Hoewel een uitstekend realistisch tekenaar, werd Wouter Lap vooral bekend door zijn karikaturale MAD-voorkanten en Panorama-achterkanten. “Elke week een nieuw gezicht, wie heeft dat tegenwoordig nog?” adverteerde de Panorama in 1973, toen hij z’n reeks BN’er-tekeningen begon. Wat zijn Sylvia betreft was Wouter niet erg bij de tijd; deze lijkt meer op de chubby eind jaren ’60-Syl dan op die van 1973 (zie ook de letters “CABARET”, dat maakte ze sinds 1968 al niet meer).
Joop van Bilsen kiekte Sylvia thuis op de bank voor een Parool-interview, april 1965. Omdat de foto in hoge resolutie op wikimedia te vinden is geeft het een fascinerend inkijkje in haar leven. Op het eerste gezicht heeft het een mooi jaren ’60-sfeertje, maar je ziet ook dat ze het niet breed hadden; er ligt een deken over de bank (op een andere foto piept er net een stuk versleten bank onder uit) en het tafeltje rechts is als je beter kijkt eigenlijk geen tafeltje maar een plank die aan één uiteinde op de bank rust.
(Er zijn drie foto’s, op één lacht ze uitbundig en op een ander lijkt ze iets te roepen; deze is m’n favoriet omdat hij in een onbewaakt moment genomen lijkt te zijn.) Sylvia was rond 1965 in haar eerste flush of fame, ze deed veel TV-werk en maakte 7 avonden in de week furore op het Lurelei-podium. Maar het zichzelf bedruipende, ongesubsidieerde Lurelei betaalde zijn eigen leden een schijntje om zo veel mogelijk geld op te kunnen te sparen; Sylvia verdiende minder dan bijv. een simpele kantoorbediende, wat ook de reden was voor haar vertrek naar Wim Kan later dat jaar.
Een oud fotoalbum ligt opengeslagen; we zien de Godfried de Groot-glamourfoto die hier al eerder langskwam (maar toen in spiegelbeeld) en een paar kiekjes uit haar acrobatentijd. De grote foto moet wel Sylvia samen met haar moeder zijn, dansend voor de Russen in Tsjechië (haar moeder stond er op hun act “de dansende zusjes” te noemen omdat ze niet te oud wilde lijken).
De radio is een Philips LX444AB uit begin jaren ’50, nu een vintage verzamelobject maar toen, met de opmars van de transistor en draagbare radio’s die écht draagbaar waren, waarschijnlijk een afdankertje.
Onder een bloemstukje zien we een authentieke oud-Hollandsche Salamander-pocket, zoals die toen bij duizenden rondzwierven in huiskamers. Om precies te zijn: Voor Wie Dit Leest (Proza en Poëzie van 1920 tot heden).
Sylvia had toen ze als 15-jarige in Nederland aankwam niet alleen een taalachterstand, ze miste ook de kennis van de hele NL culturele canon; lastig als je cabaretière wilt worden. Van sommige van haar Lurelei-teksten vol slimme verwijzingen snapte ze de helft niet; er moest dus constant bijgespijkerd worden, waarvan dit boek getuigt. Hard werken en geen geld, zegt deze foto dus. Maar evengoed knus.
Paisley Psylvia! Met Lurelei in de tv-studio, 1965
“Ik herinner me nog dat we ons daar in dat piepkleine zaaltje aan de Leidsekade voor aanvang van de jaarlijkse première verkneukelden over wat we te zien en te horen zouden krijgen. Vooral het programma waaraan de onvergetelijke Leen Jongewaard en Sylvia de Leur meewerkten was zo verschrikkelijk goed en geestig. Wekenlang teerde je nog op de herinnering van al die grappige en gemene nummers. Het nummer waarin Leen Jongewaard vanuit een vuilnisbak het moderne toneelrepertoire op de hak nam zal ik nooit vergeten. En Eric Herfst met zijn clowneske gezicht in combinatie met Sylvia de Leur, aan wie ook iets van het circus kleefde; als je hen bezig zag was dat van grote schoonheid.” Dit schrijft Marjan Berk, zelf later ook Lureleister, in haar boek Memoires van een dame uit de goot van het amusement (het tweedehands bij bol.com bestelde exemplaar waar ik dit uit heb overgetypt komt zo te zien en ruiken trouwens ook uit de goot van het amusement, maar dit terzijde). Het is interessant dat, ondanks de waardering van collega’s en publiek, Sylvia er in de cabaretgeschiedschrijving bekaaid van afkomt; áls Lurelei al een halve bladzijde krijgt wordt zij niet, of even snel in het voorbijgaan genoemd. Volgens mij komt dat omdat ze eigenlijk altijd een outsider is geweest, ze maakte geen deel uit van die typisch Nederlandsige aardappel-in-de-keel/vibrato/grote gebaren/grote ogen-cabarettraditie. En hoewel Lurelei altijd wordt geprezen om de scherpe (en lange) teksten van Guus Vleugel, waren hun succesnummers met Sylvia zoals Tango Mortale en Sto Mpazari vrijwel woordeloos (iig Nederlandse woorden-loos). Zoals Marjan Berk al zei: Sylvia was meer van het circus (of varieté eigenlijk) dan van het cabaret.
Hoewel Lurelei al enkele jaren furore maakten in het theater, braken ze pas echt nationaal door toen ze eind 1964 hun eigen tv-programma kregen bij de VARA. De eerste twee afleveringen zijn bewaard gebleven en zwerven in stukken en brokken op youtube rond; de derde aflevering werd afgelast omdat de omroep bezwaar had tegen sommige teksten, o.a. van het Jan Cremer-liedje van Sylvia. April 1965 kwam er uiteindelijk nog een aflevering, maar die is wsch niet bewaard gebleven. Welke nummers zouden ze gedaan hebben? Ik denk in ieder geval Begraven is goedkoper dan U denkt, aan de telefoon op de foto hierboven te zien. En vast ook het huzarenstuk Botanisch Twistgesprek waarin Leen, met Sylvia dansend, een tekst met 110 obscure plantennamen zingt. DeLeurean heeft nl. speciaal voor u een (oude) Revue uit dezelfde maand opgesnord waarin Leen en Syl op een paar mooie kleurenfoto’s de botanische tango uitvoeren; het blad begaat helaas de onvergeeflijke fout het lied aan Guus Vleugel toe te schrijven ipv aan Drs. P!
Foto ooit ergens op het interweb gevonden maar weet niet meer waar vandaan, kan dus niet de naam v/d fotograaf geven. Sylvia zoals mijn generatie zich haar herinnert: een knappe veertiger (op 1 of andere manier zag ze er in de jaren ’70 vaak jonger/ losser uit dan in de ’60s).
Blonder and blonder: Kim Shattuck, Sylvia, Oom Martin
Werd vanochtend wakker met het nieuws dat Kim Shattuck op 56-jarige leeftijd aan ALS is overleden. Kim wie? Zangeres van the Muffs en één van de beste songschrijvers van mijn generatie. Het lijkt wel of je steeds meer over ALS hoort. Toen Sylvia de Leur er in 2006 aan overleed had nog niemand van de ziekte gehoord. Een paar jaar later kreeg mijn jongste oom Martin Veerman de diagnose/ het doodvonnis voor zijn kiezen. Nadat hij in 2013 aan de ziekte was bezweken kwam er een boek uit waarin Eddy Veerman (geen familie) hem in zijn laatste jaren op de voet volgt; het boek ALS Je Dit Leest is aangrijpend maar ook bij vlagen humoristisch, en de opbrengst gaat bovendien naar ALS-research:
Oom Martin werd 58, Kim Shattuck 56, dat is geen leeftijd om te gaan. Sylvia was op haar 56ste gelukkig nog in de kracht van haar leven, ze speelde in de Annie M.G. Schmidt-serie Beppie en leende haar stem aan Freek de Jonge’s De Goeroe En De Dissident, maar macaber genoeg bij Freek als stervende vrouw en in Beppie als overleden vrouw! Net als het boek over m’n oom Martin is haar scene met Freek (haar stem was van tevoren opgenomen dus strikt gezien speelt ze niet mee) aangrijpend, tragisch en grappig tegelijk (link werkt nu, alleen audio):
Zoals we eerder zagen begon Sylvia ooit haar TV-carriere bij de toen nog brave Vrijzinnig Protestantse jaren ’50-VPRO. Maar ook bij de latere anarchistische Vrij ONzinnige VPRO was ze van de partij zoals uit dit filmpje blijkt, fragment uit het programma Thema 1: Communicatie Weetjewel uit 1969 (of ze het nog tot Thema 2, 3 of 4 hebben geschopt is niet bekend). Ik bescheurde me om het stukje waarin Syl en een piepjonge Paul Haenen een voorbijganger op straat overreden de inhoud van z’n koffer te laten zien; een soort profetische voorbode van de TV van nu waar iedereen dagelijks z’n vuile was tentoonspreidt. (Let trouwens op de drie verschillende hoofddeksels; Sylvia was naar het schijnt een soort Imelda Marcos maar dan met petten en mutsen!)
Het is moeilijk uit te leggen waarom wij DeLeureanerts iets met Sylvia hebben. Wat maakt haar bijzonder? Columnist/dichter/mede-Sylviafan Kees Stip stipte in 1972 iets ervan aan toen hij schreef: “Ik heb het gewoon niet meer, sinds ik Sylvia de Leur en Lex Goudsmit wodka heb zien drinken in Mijn Tante Victoria. (Nvdr: Sylvia speelde nicht Betty, Lex de oude Rus Iwan Koerowski.) Het cherubijnige schepseltje hulde de Russische weemoed in een wolk van licht waarop je dagenlang kunt voortzweven.” Cherubijnig, mooi woord! Soort combinatie van cherubijn en venijnig. Een cherubijntje dat onverwachts uit de hoek komt, bijv als eerste op het NL toneel “neuken” zegt, of een hoer op leeftijd speelt, of zich bezat aan de wodka. (Ff aangenomen dat Kees Stip Sylvia bedoelde en niet Lex Goudsmit!) Helaas kunnen wij niet naast Kees plaatsnemen op die wolk van licht; alle zeven delen van de serie Mijn Tante Victoria zijn gewist, het enige wat ons rest zijn een paar fletse krantenfoto’s. Geen wodka, wel de kater. En Sylvia d’r (dubbel-)rol was haar nog wel special op het lijf geschreven door Jan Staal. Gelukkig heeft DeLeurean nu foto’s van goeie kwaliteit van MTV (Mijn Tante Victoria, dus) opgesnord, geschoten door Ernst Nieuwenhuis. Het gekke is dat Sylvia en Lex er heel anders uitzien dan op de bekende foto’s van de serie: hier zijn ze in jaren ’20-stijl, en bovendien poseren ipv acteren ze. Een flashback naar de jonge tante Victoria? (De oude werd door Mary Dresselhuys gespeeld.) Maakt niet uit, het zijn leuke foto’s.
Een goeie manier om aan nooit eerder vertoonde (of in dit geval: 1x ooit eerder vertoonde) historische Sylvia-foto’s te komen is de intro’s van tv-programma’s waar ze te gast was op te zoeken. In de inleiding van Om met Ischa te spreken (1974) komen een paar mooie oude kiekjes langs, zoals die hierboven van Slangenmens Sylvia, al eens een paar keer in de krant afgedrukt maar hier betere kwaliteit. En behoorlijk flabbergasted was ik bij het zien van de volgende twee plaatjes…
Sylvia op d’r Tsjechische artiestenpas en als goochelaarsassistente, beide rond 1947. De goochelaar heette Lev Blaha, hij was 20 (al lijkt hij ouder) en Sylvia was heimelijk verliefd op ‘m. Lev zou later net als Syl naar het westen verhuizen en in Duitsland redelijk bekend worden.
In Astrid Joosten’s Show van je leven (1996) zien we ook een mooie selectie, helaas met een afschuwelijk fisheye-effect er overheen gegooid (tja, de jaren ’90), dat ik in Photoshop heb getracht te ont-fisheyen.
Als Volendammertje, jaaaaren vóór De Witte Piet; een glamourfoto uit de jaren ’50, zo te zien van Godfried de Groot; en… heeft Syl hier een grap uitgehaald met de redaktie van het programma? Dit is duidelijk niet Sylvia, maar een foto uit Hé Kijk Mij Nou die de jonge Caroline Duwaard voorstelt (de “oude” werd wel door haar gespeeld).
Ik hou van de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, het is m’n tweede thuis want m’n vriendin woont er. Ooit verkrot punkers- en krakersbolwerk, nu ondanks gedeeltes nieuwbouw nog altijd sfeervol en (nog) niet helemaal veryuppie/-hipster/-airbnb’d. Afgelopen zaterdag, in de Staatsliedenbuurt natuurlijk, de Staats-docu Waar de Ratten Koning Zijn van Barbara den Uyl gezien, waarin weer eens duidelijk werd dat nog niet lang geleden naast figuurlijke ratten ook echte ratten vrij spel hadden in A’dam; het stikte van de ruïnes, krotten en afbraakwoningen. De makers van de crimi-film Rififi In Amsterdam maakten in 1962 dankbaar gebruik van deze algehele brokkeligheid, er komt een hoop mooie ruïneporno in langs. Sylvia heeft hier haar eerste filmrolletje, ze is de verloofde van inspecteur Geesink (gespeeld door Anton!). Plaats van handeling is de Kemperstraat, Bas (of Bosch) Kemperstraat zoals Anton G zegt, maar die bestaat niet, wel de Joan Melchior Kemperstraat. In de Staatsliedenbuurt! Voer de straat in op Google Streetview en je komt patsboem precies voor het goeie huis te staan, nummer 82, bijna niks veranderd, waar boef-met-een-gouden-hart Maxim Hamel (broer van Jules/Sjaak, Sylvia d’r pooier in Wat Zien Ik?) zich verschuilt. (Het huis aan de overkant, waar Sylvia en Anton zitten, is ondertussen wel gesloopt en vervangen door nieuwbouw.) Hier de adembenemende scène met Anton en Sylvia:
Het artiestenbestaan was (nog) geen vetpot voor Sylvia; het broekpak dat ze hier draagt zien we ruim een jaar later weer terug op de hoes van de eerste Lurelei-plaat (maar ’t staat haar erg leuk, dat wel). Er is geen groot acteur aan Anton Geesink verloren gegaan, al speelde hij drie jaar later nog eens Samson (de man, niet de hond) in de Italiaanse film Gideon & Samson. Let ook op hoe de vermomde Maxim Hamel en Jan Blaaser na de Kemperstraatscène langs het Haarlemmerplein lopen, maar naar de Staatsliedenbuurt toe ipv er vandaan!
Anton als SamsonMaxim, Rijk en Jan BWilly Alberti en wie is die accordeonist met de geweldige karakterkop?Mooi shot van de fameuze Phonobar, hoek Thorbeckeplein/ Herengracht
(P.S.: Nog twee Staatsliedenbuurtfilmweetjes: de Ratten-film werd vertoond in de Tweede Nassau-ateliers, waar ooit de atelierscènes van Turks Fruit werden gefilmd, én waar Herman Makkink zijn Rocking Machine, de grote penissculptuur uit Clockwork Orange, heeft gemaakt!)