sylvia speelde Nel/ “haar van boven”. Ook Simon van Collem haalde de ene Blonde en de andere blonde door elkaar in zijn (op snode wijze door DeLeurean verkregen en hieronder voor uw kijkplezier geplaatste) Avroskoop-reportage op de filmset, waarbij hij getuige was van een van de heftiger scenes. Grappig om te zien hoe houtje-touwtje ze te werk gingen (des te knapper het mooie camerawerk van Jan de Bont). Ook interessant: in het interviewtje met Van Collem blijft Ronnie Bierman een rol spelen; Sylvia komt voor zijn microfoon juist heel anders over dan wanneer ze acteert, haar oogopslag is anders en ze praat serieus en bedachtzaam. En kauwt kauwgum (ze was fanatiek kauwster want goed voor de articulatie). En dat van dat “suikergoed en marsepein”…? Ze zat in gedachten misschien nog bij de Witte Piet...

Sylvia en Ronnie kon het worst wezen wie wie was in de film, ze waren al blij dat ze er samen in speelden. Ronnie: “Wat ik zo vreselijk geweldig vind, is dat Sylvia de Leur Haar van Boven is geworden. We kennen elkaar al van jaren geleden uit het tv-programma Music Hall. Het zat meteen goed tussen ons en we zijn gezworen kameraden geworden. We zien elkaar vaak, woonden vroeger dicht bij elkaar en nu weer, nu we allebei een nieuw huis hebben. We schilderen wat af samen. Twee mooie gilmeiden hoor. Als we telefoneren duurt het een uur, daar krijg je dan zo’n rood, heet oor van. We hebben samen ook eens een niet-eensgezinde Siamese tweeling gedaan, samen in een jurk en iedere helft wou wat anders. We hebben ons gek gelachen.” (Parool, 1971)

Past, present, future

Sylvia en volkszanger Maup Mokum!

De kritieken waren niet mals na de eerste uitzending in 1968: Nationaal Allerlei was flauw. En tekstschrijver Herman Pieter de Boer was nog wel helemaal naar Engeland gegaan om inspiratie op te doen bij The Frost Report etc, tevergeefs zoals bleek. Enige lichtpuntje is de steeds terugkerende (zo te zien geimproviseerde) monoloog van een levensmoede Rijk de Gooyer. Sylvia zien we o.a. in een sketch waarin ze een dubbeltje zoekt in haar tasje en er een onophoudelijke berg spullen een Gerard Reve-opsomming waardig uit vist en op tafel deponeert. Mooi vanwege de links naar d’r verleden en toekomst: we zien Ik Jan Cremer langskomen (de originele, maar ook deel 2 en 3), het boek dat nog maar een paar jaar eerder in een Lurelei-sketch figureerde die ze op opschorting van hun tv-show door de Vara kwam te staan, en medespeler Allard van der Scheer zou een paar jaar later billenkoek van d’r krijgen in Wat Zien Ik? O ja, en vanwege d’r leuke petje. En dan zou ik de Ko van Dijk-limonade bijna vergeten.