Fake news! Het wijn-incident

Ter afsluiting van het eerste DeLeurean-jaar hebben we een mooie scoop voor u. Fake news? Alternative facts? Daar draaide Sylvia, in 1974 al, haar hand niet voor om! (Of juist wel, zoals zal blijken.) “SYLVIA DOOPTE ANS” kopte de Telegraaf op de voorpagina. Een expositie van haar vriendin (schilderes/tekenaar/schrijfster) Ans Wortel openend, zwaaide Syl in het vuur van haar betoog met een glas wijn en bevlekte zodoende een kostbare Wortel-gouache. Consternatie, tranen, etc. Onder de 72-punts krantenkop een foto van de twee vriendinnen die er zo te zien alweer om konden lachen. Maar het verhaal heeft een staartje: 45 jaar later kreeg uw blogger van plaatsgenoot en facebookvriend Ko Boos, ex-journalist, tegenwoordig “seriewoordenaar”, te horen dat het hele incident in scene was gezet!

Ans Wortel in 1965

Boos was in 1974 free-lance reporter en had een relatie met Ans achter de rug. Hij zou een artikel over de expo schrijven, maar dat zou op maandag verschijnen en dus verzuipen tussen het sportgeweld. Om niet met een postzegelformaat stukje achterin terecht te komen moest er wat verzonnen worden. Hier Ko Boos zelf:

“De vernissage was op ‘n zondag. Ik was toen ‘n nijvere freelancer en onder meer correspondent van De Telegraaf. Omdat Sylvia de Leur de opening zou verrichten moest er maandag ‘n stukkie in de krant. Die luie flikkers van de kunstredactie schoven zo’n weekendklussie door naar ‘n huurling. Ik. Gòtfer! De maandageditie was één sport, ál sport. Dus zo’n nieuwtje over ‘n penseelgekkie beloofde te worden weggefrommeld als ‘n eenkolommertje ergens achterin. Een dag werk voor ‘n jodenfooi.

Die zondag was ik ruim op tijd aanwezig en trad in overleg met Ans en Sylvia. De schilderes vroeg ik of ze een gouache had die ze kon missen. Die werd met ‘n rotgang uit het atelier Kranenburgh gehaald en kreeg een prominente plaats tegen de expositiewand. Met haar van De Leur nam ik een opzetje door. De gearriveerde fotograaf zei ik z’n toestel op motordrive te zetten.

Opening. De actrice hield, staande voor de wand met de wegwerpgouache, een cabaretesk toespraakje. Glas rode wijn losjes in de hand. ‘En dan verklaar ik’, klaterde ze op z’n Sylvia de Leurs, ‘de expositie NÚ voor geopend!’ Dat NÚ was het sein voor de fotograaf. Want met een theatraal, gracieus gebaar zwierde de actrice haar arm met de hand die dat glas omvatte hoog in het zwerk. Doorschietend tot achter heur hoofd. Een straal dieprode wijn lanceerde zich door de galerie en plensde tegen de gouache.

Consternatie van jewelste.

De Leur barstte in tranen uit. Daar was ze actrice voor. De kunstenares wreef met ‘n sjaal, afgegrist van een der aanwezigen, de rooddruipende vlek op haar kunstwerk kippedriftig wat groter. Daarna troostte ze de nòg luider wenende dramatrice: ‘Kùt, meid! Stil nou maar. Als je ‘n ander was geweest had je al buiten gelegen’.”

“En uit m’n herinneringen kwamen ze en al m’n hoofden had ik nodig om ze te herinneren”, Ans Wortel, 1971

Fake nieuws dus, maar wel fake nieuws op de voorpagina over vier kolommen. Verbijsterd als ik was om dit verhaal te horen en nog wel uit de mond van iemand die ik ken, heb ik Ko nog wat vraagjes gesteld waarop hij op zeer royale wijze antwoord gaf (waarvoor dank!):

Kende je Sylvia zelf persoonlijk?

Sylvia behoorde niet tot mijn inner circle, ze maakte wel deel uit van de wat rommelige Rolodex van Ans. Meiden van enige arty-statuur kwamen elkaar in die jaren tegen op podia of achter de meest onverdachte coulissen, en raakten allengs redelijk ‘bruikbaar bevriend’.

Met Ans, daarentegen, was ik een reeks van jaren hecht. Wanneer ik heur in Huis Kranenburgh te Bergen bezocht bracht ik, zomer of winter, een ijstaart mede. Dat was traditie geworden. Er werd tot in de kleine uren gezopen, dus meestal bleef ik voor ‘n nachie. Kommakkelek. Ze beschikte over een in de vloer verzonken, kamerbreed bed waar je zo in kon wandelen.

We onderhielden een handgeschreven correspondentie van knetterende letteren. Haar brieven ben ik kwijt; of de mijne tussen heur bescheiden zijn aangetroffen nadat ze in december ‘96 op eindreis ging weet ik niet. Beter van niet.

Voordat ze Kranenburgh betrok woonde ze in ‘n allerakeligst klein, bedompt, raamloos kamertje te Alkmaar. Dat meed ze zo veel mogelijk; de avonden en nachten vonden haar terug in een plaatselijke nachtclub. Daar ontmoette ik haar dan ook voor de eerste maal. Haar gouaches vertolkten toen haar omstandigheden: ze hadden geen ruimte, geen horizon. Dat veranderde op slàg toen ze in 1969 Kranenburgh betrok.

Ze raakte wat ruimer in de slappe was en had een autootje gekocht. Na een doorwaakte nacht kreeg ze het in haar kop om even schoenen te gaan kopen. In Parijs. Haar zus ging mede omdat ze dat van Ans moest. Gàs! Op de terugweg reed ze in België fullspeed tegen ‘n hoop kasseien op die daar op de heenweg nog niet gelegen had. Kop in elkaar, onder andere. Ze verliet het hospitaal met een link oog. Dat traande sindsdien.

Vandaar de latere gouaches met tranende hoofden.

Ans Wortel was behalve schilderes ook schrijfster, en sommige (ellenlange) titels van haar werken zijn even prachtig als het schilderwerk zelf. Hebben jullie wel eens samengewerkt, bijv aan die titels?

Over de teksten onder haar werk hebben we inderdaad wel gefilosofeerd. Met name tijdens de laatste Kranenburgh-jaren werden ze kwaaiïg, cynisch van toonzetting. Het wilde beest dat in haar hurkte is nooit getemd.

Was Sylvia makkelijk over te halen tot de wijn-act? Er zijn vrouwen voor minder gebrandmerkt als drankorgels in de NL entertainmentbizz…

Dat geintje met Sylvia tijdens die vernissage: daar had De Leur geen enkele moeite mee. Integendeel: ze zag er de mercantiel-kunstzinnige bedoeling wel van in. En ze kweet zich bewonderenswaardig levensecht van die act, tot en met de tranen.

Slaving for bread, the Israelites

Eric Herfst op bezoek bij Sylvia de Leur, die januari 1968 wegens een verwaarloosde longontsteking was opgenomen in het ziekenhuis. Eric in stoere leren sixtiesjas (en met stoere sixtiesbakkebaarden), Sylvia een aandoenlijk vogeltje. Ze verwachtte met tien dagen wel weer op het Lurelei-podium te staan, maar die tien dagen werden twee maanden; ze was toch zieker dan ze dacht. Misschien was het een algehele meltdown na dertig jaar (vanaf haar vijfde) keihard werken. “Get up in the morning/ slaving for bread”, zoals Desmond Dekker datzelfde jaar zong, en dat gold voor Sylvia af en toe letterlijk; in en vlak na WOII werd ze als rondzwervend varieté-artiest vaak in brood en pap uitbetaald.

De kranten vermeldden dat ze was opgenomen in de Centrale Israelitische Ziekenverpleging, waar ik nog nooit van gehoord had. Een ziekenhuis voor Joden? Sylvia was kwart-Joods, haar Joodse oma van vaderskant trouwde met een katholiek (de Mulisch-oneliner “ik ben de Tweede Wereldoorlog” gaat nog meer voor de Joods-Nederlands-Duits-Slavische Sylvia dan voor Harry op). De CIZ werd in 1916 geopend aan de Jacob Obrechtstraat, “ten behoeve van beter gesitueerde joden; deze konden zich daar volgens de Joodse religieuze wetten laten verplegen” aldus Wikipedia. Luguber genoeg gebruikten de Duitsers het ziekenhuis in WOII om gemengde stellen te steriliseren. Na WOII was het hospitaal een tijdje opvang voor overlevenden uit de concentratiekampen, waarna het weer als vanouds in gebruik werd genomen. Maar Sylvia leefde toch helemaal niet “volgens de Joodse religieuze wetten”? Hoe kwam ze daar dan terecht?

Ingang CIZ (gesloopt in 1980 om plaats te maken voor het Jellinekhuis)

Vervlogen verrekijk

Hoewel er veel oude televisie bewaard is gebleven – en op te vragen bij Beeld en Geluid – zijn er minstens evenveel programma’s voor eeuwig in de ether vervlogen. Sylvia heeft bijvoorbeeld haar “hit” Sto Mpazari een aantal keren op TV opgevoerd, maar er is geen bewegend beeld meer van te vinden. Hier nog meer vervlogen verrekijksels:

Kwets-Uur, zo te zien parodie op Zoishettoevalligooknogeseenkeer, 1965
Meter maids Sylvia en Simone Rooskens in Kwartetten, 1966
De Waarheid En Niets Dan De Waarheid, 1966. Dienstmeisje Sylvia hoefde hier niet veel meer te doen dan zich te laten wurgen en dood te liggen (deed ze niet al te best volgens 1 recensie!)
Een Koekoek Op Het Nest, met Do van Stek, 1966. Alweer dienstmeisje?
De Mikado, 1967. Is wel bewaard gebleven maar wordt niet vrijgegeven wegens muzikale rechten (verwarren ze Gilbert & Sullivan die al honderd jaar dood zijn misschien met Gilbert O’ Sullivan?)
Doe toch je best! Sylvia als hysterische schooldirectrice in Het Dagboek Van Joop ter Heul (1968), wel op plaat, niet op video.
De als “Lurelei-strip” aangekondigde serie Rust Noch Duur, 1969.
Kerstengel in De Wonderlijke Wereld van Drs. P, 1970. In het pas verschenen nieuwe Drs. P Jaar- en Bewaarboek Leve Onze Goede Czaar! wordt kwade opzet vermoed achter de verdwijning van de drie Drs. P-shows die de NCRV in de jaren ’60 uitzond, maar deze VPRO-show is ook van de aardbodem verdwenen.

Tenslotte noemen we nog ff de in 1969/70 spraakmakende improvisatieshow, simpelweg Improvisaties geheten. Jaja, zelfs De Lama’s deed Sylvia al dertig jaar eerder. Helaas niet alleen geen bewegend beeld maar zelfs geen stilstaand beeld van gevonden…

Inkijker en bijspijker

Joop van Bilsen kiekte Sylvia thuis op de bank voor een Parool-interview, april 1965. Omdat de foto in hoge resolutie op wikimedia te vinden is geeft het een fascinerend inkijkje in haar leven. Op het eerste gezicht heeft het een mooi jaren ’60-sfeertje, maar je ziet ook dat ze het niet breed hadden; er ligt een deken over de bank (op een andere foto piept er net een stuk versleten bank onder uit) en het tafeltje rechts is als je beter kijkt eigenlijk geen tafeltje maar een plank die aan één uiteinde op de bank rust.

(Er zijn drie foto’s, op één lacht ze uitbundig en op een ander lijkt ze iets te roepen; deze is m’n favoriet omdat hij in een onbewaakt moment genomen lijkt te zijn.) Sylvia was rond 1965 in haar eerste flush of fame, ze deed veel TV-werk en maakte 7 avonden in de week furore op het Lurelei-podium. Maar het zichzelf bedruipende, ongesubsidieerde Lurelei betaalde zijn eigen leden een schijntje om zo veel mogelijk geld op te kunnen te sparen; Sylvia verdiende minder dan bijv. een simpele kantoorbediende, wat ook de reden was voor haar vertrek naar Wim Kan later dat jaar.

Een oud fotoalbum ligt opengeslagen; we zien de Godfried de Groot-glamourfoto die hier al eerder langskwam (maar toen in spiegelbeeld) en een paar kiekjes uit haar acrobatentijd. De grote foto moet wel Sylvia samen met haar moeder zijn, dansend voor de Russen in Tsjechië (haar moeder stond er op hun act “de dansende zusjes” te noemen omdat ze niet te oud wilde lijken).

De radio is een Philips LX444AB uit begin jaren ’50, nu een vintage verzamelobject maar toen, met de opmars van de transistor en draagbare radio’s die écht draagbaar waren, waarschijnlijk een afdankertje.

Onder een bloemstukje zien we een authentieke oud-Hollandsche Salamander-pocket, zoals die toen bij duizenden rondzwierven in huiskamers. Om precies te zijn: Voor Wie Dit Leest (Proza en Poëzie van 1920 tot heden).

Sylvia had toen ze als 15-jarige in Nederland aankwam niet alleen een taalachterstand, ze miste ook de kennis van de hele NL culturele canon; lastig als je cabaretière wilt worden. Van sommige van haar Lurelei-teksten vol slimme verwijzingen snapte ze de helft niet; er moest dus constant bijgespijkerd worden, waarvan dit boek getuigt. Hard werken en geen geld, zegt deze foto dus. Maar evengoed knus.

Cherubijnig

Sylvia/Betty en vader
Sylvia/Betty en kater

Het is moeilijk uit te leggen waarom wij DeLeureanerts iets met Sylvia hebben. Wat maakt haar bijzonder? Columnist/dichter/mede-Sylviafan Kees Stip stipte in 1972 iets ervan aan toen hij schreef: “Ik heb het gewoon niet meer, sinds ik Sylvia de Leur en Lex Goudsmit wodka heb zien drinken in Mijn Tante Victoria. (Nvdr: Sylvia speelde nicht Betty, Lex de oude Rus Iwan Koerowski.) Het cherubijnige schepseltje hulde de Russische weemoed in een wolk van licht waarop je dagenlang kunt voortzweven.” Cherubijnig, mooi woord! Soort combinatie van cherubijn en venijnig. Een cherubijntje dat onverwachts uit de hoek komt, bijv als eerste op het NL toneel “neuken” zegt, of een hoer op leeftijd speelt, of zich bezat aan de wodka. (Ff aangenomen dat Kees Stip Sylvia bedoelde en niet Lex Goudsmit!) Helaas kunnen wij niet naast Kees plaatsnemen op die wolk van licht; alle zeven delen van de serie Mijn Tante Victoria zijn gewist, het enige wat ons rest zijn een paar fletse krantenfoto’s. Geen wodka, wel de kater. En Sylvia d’r (dubbel-)rol was haar nog wel special op het lijf geschreven door Jan Staal. Gelukkig heeft DeLeurean nu foto’s van goeie kwaliteit van MTV (Mijn Tante Victoria, dus) opgesnord, geschoten door Ernst Nieuwenhuis. Het gekke is dat Sylvia en Lex er heel anders uitzien dan op de bekende foto’s van de serie: hier zijn ze in jaren ’20-stijl, en bovendien poseren ipv acteren ze. Een flashback naar de jonge tante Victoria? (De oude werd door Mary Dresselhuys gespeeld.) Maakt niet uit, het zijn leuke foto’s.

Piepkuiken 2

Het meisje zonder botten

Een goeie manier om aan nooit eerder vertoonde (of in dit geval: 1x ooit eerder vertoonde) historische Sylvia-foto’s te komen is de intro’s van tv-programma’s waar ze te gast was op te zoeken. In de inleiding van Om met Ischa te spreken (1974) komen een paar mooie oude kiekjes langs, zoals die hierboven van Slangenmens Sylvia, al eens een paar keer in de krant afgedrukt maar hier betere kwaliteit. En behoorlijk flabbergasted was ik bij het zien van de volgende twee plaatjes…

Sylvia op d’r Tsjechische artiestenpas en als goochelaarsassistente, beide rond 1947. De goochelaar heette Lev Blaha, hij was 20 (al lijkt hij ouder) en Sylvia was heimelijk verliefd op ‘m. Lev zou later net als Syl naar het westen verhuizen en in Duitsland redelijk bekend worden.

In Astrid Joosten’s Show van je leven (1996) zien we ook een mooie selectie, helaas met een afschuwelijk fisheye-effect er overheen gegooid (tja, de jaren ’90), dat ik in Photoshop heb getracht te ont-fisheyen.

Als Volendammertje, jaaaaren vóór De Witte Piet; een glamourfoto uit de jaren ’50, zo te zien van Godfried de Groot; en… heeft Syl hier een grap uitgehaald met de redaktie van het programma? Dit is duidelijk niet Sylvia, maar een foto uit Hé Kijk Mij Nou die de jonge Caroline Duwaard voorstelt (de “oude” werd wel door haar gespeeld).

Rififi in de Staats

Ik hou van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, het is m’n tweede thuis want m’n vriendin woont er. Ooit verkrot punkers- en krakersbolwerk, nu ondanks gedeeltes nieuwbouw nog altijd sfeervol en (nog) niet helemaal veryuppie/-hipster/-airbnb’d. Afgelopen zaterdag, in de Staatsliedenbuurt natuurlijk, de Staats-docu Waar de Ratten Koning Zijn van Barbara den Uyl gezien, waarin weer eens duidelijk werd dat nog niet lang geleden naast figuurlijke ratten ook echte ratten vrij spel hadden in A’dam; het stikte van de ruïnes, krotten en afbraakwoningen. De makers van de crimi-film Rififi In Amsterdam maakten in 1962 dankbaar gebruik van deze algehele brokkeligheid, er komt een hoop mooie ruïneporno in langs. Sylvia heeft hier haar eerste filmrolletje, ze is de verloofde van inspecteur Geesink (gespeeld door Anton!). Plaats van handeling is de Kemperstraat, Bas (of Bosch) Kemperstraat zoals Anton G zegt, maar die bestaat niet, wel de Joan Melchior Kemperstraat. In de Staatsliedenbuurt! Voer de straat in op Google Streetview en je komt patsboem precies voor het goeie huis te staan, nummer 82, bijna niks veranderd, waar boef-met-een-gouden-hart Maxim Hamel (broer van Jules/Sjaak, Sylvia d’r pooier in Wat Zien Ik?) zich verschuilt. (Het huis aan de overkant, waar Sylvia en Anton zitten, is ondertussen wel gesloopt en vervangen door nieuwbouw.) Hier de adembenemende scène met Anton en Sylvia:

Het artiestenbestaan was (nog) geen vetpot voor Sylvia; het broekpak dat ze hier draagt zien we ruim een jaar later weer terug op de hoes van de eerste Lurelei-plaat (maar ’t staat haar erg leuk, dat wel). Er is geen groot acteur aan Anton Geesink verloren gegaan, al speelde hij drie jaar later nog eens Samson (de man, niet de hond) in de Italiaanse film Gideon & Samson. Let ook op hoe de vermomde Maxim Hamel en Jan Blaaser na de Kemperstraatscène langs het Haarlemmerplein lopen, maar naar de Staatsliedenbuurt toe ipv er vandaan!

Anton als Samson
Maxim, Rijk en Jan B
Willy Alberti en wie is die accordeonist met de geweldige karakterkop?
Mooi shot van de fameuze Phonobar, hoek Thorbeckeplein/ Herengracht

(P.S.: Nog twee Staatsliedenbuurtfilmweetjes: de Ratten-film werd vertoond in de Tweede Nassau-ateliers, waar ooit de atelierscènes van Turks Fruit werden gefilmd, én waar Herman Makkink zijn Rocking Machine, de grote penissculptuur uit Clockwork Orange, heeft gemaakt!)