
Omdat de onvolprezen radioshow van Vic van de Reijt en Frits Jonker komend weekend in het teken van Rijk de Gooyer zal staan, hier vandaag een Rijk-post. Sylvia en Rijk, ze hebben heel veel samen gedaan, te veel om op te noemen, een snelle greep: Avro Music Hall, Nationaal Allerlei, De Inbreker, Een van de Acht… (Gek genoeg had Syl maar 1x een klein rolletje in de legendarische Johnny en Rijk-TV-show, alleen een foto van bewaard gebleven:)

De meest legendarische Sylvia en Rijk-scène is natuurlijk die in de film De Mantel Der Liefde, het op de Tien Geboden gebaseerde, door regisseur Adriaan Ditvoorst zelf gefinancierde filmmozaïek uit 1978. De scene komt regelmatig langs op internet/youtube; een Engelse punkband heeft ‘m zelfs verwerkt in een videoclip. Syl en Rijk spelen een kijvend stel in een deprimerend flatje; ze deden dat al eens eerder, in 1963 in Avro Music Hall, alleen was Rijk toen een amateurgoochelaar die zijn vrouw liet zweven…


Vijftien jaar later in De Mantel Der Liefde laat Rijk iets anders zweven, nl. een televisietoestel, het raam uit…



De buurvrouw, gespeeld door Yanaika Lempers, snelt te hulp en maakt doorgedraaide werkloze Cor met een goedgemikte bijlslag onschadelijk.


Yanaika Lempers stond bekend als “Nederlands dikste fotomodel” en runde ook haar eigen modellenbureau. Ze overleed jong in 1982 na een val van de trap.

Met regisseur Adriaan Ditvoorst liep het ook slecht af; na jaren van commerciële flops ging het bergafwaarts met hem, hij raakte aan de drank en hing rond in de A’damse drugsscene (en naar verluidt ook in de punkscene – toevallig net als oud-studievrienden René Daalder en Frans Bromet), om in 1987 zelfmoord te plegen.
Zoals Rijk de Gooyer in zijn boek Gereformeerd en Andere Verhalen opdiept, was het nog niet makkelijk een geschikte flat te vinden: “Via een verhuurbureau kwamen we aan een tragisch gemeubileerd flatje in Amsterdam-West. Precies wat we zochten! De prijs was ongeveer het dubbele van een suite in het Amstel Hotel maar voor drie dagen lag ’t bedrag nu eenmaal hoger dan normaal. De opnamen verliepen voorspoedig. Het tv-toestel ging prachtig door ’t raam, m’n schedel werd vakkundig gespleten en de flat lag al aardig onder ’t bloed. De opname in de keuken zou op de laatste dag plaatsvinden. Er waren botten en darmen op ’t abbatoir gehaald, een gedeelte zat in de pan te pruttelen en m’n afgehakte en doorkliefde hoofd stond keurig op ’t aanrecht. Ook de dames en de muren van de keuken zagen er flink bespat uit. Op dat moment verscheen er een wildvreemde man op de set. Het bleek de eigenaar van de flat te zijn. Hij wist van niets. Wel had het verhuurbureau hem gevraagd of hij bereid was gratis zijn flat te willen afstaan voor de opnamen van een filmpje ten bate van gehandicapte kinderen.”



































