Rififi in de Staats

Ik hou van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, het is m’n tweede thuis want m’n vriendin woont er. Ooit verkrot punkers- en krakersbolwerk, nu ondanks gedeeltes nieuwbouw nog altijd sfeervol en (nog) niet helemaal veryuppie/-hipster/-airbnb’d. Afgelopen zaterdag, in de Staatsliedenbuurt natuurlijk, de Staats-docu Waar de Ratten Koning Zijn van Barbara den Uyl gezien, waarin weer eens duidelijk werd dat nog niet lang geleden naast figuurlijke ratten ook echte ratten vrij spel hadden in A’dam; het stikte van de ruïnes, krotten en afbraakwoningen. De makers van de crimi-film Rififi In Amsterdam maakten in 1962 dankbaar gebruik van deze algehele brokkeligheid, er komt een hoop mooie ruïneporno in langs. Sylvia heeft hier haar eerste filmrolletje, ze is de verloofde van inspecteur Geesink (gespeeld door Anton!). Plaats van handeling is de Kemperstraat, Bas (of Bosch) Kemperstraat zoals Anton G zegt, maar die bestaat niet, wel de Joan Melchior Kemperstraat. In de Staatsliedenbuurt! Voer de straat in op Google Streetview en je komt patsboem precies voor het goeie huis te staan, nummer 82, bijna niks veranderd, waar boef-met-een-gouden-hart Maxim Hamel (broer van Jules/Sjaak, Sylvia d’r pooier in Wat Zien Ik?) zich verschuilt. (Het huis aan de overkant, waar Sylvia en Anton zitten, is ondertussen wel gesloopt en vervangen door nieuwbouw.) Hier de adembenemende scène met Anton en Sylvia:

Het artiestenbestaan was (nog) geen vetpot voor Sylvia; het broekpak dat ze hier draagt zien we ruim een jaar later weer terug op de hoes van de eerste Lurelei-plaat (maar ’t staat haar erg leuk, dat wel). Er is geen groot acteur aan Anton Geesink verloren gegaan, al speelde hij drie jaar later nog eens Samson (de man, niet de hond) in de Italiaanse film Gideon & Samson. Let ook op hoe de vermomde Maxim Hamel en Jan Blaaser na de Kemperstraatscène langs het Haarlemmerplein lopen, maar naar de Staatsliedenbuurt toe ipv er vandaan!

Anton als Samson
Maxim, Rijk en Jan B
Willy Alberti en wie is die accordeonist met de geweldige karakterkop?
Mooi shot van de fameuze Phonobar, hoek Thorbeckeplein/ Herengracht

(P.S.: Nog twee Staatsliedenbuurtfilmweetjes: de Ratten-film werd vertoond in de Tweede Nassau-ateliers, waar ooit de atelierscènes van Turks Fruit werden gefilmd, én waar Herman Makkink zijn Rocking Machine, de grote penissculptuur uit Clockwork Orange, heeft gemaakt!)

Blonde on blonde

Alweer een mooie petfoto!

Het was erg verwarrend om de roodharige Ronnie Bierman Blonde Greet te laten spelen, bleek in 1971 bij de eerste berichten die verschenen over het in de maak zijnde Wat Zien Ik? De Telegraaf had de primeur maar noemde de verkeerde actrice; blonde Sylvia speelde Nel/ “haar van boven”. Ook Simon van Collem haalde de ene Blonde en de andere blonde door elkaar in zijn (op snode wijze door DeLeurean verkregen en hieronder voor uw kijkplezier geplaatste) Avroskoop-reportage op de filmset, waarbij hij getuige was van een van de heftiger scenes. Grappig om te zien hoe houtje-touwtje ze te werk gingen (des te knapper het mooie camerawerk van Jan de Bont). Ook interessant: in het interviewtje met Van Collem blijft Ronnie Bierman een rol spelen; Sylvia komt voor zijn microfoon juist heel anders over dan wanneer ze acteert, haar oogopslag is anders en ze praat serieus en bedachtzaam. En kauwt kauwgum (ze was fanatiek kauwster want goed voor de articulatie). En dat van dat “suikergoed en marsepein”…? Ze zat in gedachten misschien nog bij de Witte Piet...

Sylvia en Ronnie kon het worst wezen wie wie was in de film, ze waren al blij dat ze er samen in speelden. Ronnie: “Wat ik zo vreselijk geweldig vind, is dat Sylvia de Leur Haar van Boven is geworden. We kennen elkaar al van jaren geleden uit het tv-programma Music Hall. Het zat meteen goed tussen ons en we zijn gezworen kameraden geworden. We zien elkaar vaak, woonden vroeger dicht bij elkaar en nu weer, nu we allebei een nieuw huis hebben. We schilderen wat af samen. Twee mooie gilmeiden hoor. Als we telefoneren duurt het een uur, daar krijg je dan zo’n rood, heet oor van. We hebben samen ook eens een niet-eensgezinde Siamese tweeling gedaan, samen in een jurk en iedere helft wou wat anders. We hebben ons gek gelachen.” (Parool, 1971)

5 minutes of fame

Hoewel Sylvia niet langer dan zo’n vijf minuten in De Inbreker voorkomt, kreeg ze op de posters top billing naast hoofdrolspelers Rijk en Willeke. Het was dan ook net na haar grote filmdoorbraak in Wat Zien Ik? “Mijn functie in de film is eigenlijk ondefinieerbaar. Ik had het idee dat ik er niet in hoefde te zijn. Ik speel een soort Fellinihoer. Ik moet een beetje door de film heensuizen, misschien voor de vrolijke noot,” deed ze haar rolletje af. Maar ondanks dat ze er “niet in hoefde te zijn”, zijn haar twee à drie scenes nog het meest iconisch aan de film gebleken. De buitenaardse suikerspin op haar hoofd, de droogkap, de jaren ’70-draaistoel en last but not least haar gezicht… Daarom hier wat plaatjes, die zeggen meer dan…

Nucleaire stofdoek

Net als in de jaren tachtig werd er begin jaren zestig volop gedemonstreerd tegen kernwapens. Menig cabaretier sprong dan ook op de rijdende trein met een antikernwapennummer. Niet Lurelei, daar was het nooit zo simpel en zwartwit; zij kwamen op de proppen met Sterke Armen, waarin Sylvia aan sit-down demonstraties meedoet omdat ze het lekker vindt door de sterke arm weggesleept te worden. In tegenstelling tot in de jaren tachtig had men in de jaren ’50/’60 nog geen duidelijk idee van wat nou écht de gevolgen van een kernbom waren. Men werd geleerd onder de tafel te gaan zitten en zo. De Engelse film The War Game (1962) veranderde dit; hier zag men voor het eerst (geacteerd dan) de vreselijke effecten niet alleen van de explosie, maar ook van de radioactieve straling. Student medicijnen Aart Gisolf zag de film in Engeland en besloot met twee vrienden een soortgelijke film te maken om de Nederlanders voor te lichten. Dat geen van allen ooit gefilmd had mocht niet deren. Het bleek moeilijk om verschijnselen als straling en fallout uit te beelden; ze probeerden wat met een fotomodel die d’r net gekamde haar bij een waterstraal hield, en voor fallout kwam iemand op het geniale idee om een stofdoek uit te laten slaan. Dat kon Aart z’n vrouw wel doen, die was tenslotte  “cabaretière”. En zo geschiedde het dat Sylvia op een zomerdag in 1966 haar tweede filmrolletje ooit speelde…

Dwz, tweede filmrolletje als de film ooit was afgemaakt; na vier jaar sporadische filmactiviteit gooiden de drie de handdoek in de ring. Dankzij het stofdoekshot weten we nu wel dat Sylvia op dat moment op Westermarkt 12 woonde (die muurankers zitten er nog steeds), waar nu dagelijks duizenden toeristen staan te wachten om het Anne Frank-huis in te mogen… niet wetend dat ze gewoon pal voor het Sylvia de Leur-huis staan!

Sylvia, Westermarkt

Hier een mooie Andere Tijden over de film die niet kwam:

https://anderetijden.nl/programma/1/Andere-Tijden/aflevering/440/Atoombom-op-de-Dam

Hier dan: Bierman!

Er zijn vele varianten op de Wat Zien Ik?-filmposter, maar deze is m’n favoriet.

“…En als u oplet ziet u hier dan, een heel nieuw gezicht en dat hoort bij Ronnie Bierman!” Met dit kreupelrijm introduceerden Rijk en Sylvia de toen 24-jarige Ronnie in Avro Music Hall. Ronnie was net als Sylvia zijdelings het theater binnengedrongen; was Sylvia in de make-up begonnen, Ronnie maakte poppen in de animatiestudio van Joop Geesink. Geesink staat nu vooral bekend om z’n ietwat lullige Loeki-filmpjes, maar hij leerde het vak van de geniale Hongaarse animator George Pal, de uitvinder van de “replacement puppet”-animatie waarbij voor 1 shot tot tientallen verschillende hoofden gemaakt moesten worden. Werk zat dus voor Ronnie.

George Pal-animatiepoppenhoofden

Fast forward naar 1970 en we zien, of beter gezegd horen Ronnie en Sylvia weer samen, in een heel ander soort poppenfilm: de Fabeltjeskrant-bioscoopfilm De Onkruidzaaiers. Twintig jaar vóór ZaZa Zebra en Isadora Paradijsvogel de TV-Fabeltjeskrant binnenliepen kaartte deze film al de allochtonenkwestie aan. Soort van. Het verhaal is een beetje rommelig maar het komt er op neer dat een torrenkolonie het dierenbos inpikt als Juffrouw Ooievaar en consorten op kamp zijn. Door een misverstand met een exploderende stoommachine komt er ruzie, die aan het eind bijgelegd wordt. Het is niet echt duidelijk wat de moraal is en wat de torren voor moeten stellen; hun koppen lijken wat op Duitse helmen maar ze hebben ook iets van zigeuners, vooral de danseres Termita wier door Ronnie ingezongen liedje (zie onder, op 19:53) eigenlijk het hoogtepunt van de film is. (Sylvia’s Oma Tor-stemmetje is een soort voorloper van de oma uit De Familie Knots.)

Het jaar daarop zou Wat Zien Ik? de grote doorbraak betekenen voor Ronnie en Sylvia, maar terwijl Sylvia een soort professionele BN’er werd hield Ronnie zich ver van publiciteit en bekendheid. Zoals zoveel goeie vrienden van Sylvia stierf ze veel te jong, in 1984 op 45-jarige leeftijd. Hier nog even Ronnie in Music Hall in 1963, jong, mooi en sassy:

Puur natuur

1975 was een persoonlijk rampjaar voor Sylvia maar gaf haar wel de eerste (en enige) serieuze filmrol die ze altijd wilde: Charlot, zus van Pallieter in de gelijknamige Vlaamse film. Ze moest alleen wel even Vlaams leren spreken, eitje voor Sylvia die tenslotte op haar zestiende pas Nederlands leerde. En haar rol als godvrezende vrouw anno 1910 eiste een volkomen makeup-loos gezicht, iets waar de media toen nogal een ding van maakten: Sylvia zoals u haar nog nooit eerder heeft gezien! Nou nou, ze speelde toch niet alléén maar hoeren, dacht ik, maar Sylvia-puur-natuur maakt inderdaad een aangrijpend verschil. Het is alsof haar van oudsher royaal aangebrachte makeuplaag als een soort masker diende (om maar es de psycholoog uit te hangen), en we haar hier opeens in het écht zien.

Hoofdpersoon Pallieter, flierefluiter en natuurmens, werd wel een hippie avant la lettre genoemd, ikzelf vind ‘m eerder een soort naar 1910 getransplanteerde verwende jaren ’70-rockster: knappe man met wapperende lange haren, voert geen flikker uit, wordt op zijn wenken bediend door zijn zus, zegt en doet wat hij wil, krijgt het meisje dat hij wil; een onuitstaanbaar type dus eigenlijk. Sylvia/Charlot is andere koek, juist haar tweestrijd tussen God en de levensstijl van haar broer geeft de film vleugels (is het toeval dat de vliegmasjien in de film SYL heet?). Ondanks haar ellende en verdriet in die tijd moet ze blij zijn geweest dat ze eindelijk eens in een goeie film mocht spelen. Het acteerwerk en de dialogen (van de hand van Hugo Claus) zijn super en de komische momenten (zoals met de blinde drie koningen die aan de deur komen) schrijnend-komisch ipv kolderiek zoals meestal in NL films. En makeuploze Sylvia is hier mooier dan ooit. (Mooi ipv knap; Jacqueline Rommerts die Pallieter’s vrouw speelt is knap, maar ook van bordkarton.)

SYL!

Sylvia, the movie!

Hier is ie dan, m’n complete opzet voor de Sylvia-biopic! Of eigenlijk half biopic half fantasie. Komt ie: man, type filmnerd, kamer vol dvd’s en posters, kijkt naar scene uit Wat Zien Ik; hij heeft de scene vele keren gezien want hij zegt zelf de tekst op. Een fan dus. Loopt door de keukendeur en zit opeens in Duitsland in 1945. Hij is los van de tijd geraakt net als Billy Pilgrim in Slaughterhouse 5. Hij zit in een overvolle trein, naast hem een meisje genaamd Sylvia. Hij krijgt te horen (visioen? stem?) dat hij aangesteld is als beschermengel van het meisje. Hij legt de trein stil precies wanneer ze in Dresden een tunnel in rijden en redt daarmee Sylvia d’r leven; als ze uit de trein komen blijkt de stad platgebombardeerd. Gedurende de film komt hij zo steeds op cruciale momenten in Sylvia’s leven terecht. Zonder dat zij het door heeft helpt hij haar met van alles: tijdens haar eerste tv-optreden schakelt hij de tv in huize Eric Herfst bijv over naar het goeie net (waren er toen al 2 netten?), waarop hij haar vraagt voor Lurelei. Als Herfst later vlak vóór de tv-opvoering van Sylvia d’r Lurelei-prijsnummer Tango Mortale nog op de wc zit wordt onze hoofdpersoon het podium opgeduwd om met Sylvia de tango te dansen (niemand heeft door dat hij Eric niet is, op het camerascherm zie je Eric ipv hem, of zoiets).

Maar gaandeweg blijkt dat er grenzen zijn aan zijn krachten. Hij leest het krantenbericht van een vreselijke gebeurtenis die plaatsvond op 26 maart 1975. Wil daar een stokje voor steken maar het beschermengelen-hoofdkantoor (morsig overvol jaren ’70-kantoor?) verbiedt het hem omdat het niet om Sylvia gaat maar om haar zoon. Steekt het krantenknipsel toch bij zich. Merkt na verloop van tijd dat hij op de fatale dag terechtgekomen is; spoedt zich naar de plek des onheils maar kan het ongeluk net niet afwenden. Depressief zwerft hij rond van kroeg naar kroeg en van tijd naar tijd; in een artiestencafe in de jaren ’80 spreekt een vrouw hem aan. Het is Sylvia! Dankzij een 21e eeuws gezichtsattribuut (piercing? hipsterbaard?) denkt ze dat hij een mede-artiest is die net van een opvoering komt. Ze raken voor het eerst écht in gesprek. Sylvia blijkt, na jaren van dwangmatig werken om d’r verdriet te verdringen, vrede te hebben gevonden met haar lot. Net als de Tralfamadoriërs in Slaughterhouse 5 gelooft ze dat heden, verleden en toekomst al vaststaan, daarmee onze beschermengel vrijpleitend. Zoiets dus. Past ook helemaal in de oude-beelden-naspeelrage van nu (Bohemian Rhapsody en zo). Ik hoef er niks voor te hebben, maak die film nou maar gewoon, zet er maar NAAR EEN IDEE VAN DELEUREAN bij.

(P.S. bij herlezing: nee, er waren in 1962 nog niet 2 televisienetten, Nederland 2 werd in 1964 ingewijd met een rechtstreeks programma van… Lurelei!!)

Seks met kaa es

Sylvia was de eerste ooit die op het Nederlandse toneel het woord NEUKEN zei. Het was 1964, in een Lureleinummer waarin ze uit Ik Jan Cremer voorlas (het Lureleiprogramma in kwestie heette in navolging van die “onverbiddelijke bestseller” Wij Lurelei).

“Begin jaren zestig was het nog pornografie, ik zag er huizenhoog tegenop. ‘Doe’k niet, jongens’, zei ik tegen Eric Herfst en Guus Vleugel. Die twee boetseerden me er toch naartoe: neuken, neuken! En dan stonden ze achter in de zaal op te letten of ik het wel duidelijk uitsprak en of het wel luid genoeg was, want ik had de neiging om het een beetje binnensmonds te zeggen.”

Sylvia was dus medeschuldig aan die hele sexuele revolutie waardoor binnen een paar jaar “sex mag niet!” veranderde in “seks (met kaa es) MOET, altijd, overal en met iedereen!” Maar om met Herman Finkers te spreken: altijd sex? Je wilt ook wel eens een hapje eet’n. Het zou dan ook niet lang duren voordat deze nieuwe seksuweele moraal op de hak werd genomen. Door Sylvia! In de film Daniël, één van haar drie films uit 1971 die haar filmster-voor-1-jaar maakten.

“Sylvia speelt weer het gekke vrouwtje”, aldus een krant uit die tijd. Ze hebben het mis, Sylvia is juist één van de weinige (min of meer) normale figuren in deze kluchtige film waarin zowel de vrijgevochten sex-geobsedeerde ouders van hoofdpersoon Daniël als de gereformeerde boeren waar hij z’n toevlucht zoekt karikaturen zijn. Sylvia speelt Ida, een alleenstaande ex-stadshippie die in het boerendorp met de nek wordt aangekeken en voor hoer uitgemaakt, al houdt ze zich vnl bezig met schilderen en blowen. Als Daniël bij Ida langsgaat worden ze afgeluisterd door Daniel’s ouders die hopen dat hij het eindelijk “gaat doen”; Daniël en Ida consumeren alleen een joint en liggen stoned wat met de benen te trappelen waarop vader en moeder elkaar in triomf hi-fiven en uitroepen “Wat is seks met kaa es toch prachtig!”