Neuken?

Meneer Te Water, Lurelei, 1964

Zoals jullie weten was Sylvia de Leur de eerste op het NL toneel die NEUKEN zei, in haar liedje over het anno 1964 spraakmakende “beest” Jan Cremer. Een historische gebeurtenis, toneeltegenhanger van de blote Phil Bloom bij Hoepla of de Sex Pistols bij Bill Grundy. Helaas, het lied Kennisje Van Jan is nooit opgenomen of uitgezonden, sterker nog, de tekst ervan is nooit meer teruggevonden, zelfs niet door Paul Blom die in zijn Grote Lureleiboek (bijna) alle teksten afdrukte. Maar! Na noest speurwerk hebben wij een complete publieksopname van het programma met Het Lied in kwestie, Wij Lurelei (Een Onverkwikkelijke Bestseller), in ons bezit gekregen!
Voor wie de teksten alleen van papier kent is beluistering van deze opname een openbaring. Wij Lurelei was misschien wel het beste (of in ieder geval scherpste) programma van misschien wel het beste (of in ieder geval scherpste) cabaret dat we in NL hebben gekend. Ze waren op de toppen van hun kunnen, virtuoos wordt het programma in een duizelingwekkend tempo – het ene nummer is nog niet af of het volgende begint al – afgewerkt.
Ook valt nu op hoe fris en uniek het was om te werken als groep zonder hoofdpersoon maar met vijf gelijkwaardige spelers, allemaal met hun eigen karakter (iets wat in de popmuziek op dat moment ook net opkwam met de Beatles, Stones etc).

Over de Beatles gesproken: in het nummer Wie Zal De Volgende Zijn voorspelt Lurelei vijf jaar van tevoren al de (zogenaamde) dood en vervanging door dubbelganger van Beatle Paul!

Eric Herfst is het laatste lijntje naar het studentikoze oer-Lurelei met zijn licht amateuristische stijl, die hem juist des te grappiger en geloofwaardiger maakt. Robert Bos is een écht amateur (toneelcouturier, werd door Sylvia bij de groep gehaald) maar doet het verrassend goed, jammer dat hij het maar bij één seizoen hield. Jasperina is natuurlijk het grootste zangtalent (hun énige zangtalent als je Lurelei zelf moet geloven; in een sketch reiken ze zichzelf een prijs uit, ondanks het feit dat “ze niet kunnen zingen”), en hier al een vedette in de dop, al komt haar nadrrrrukkelijke uitsprrraak helaas een beetje gedateerd over.
En dan hebben we Leen Jongewaard en Sylvia… Zijn de teksten op papier al sterk, ze gesproken/gezongen te horen worden door dit tweetal voegt er nog een paar dimensies aan toe en bewijst dat ze beiden op dat moment niets minder dan komische virtuozen waren. Maar terwijl Leen iets te vaak effect probeert te sorteren door HARD te praten, etaleert Syl de kunst van het subtiel intoneren en timen. Een tekst als deze is op papier nauwelijks grappig:

Hoe slaapt uw man?
– Over het algemeen goed, dank u.
– Nee, ik bedoel het bed waar uw man in slaapt.
– Mijn man slaapt bij mij in bed.

Het is de melodie en timing van Sylvia’s regels die de mensen uit hun stoelen doen rollen van het lachen. Maar goed, het Jan Cremerlied dus. Sylvia speelt een meisje, type bakvis, dat ooit een korte romance met Jan had en nu z’n boek heeft gekocht om te kijken of ze er in voorkomt. Na elk gezongen couplet volgt een met bedeesd bakvisstemmetje voorgelezen passage:

Josien was een stoot van een mokkel. Ze stond in een hoek van de kamer jenever te zuipen en keek me met een geile grijnslach aan, dus ik ging ogenblikkelijk naar haar toe en gaf haar een klets op haar reet.

Heavy shit voor 1964, maar nog geen N-woord. De passage na het tweede couplet dan?

Josien had haar BH uitgetrokken onder haar bloemetjesjurk. Opeens gaf ze me een stoot en ik lazerde op het bed neer. Josien kroop met haar hete lijf bovenop me en zei: ziezo, nu ben ik boven Jan!

Weer niet! Dan de laatste passage, ditmaal een echt citaat uit het boek:

Vrouwen snurken, boeren en rochelen, net zoals de vieze ouwe mannen met schipperspetten die hun rochels in de rondvaartboten spugen, grinnikend met hun tandeloze bekjes. Ze roddelen, provoceren en haten je. In bed zijn het tijgers, bloedzuigers of muggen en zien ze er uit als krokodillen.

Hoewel Ik Jan Cremer direkt na het uitkomen ervan (vaak zelfs vóór het te hebben gelezen) heftig bekritiseerd werd vanwege de “viezigheid” duurde het nog jaren voor er kritiek zou komen op de échte viezigheid in het boek: zijn vrouwvijandigheid. Weer liep Lurelei hier ver vooruit op de meute; Sylvia/ Josien eindigt het lied aldus:

O Jan, o Jan, ’t is grandioos hoe jij dat zeggen kan
Dus zeg ik namens alle dames in jouw lelijke roman:
Je wordt bedánkt hoor Jan!

Net goed. Maar waar is nou dat NEUKEN gebleven? Heeft Sylvia het zich verkeerd herinnerd? Of zouden ze het woord er na een tijdje uitgehaald hebben omdat het woord het liedje in beruchtheid overvleugelde? Tja, dan moeten we het maar met GEIL en REET doen.

Fanghetto (2)

Foto door Aart Gisolf van de monumentale Romaanse brug bij Fanghetto, het Italiaanse Amsterdamse incrowd-dorp in de jaren ’60/’70 waar we het eerder over hadden:

https://deleurean.video.blog/2020/02/17/fanghetto/

Afgelopen weekend kregen we (via Google) veel bezoekers op de Fanghetto-blogpost; wat blijkt: de brug is afgelopen vrijdag ingestort na een overstroming, veroorzaakt door het openzetten van een stuwmeer vlakbij. (Letterlijk) eeuwig zonde…

Pruikentijd

We zagen een paar posts geleden al dat Sylvia de Leur, ster in het eerste kassucces van Paul Verhoeven, niet meer door hem teruggevraagd zou worden. Te oud bevonden? Ze zou wel een keer het voetlicht delen met de nieuwe Verhoeven-ster Rutger Hauer, maar dan voor de TV in de serie Waaldrecht, aflevering Taxi Meneer? (Vraagteken hoort trouwens bij de titel, net als bij Wat Zien Ik?)

Elke aflevering van Waaldrecht (1973-’74) was een op zichzelf staand verhaal; wel werd de hele serie in dezelfde stad gefilmd, achter het fictieve Waaldrecht gaat Gorinchem schuil. Waarom Gorinchem? Als je het mij vraagt: het stadje had precies de goeie combinatie van pittoresk – mooie oude binnenstad – en troosteloos: het treinstation waar taxichauffeur Frits Lambrechts bij verkoopster Sylvia een koffie bestelt.

Het prachtige treinstation dat al sinds 1883 in Gorinchem stond werd begin jaren ’70 gesloopt en vervangen door een modern, lelijk geval. Over lelijk gesproken: Sylvia heeft vele pruiken gedragen in haar carrière (en privé, “handig als ik ’s ochtends de kinderen naar school breng”), maar deze pruik is met afstand de lelijkste ooit. Tja, in de kiosk van het station van Waaldrecht kan je er moeilijk glamorous bijlopen.

Het Jaap van de Merwe-cabaret met Frits Lambrechts, 1966

Hoewel dit de eerste keer was dat Frits Lambrechts en Sylvia samenwerkten hadden ze gedeelde roots in het cabaret van Jaap van de Merwe. De maatschappijkritiek waar Van de Merwe in pionierde liet geen duidelijke sporen achter bij Sylvia, maar was van grote invloed op Lambrechts. Zijn rol als sappelende overwerkende taxichauffeur moet helemaal zijn cup of tea, sorry, koffie, zijn geweest.

Taxi Meneer? is in een mooie, ruige/realistische stijl gefilmd. Het mocht wat kosten: elke aflevering passeerden er vedettes als Johnny Kraaykamp (in zijn eerste serieuze rol), Hugo Metsers en (hier als hoek van love triangle) Willeke van Ammelrooy de revue. Hij is te vinden op youtube (inclusief Engelse ondertitels, blijkbaar voor de Hauer-fans); de serie werd in 1989 (deels?) herhaald dus iemand zal toen de video mee hebben laten snorren.

Sylvia in de lift

Het Bueno de Mesquita-programma Buurten Bij Bueno hield het maar één aflevering vol; misschien leek het teveel op Avro Music Hall, dat ook al muziek en sketches bevatte… en Sylvia de Leur, die in 1963 overal tegelijk leek te zijn; na jaren aanpoten werd het eindelijk wat met haar carrière. Het welkomstlied van BBB is op youtube te vinden; grappig om te horen hoe de nadruk in het lied ligt op de kijker ipv hetgeen waarnaar gekeken wordt: “Leg maar neer die krant/ en dat breiwerk want/ in het komend half uur is Bueno uw buur/ blijf kij-hij-hij-hij-hij-ken!” Passief TV kijken zou in de loop van de jaren ’60 zo’n slechte reputatie krijgen dat deze tekst anno nu raar overkomt. Let op krantneerleggende Sylvia in mooie polkadot-jurk!

Naast Sylvia en Bueno zien we hier o.a. de Fouryo’s, dé NL hitfabriek van voor de Britse Invasie. Toen coole ondervoede Engelse oorlogsbabys als de Stones, Pretty Things etc eenmaal opkwamen (levensmiddelen waren in Engeland tot ver in de jaren ’50 op de bon) konden de struise zusjes en broer Schouten het wel vergeten. Sylvia was in de ’60s ook een soort anachronisme, qua uiterlijk paste ze meer in het vorige decennium (maar dat kan je eigenlijk van iedereen in bovenstaand tafereeltje zeggen).

Kleitablet als huishoudboekje: “zo, dat hakt erin!”

Hoogtepunt van BBB is de Flintstones-sketch, dwz, hij is flauw, maar Syl is een mooie Wilma. Als aftiteling van het programma zien we Bueno en gasten stuk voor stuk, met naambordjes, close-up in een goederenlift opstijgen. Ik dacht: hee, op die manier kan je een grote compositiefoto maken van drie screenshots boven elkaar…

Zuilen en Trossen

Je Moet Er Mee Leren Leven, 1975

Voordat de TROS in 1964 begon was de Nederlandse radio en TV even verzuild als de Nederlandse sportclubs, kranten en scholen dat toen nog waren. Elke zuil had zijn eigen omroep met zijn eigen domineetjes met hun eigen stichtelijke praatjes, met af en toe wat vermaak er tussendoor. Zelfs bij de vrijzinnige VPRO werd het Lurelei-lied Callgirl voorafgegaan door een dominee die de kwestie wel even haarfijn uit kwam “liggen”. De oprichters van de TROS (eigenlijk TROV want het was een vereniging, geen stichting!) kwamen uit de commerciele TV-hoek en hadden als enige doelstelling het publiek te “geven wat het wilde”. Ze hadden korte tijd als TV Noordzee vanaf het REM-eiland uitgezonden tot de regering daar een stokje voor stak. Hoewel het Lurelei-cabaret de spot dreef met het commerciele Radio Veronica hadden ze bijna een eigen show op TV Noordzee gekregen (wsch hoopten ze daar geen last te krijgen van dominees).

Door het succes van de TROS gingen ook de zuil-omroepen langzaam overstag en maakten de dominees plaats voor spelletjes en amusement, een verschijnsel dat in 1973 in het Parool voor het eerst werd aangeduid met het woord “vertrossing”. In datzelfde jaar oogstte de nieuwe Annie M. G. Schmidt-musical Wat Een Planeet jubelende kritieken, kritieken waar Annie zich flink boos om maakte want de critici letten volgens haar niet op de kwaliteit van de musical, maar alleen op de maatschappij-kritiese inhoud. “Het is opvallend dat ze vinden dat een musical pas ‘ergens over gaat’, als er maatschappijkritiek in voorkomt. Een liedje dat alle misstanden, onderdrukking en ellende opsomt krijgt meteen een goede aantekening, terwijl dat opsommen juist een goedkope en doorzichtige truc is, tot vervelens toe ook in allerlei cabaretjes toegepast. Dat is typisch Nederlands. Het calvinisme steekt de kop altijd weer op.” De dominees en hun stichtelijke praatjes waren weer opgedoken, nu in de Linkse Kerk.

Cast Je Moet Er Mee Leren Leven

Toch was het volgende project dat Annie ondernam precies zo’n “cabaretje”. Een geplande musical met Jasperina de Jong ging niet door omdat zij niet met Annie’s medetekstschrijver (de oude Lureleier Guus Vleugel) samen wilde werken, en dus gingen ze aan de slag voor een cabaretprogramma genaamd Je Moet Er Mee Leren Leven. Het was een van de eerste projecten waar Sylvia de Leur aan werkte na de dood van haar zoontje, de titel zal voor haar extra beladen zijn geweest.

Uit programmaboekje

Gelukkig was de combi Annie M.G./ Guus Vleugel een tweesnijdend mes dat genadeloos niet alleen de gewone “ellende” maar ook, of juist, de eigen boezem wist te fileren. Sylvia kreeg één van de prijsnummers te vertolken, het wsch door Guus Vleugel (Annie deed vooral de dialogen) geschreven Vertrossing, waarin op typisch Vleugeliaanse wijze de boel een keer of vier ondersteboven wordt gekeerd. Syl (als huisvrouw Riek) roept de hulp in van een Vertroskundige (“help, ik vertros!”), die hoogstaande cultuur voorschrijft: Beethoven, Flaubert, Balzac (“zak-zak-zak”, chachachaat ze er achteraan), etc. Maar dan vertelt een student dialectiek (ja, dat was ooit een vak, fak-fak-fak!) haar dat dat allemaal hartstikke bourgeois is; Breuker en Peter Schat, dat gaat tenminste ergens over (het keurige orkestje barst prompt uit in een staaltje authentieke piepknorjazz). Maar nee, dat blijkt dan weer hartstikke elitair. Ten einde raad vindt ze tenslotte Jezus en eindigt in een uitbundige gospel. Van de Vertrosser via allerlei omweggetjes weer terug bij een Verlosser: de jaren zeventig in een notedop.

Tenslotte hier nog het enige stukje bewegend beeld van JMEMLL (uit Kortweg):

Wat hoor ik? (2)

Of je Wat Zien Ik? nou goed vindt of niet, visueel is het een feest. Dankzij het camerawerk van Jan de Bont kan je de film op elk willekeurig moment stilzetten om een pracht van een filmstill te krijgen. De film spat uiteen in felle kleuren (niet zo gebruikelijk in de bruine jaren ’70): bonte outfits, overdadige make-up, en natuurlijk het prachtige Amsterdam. Regisseur Paul Verhoeven wist aanvankelijk niet wat hij met het verhaal aanmoest; uiteindelijk liet hij zich inspireren door het Amsterdams Volkstoneel van Beppie Nooij dat een daverend succes had gehad met het 1250x opgevoerde Rooie Sien en Bleke Bet. Volks, theatraal en een beetje slapstickerig moest het worden. Ongewild creeërde Verhoeven hierdoor een heel nieuw filmgenre, dat begin jaren ’70 welig tierde; hijzelf hield na één film de slapstick voor gezien. Ook zou Sylvia de Leur – toch de grootste publiekstrekker in de film die zijn doorbraak betekende – geen telefoontje meer van hem krijgen.

Beppie Nooij met flinke laag toneelmake-up als een soort proto-Haar Van Boven. (En prachtige Vince Taylor-poster!)

Een van m’n favoriete scenes in Wat Zien Ik? is die waarin Sylvia/Nel een afspraak heeft met “vlekkenman” Bob (Bernard Droog) en zingend de tafel voor hem dekt. Niet alleen zien we hier wat een goeie komische timing ze had, ook horen we dat ze eigenlijk gewoon mooi kon zingen… als ze het wilde.

Ze zingt/neuriet de klassieker Amor (ook wel Amor, Amor of Amor, Amor, Amor genaamd), geschreven in 1940 door Gabriel Ruiz en Ricardo López Méndez. Het nummer werd bekend in versies van o.a. Bing Crosby, Eydie Gorme, Ben E. King en Julio Iglesias. Maar wat is nou het gekke: Sylvia zingt het in het Frans, ze zingt “amour, amour”… Hoewel het lied al in 1941 in het Frans vertaald werd door Jacques Larue en er vele Franse versies van bestaan, zingen ze in al die Franse versies gewoon “amor” in het Spaans. Hoe komt ze dan aan dat amour? Misschien vonden ze het wat olala-iger in het Frans… Hier iig mijn favoriete versie (in het Spaans) van het lied, de allereerste, uit 1940:

ANWB (Ah, Nieuw Woestewolf-Bericht)

Decor van Carl Hollander…
…met Sylvia en Henk erin gechromakeyd.

De prachtserie uit 1974 De Vloek Van Woestewolf maakt, als ie ter sprake komt op internet, nog steeds de tongen los. Iedereen weet zich de serie nog te herinneren, of in ieder geval, ze weten zich te herinneren dat hij ENG was. We hebben het hier al eens over Woestewolf gehad, dit keer wat bij Beeld en Geluid gevonden foto’s die het chromakey-filmproces nog duidelijker maken.

In herberg Het Blauwe Scherm…
…en met decor

Chromakey/ bluescreen werd al meer gebruikt, maar dan meestal bij stilstaande shots; bij Woestewolf werd pionierswerk verricht door het gebruik van bewegende en in- en uitzoomende camera’s. Om de actie en de decors gelijk te laten verlopen was een soort synchroniseerapparaat gebouwd van een oude versnellingsbak! Sylvia zou als De Witte Jonkvrouw in één aflevering meespelen, maar ze mocht de rest van de serie blijven. Naast Sylvia passeert een keur aan bekende gezichten de revue, ik bedoel de versnellingsbak:

Henk van Ulsen had al op jonge leeftijd last van kaalheid; hier kreeg hij als Dokter Kroch een mooie pruik, die hem er een beetje Gothic à la Dave Vanian van de Damned (maar dan drie jaar eerder) uit deed zien.

Andere Henk, Molenberg, was in de jaren ’70 geen dag níet op TV.

Elsa Lioni als waarzegster, met een accent waarvan wetenschappers zich nu nog het hoofd breken uit welk land het komt. Kwam ook in Wat Zien Ik? langs, als de dikke zangeres.

De man van de open- en dichtslaande deuren, John Lanting, hier verfrissend naturel acterend (zeker vergeleken met de rest).

Ton van Duinhoven, onherkenbaar geschminkt als de Hertog van Woestewolf hemzelve.

En kleine Igor Mortis/ Utrecht, met gastrolletje in dezelfde aflevering als die waarin Sylvia het eerst ten tonele verschijnt. Ik had hem voorzichtig gepolst of hij iets kon vertellen over zijn Woestewolf-ervaringen en hoe hij in de serie terecht kwam, maar hij is een drukbezet man, en dat respecteren we natuurlijk. We kunnen wel gissen: de familie Utrecht was aktief in het ballet, Luuk en Peter Jan Utrecht dansten en schreven over dans; bij een stukje dat Peter in 1960 schreef zien we één van de eerste krantenfoto’s ooit met (een dansende) Sylvia erop. Vriendjespolitiek dus, wat ik je brom!

Over een dansende Sylvia gesproken: hier nog even een stukje uit Woestewolf, gewoon omdat het leuk is:

ANP (Ah, Nieuwe Plaatjes)

Op de warmste dag van het jaar vond ik de coolste foto ooit genomen: Sylvia in prachtig circustenue die twee ijsberen bedwingt, Nationaal Songfestival 1973! Van de fotosite van het ANP die sinds kort het complete Beeld en Geluid-fotoarchief herbergt. Meer mooie foto’s via onze feesboekpeezj (wel met watermerk, anders wordt het erg duur): https://www.facebook.com/pg/heenterugopzijindetijdmetSylvia/photos/?tab=album&album_id=1616021975234373