
Mooie van Tido Gideonse uit Accent, 1970. Niet zo aardig? Geloven we niks van.
Heen, terug, opzij in de tijd met Sylvia

Mooie van Tido Gideonse uit Accent, 1970. Niet zo aardig? Geloven we niks van.


In 2015 viel de zoon van zanger/ songschrijver Nick Cave van een klif en maakte zijn vader daarmee lid van een niet te benijden club: de club van bekende artiesten met overleden kinderen. Is het al een onvoorstelbaar iets om mee te maken, voor een bekend artiest komt er nog bij dat zijn/haar verdriet overal uitgestald wordt, publiek eigendom wordt. Dan zijn aller ogen ook nog eens gericht op wat de artiest nu gaat doen, hoe ze de tragedie in hun werk gaan verwerken. Meestal is dat alles wat ze doen, werken, om te verwerken. Nick Cave, notoir workaholic, nam een album met de veelzeggende titel Ghosteen op. Hoewel de teksten nergens expliciet zijn zeggen de sombere soundscapes waar hij met een fragiele schorre stem overheen zingt/declameert genoeg.
Nick Cave zat ooit in The Birthday Party. Sylvia de Leur ook, dwz niet in de band met die naam zoals Nick, maar in het toneelstuk van Harold Pinter waar de band zich naar vernoemde. Beide hadden ze iets met de taal van Pinter, zijn langs elkaar heen pratenderwijs zichzelf in absurde en potsierlijke situaties wurmende figuren. Hun gevoel voor absurdisme heeft ze misschien een beetje geholpen de absurde tragiek die ze op hun bord kregen het hoofd te bieden.
Sylvia was een half jaar na het fatale ongeval van haar zoon te gast in het TV-programma Bij Berend In De Keuken. Het idee achter het programma: mensen praten tijdens keukenbezigheden vaak ongedwongener en vrijer dan face to face; dus zagen de kijkers een koffie zettende en tegelijk haar hart uitstortende Sylvia. Je had het bijna Pinteriaans kunnen noemen als het niet zo aangrijpend was.
“Wat Sylvia aan Berend Boudewijn vertelde en langs zijn verlegen terneergeslagen ogen soms rechtstreeks in de camera aan ons, was een heel bijzonder vertrouwelijk verhaal. “Er is ons niet geleerd hoe we moeten reageren op verdriet en rampen”, zei ze. Ze zei zo ontzettend veel verstandigs over emoties met betrekking tot kinderen, dat het de moeite waard zou zijn deze uitzending te herhalen.” (Ineke Jungschleger, Volkskrant)
Hoewel ze zelf geen liedjes schreef en met grote tegenzin zong, is er in de musical Hé Kijk Mij Nou (één van de ontelbare projekten waar ze zich eind jaren ’70 in onderdompelde) een liedje te vinden waarin ze, net als Cave met een licht haperende stem, lijkt te putten uit haar eigen (moeder)gevoelens. Stomtoevallig komt er ook nog een koffiezetapparaat in voor.

Voordat de jaren ’60 en de hippies er waren, hadden we de jaren ’50 en de hipsters. Deze hipsters (die niks te maken hebben met de huidige foodtruck/ latte macchiato/ man bun-hipsters) waren de wegbereiders van de hippies, ze deden eigenlijk wat de hippies later ook zouden doen, maar dan in kleinere kring en in een conservatievere tijd; eigenlijk waren de hipsters dus veel stoerder dan de hippies. Bovendien luisterden ze niet naar duffe ellenlange psychedelische freakouts maar naar coole, eh, ellenlange jazzsolos. Jazz was de muziek van de outsiders, de verdrukten en de marginalen, jaren vóór (sommige) rock en punk dat zou worden. Jazzmuzikant/ cartoonist Frits Müller vertelde ooit hoe hij met een groepje fans de legendarische saxofonist Sidney Bechet zag lopen in een regenjas zonder knopen; prompt liep zijn hele vriendenclubje rond in jassen met de knopen er zorgvuldig afgesloopt. Zoals te lezen valt in het onlangs verschenen boek Jazzvogels van Rudie Kagie liep het met een aantal van deze jazzvogels slecht af: ze waren straatarm, raakten verslaafd, dakloos etc; de prijs die de pionier moet betalen. Sylvia de Leur was ook een soort van hipster: ze hield zich op in vrijgevochten kringen in de hoofdstad, leefde van schnabbel naar schnabbel en ging met jazzmuzikant Aart Gisolf (hoewel haar muzikale voorkeur uitging naar de bossa nova van Stan Getz en Joao Gilberto). Toen de Beatles in 1964 aantraden hoorde ze in één klap met haar medehipsters bij de “oude” generatie; als dertigjarige kon ze moeilijk mee gaan krijsen met de hysterische Beatlefans. Toch is dat precies wat ze deed in 1964, in het Lurelei-nummer Wie Zal De Volgende Zijn? Bepruikte idolen Eric Herfst, Robert Bos en Leen Jongewaard hebben zich net na een optreden in veiligheid gebracht; vierde bandlid “Piet” redde het niet en is verscheurd door de fans. “Die bleef wat te lang staan spelen… En nu zijn ze hem aan het verdelen.” Het trio, waarin we zonder moeite de Beatles herkennen (of driekwart Beatles in ieder geval), heeft vaker met dit bijltje gehakt: “Toen Jan van het voorjaar zijn leven verloor/ Toen heeft zelfs zijn moeder niks gemerkt/ Want onze grimeur is een heel knappe man/ Hij maakte van mij toen een andere Jan”… Vijf jaar vóór de “Paul is dead”-rage voorspelde Lurelei dus al het gerucht dat er een Beatle dood was gegaan en vervangen door een dubbelganger! Maar dan wordt er op de deur gebonsd…
Leen: Het wachtwoord proberen, je weet het maar nooit… Hoever komt een rollende steen?
Sylvia (achter de deur): Tot Klazienaveen!
Rob: Wie is de broer van de graaf van Parijs?
Sylvia: Rob de Nijs!
Eric: Wat draagt Trea Dobbs in haar bed?
Sylvia: Een pet!
Leen: Van wie heeft prins Bernhard zijn titels?
Sylvia: Van de Beatles!
Alles veilig, de deur gaat open terwijl de Threetles het refrein herhalen: “Wie o wie zal de volgende zijn? Wie van de drie, yeah yeah, wie van de drie, yeah yeah…” waarop hysterische fans Sylvia en Jasperina krijsend binnenvallen: “Jijjjj!!”
Net als altijd bij Lurelei gaan ze in dit nummer niet voor makkelijk scoren; niet de Beatles zélf worden gepersifleerd, maar de hysterie er omheen. Het refrein “Wie van de drie, yeah yeah” verwijst naar het toen splinternieuwe TV-succes dat het tot ver in de jaren ’70 zou volhouden. Het soort programma waarvan we ons nu denken te herinneren dat Sylvia er panellid was, maar ze heeft nooit aan Wie van de Drie meegedaan. Iedereen van 50+ kan zich de tune van Wie van de Drie nog herinneren: een knallende big band-uitvoering van Duke Ellington’s Caravan. Hebben de jazzvogels toch nog het laatste woord.

In de week van 13 januari 2001 deed de Varagids wat wij op dit blog ook graag doen: zomaar een stuk of wat leuke foto’s van Sylvia de Leur plaatsen. Of niet helemaal zomaar, het was naar aanleiding van de docuserie De Plastisch Chirurg waarin, naast ene Leo die zijn rughaar liet verwijderen, ook Sylvia ten tonele verscheen. “Kunt u nog één keer zien hoe ze er echt uitzag,” voegt de gids er cheeky aan toe. Door de gids bladerend denk je eerst: “2001? Is dit echt al twintig jaar gelee?” De vertrouwde stukjes van Witteman, Smeets, Midas en Youp komen langs, maar ook Boudewijn Büch, alsmede een rubriek die je wegwijs wil maken op “het internet”. Eigenlijk, besef je bladerenderwijs, is 2001 hartstikke lang gelee. Zo vlak voor 9/11 zaten we in feite nog in een soort uitloper van de twintigste eeuw. M’n ex en ik hadden een huis gekocht; het kon maar net, maar de huizenprijzen zouden toch eeuwig stijgen. Ongeveer een maand vóór 9/11 werd ons eerste kind verwekt, ongeveer een maand vóór de moord op Pim werd hij geboren. Hadden we kinderen genomen als we toen wisten wat we nu weten? Tja, Sylvia werd geboren in het jaar dat Hitler aan de macht kwam. Het kan altijd erger.
Maar goed, de foto’s. Zowaar vnl nooit eerder gezien. Hier komen ze:

Een mooie van Sylvia en dochter Loesje, 1969 zo te zien.

Als de godvrezende Charlotte in Pallieter, 1975

Jaartal onbekend zegt de Vara; wij weten natuurlijk dat deze uit de Vloek van Woestewolf komt en 1973.

Als muzieklerares Solfetia in The Big Bang, 1990

December 1965 zegt de gids, maar wie zit er in december met blote armen en een zonnebril aan een terrasje? Dit is dan ook september 1963 tijdens een fotosessie voor Lurelei, die ipv drankjes te serveren aan hun publiek in de pauzes van Doe ’t Zelf, nu zélf drankjes geserveerd krijgen op het Americain-terras. De foto is in spiegelbeeld afgedrukt zoals je ziet aan de man en vrouw achter Syl; hierboven hebben wij ‘m weer omgeflipt.


Bekende Lureleifoto, de mooie kralenkettingen van Kea Tan (die regelmatig braken als het er te wild aan toe ging) zijn hier goed te zien.


Tenslotte twee foto’s van twee kluchten uit ’73/’74: De Spaanse Vlieg (dat bij Beeld en Geluid bewaard is gebleven, zie onze eerdere post) en Arsenicum en Oude Kant (niet bewaard gebleven).

Prachtige foto in de Privé, 1984. Ontevreden over haar uiterlijk??? Vrouwen…

Je zou denken dat het pad van de grootste NL komiek van de 20ste eeuw, André van Duin, wel eens dat van Sylvia de Leur moeten hebben gekruist, maar ze hebben zo goed als niks samen gedaan. Wel werkte Sylvia ooit samen met twee grote voorbeelden van André: André Carrell (vader van Rudi) van wie Van Duin zijn aardappel-in-de-keelstem had afgekeken, en Bueno de Mesquita die pionierde op het gebied van de bandmanipulatie waar André ooit zijn TV-debuut mee maakte en waar hij later op virtuoze wijze alle mogelijkheden van zou verkennen in De Dik Voormekaar Show.

Als entertainer voor het hele gezin stootte André van Duin zelden iemand tegen het verkeerde been; het ging eigenlijk maar één keer flink mis, toen zijn carnavalshit van 1975 Willempie op protest stuitte omdat hij een (zoals het toen nog heette) mongool na zou doen. Het maakte een onuitwisbare indruk op de zevenjarige ik toen André bij Toppop in de studio verscheen en zonder scheve bek doodserieus aankondigde zijn nummer 1-hit niet meer te zullen zingen. Het jaar erop sloeg André echter keihard terug met het fantastische op de Willempie-affaire geinspireerde Belt U Maar: terwijl hij probeert een liedje te zingen wordt hij constant geinterrumpeerd door bellers die zich gekwetst voelen door wat hij zojuist zong: “Twee Belgen liepen sa…” -“Toch niet weer die Belgenmoppen hè, Daar word ik nou doodziek van hè, u kunt toch wel een liedje zingen zonder grappen te maken ten koste van andere mensen”, etc.
Censuur en kwetsuur, Sylvia de Leur wist er alles van; haar tijd bij het messcherpe Lurelei-cabaret was zo’n beetje één grote aaneenschakeling van rode potloden, boze brieven en politie in de zaal. Niet gek dus dat zij al twaalf jaar vóór André met een nummer kwam dat verdacht veel op Belt U Maar lijkt. In TV-Censuur speelt ze een zangeres genaamd Corrie Zoetemelk (met Brokken… get it?) die haar tekstschrijver smeekt om een nieuw lied voor haar show; elke keer als hij met een regel komt komt werkster Jasperina de Jong tussenbeide:
– “In het kleine dorpje Lutjegauw…”
– “Misselijk vind ik dat, om af te gaan geven op een klein dorpje, ik ben zelf persoonlijk van het platteland afkomstig, daar durf ik gerust voor uit te komen dames en heren, en ik heb er een heerlijke jeugd gesleten met me lieve ouders en me veertien broers en zusters in de plaggenhut hoor!”
Hier het hele nummer, alleen audio, en publieksopname bovendien dus oordopjes zijn handig (plus je loopt zo niet het risico iemand te kwetsen!):

Op zoek naar beeldmateriaal valt je na een tijdje op, dat veel in de loop der jaren verdwijnt. Niet weggeraakt, maar vernietigd. Opslag kost geld, dus bewaren veel fotoagentschappen na verloop van tijd van een bepaalde sessie één foto, de rest gaat de shredder in. Da’s niet zo best. Gelukkig gaat het bij de digitale krantenarchieven juist de andere kant op: er komt steeds meer bij! De scans waar deze foto’s van komen zijn het afgelopen jaar toegevoegd op Delpher. Wsch zullen we de originele afdrukken nooit meer onder ogen krijgen, dus dan maar deze grofkorrelige plaatjes.







Weer een mooie foto bij een interview, ditmaal uit de Panorama en 1983, ruim twintig jaar na het interview dat we twee posts geleden plaatsten. Het is interessant om ze naast elkaar te leggen; hoewel de Panorama beweerde een absolute primeur te hebben met het Tsjechische oorlogsavontuur van Sylvia vertelde ze er in ’63 al in geuren en kleuren over. Maar terwijl ze het toen bij leuke anekdotes hield (“Ik deed een acrobatenact op een glasplaat, die we later naar Holland meenamen en een tafel van maakten; uw kopje koffie staat er op!”) kwam in de loop van de jaren ’70/’80 het hele verhaal eruit, het eerst in een HP-interview met Ischa Meijer in 1971 (12 jaar vóór de Panorama-“primeur” dus): de horrorrit in een uitpuilende trein die dwars door bombardementen in een week zonder eten en drinken van Duitsland naar Tsjechie reed; optreden voor verminkte en stervende soldaten in een militair hospitaal in Karlsbad; de Russen die eenmaal uitgeplunderd een dankbaar publiek vormden voor Sylvia’s acrobatenact. Ook heeft Sylvia verschillende keren verteld dat ze op schoot zat bij een idolate Chroeststjov, die zich samen met de andere Russkis tegoed deed aan speenvarkens terwijl de Tsjechen op straat honger leden; het artiestengezelschap van Sylvia kreeg ook af en toe wat toegeworpen (en er werd wel eens een vioolkoffer stiekem volgepropt met eten). In het Panoramastuk overtreft ze zichzelf: nu zouden niet alleen Chroeststjov, maar ook Molotov, Malenkov en Breznjev in het publiek hebben gezeten! Hmmm… Laten we het er maar op houden dat er wat officieren rondliepen die op Chroeststjov c.s. léken. Volgens Syl leken al die Russische militairen tenslotte op de speenvarkens die ze met veel plezier verorberden.


Op de publieksopname van Wij Lurelei is Sylvia het eerste wat je hoort; haar door alles heen snijdende stem werkt als een soort alarm, het publiek weet meteen dat het is begonnen. O.K. & W., de eerste Lurelei-mini-elpee, trapt ook al af met haar stem, eerste nummer kant 1. Helaas verliet ze de groep nét voordat ze de studio in gingen voor hun volgende elpee; anders was haar huzarenstukje Wimpie Is Stout zeker uitgegroeid tot een klassieker. Maar beter laat dan nooit, hier is dan de (opgepoetste) publieksopname!

O wauw, het digitale krantenarchief Delpher heeft alle Beatrijzen ingescand. Eerste zoekresultaat is meteen de hoofdprijs: een mooi interview met Sylvia uit begin 1963 – misschien wel haar eerste lange interview ooit. Hopelijk is ’t een beetje leesbaar zo, en anders heeft u nog de leuke foto’s. Sylvia zegt in het interview net “uitgelureleid” te zijn, nog niet wetend dat ze diezelfde maand weer teruggevraagd zou worden en nog vier jaar zou doorlureleien. Even verderop in het stuk lezen we dat het maar weinig had gescheeld of ze was doktersassistent geworden! Dat wordt een vergrootglas pakken dus.

