
Eerste kleurenfoto van Sylvia, 1959 schat ik, uit het ANP-archief geplukt. Maar er is iets raars aan deze foto, er klopt iets niet. Ff gespiegeld en…

…we krijgen de Sylvia die we kennen.
Heen, terug, opzij in de tijd met Sylvia

Eerste kleurenfoto van Sylvia, 1959 schat ik, uit het ANP-archief geplukt. Maar er is iets raars aan deze foto, er klopt iets niet. Ff gespiegeld en…

…we krijgen de Sylvia die we kennen.
Ik ben gek op de Wat Zien Ik-filmmuziek. Hierboven de door mijzelf geripte soundtrack-LP, beetje krakerig maar komt uit een goed hart. De liedjes/stukjes zijn getiteld naar de scenes waar ze in voorkomen, bijv: “Eerste klant komt aan op Schiphol en gaat per taxi naar Greet”, “Nel wordt aangekleed en gaat aan het werk met Greet”, “Piet en Greet liggen in bed te roken” etc. (maar de LP houdt gek genoeg weer niet de volgorde van de film aan!) De muziek past precies bij de film, half zoet, half olala, half kinderlijk (ja dat is anderhalf, weet ik). Het centrale themaatje is bovendien supercatchy en een eersteklas oorwurm. Maar die componist, Julius Steffaro? Een Italiaan? Nooit van gehoord dus maar es aan het googlen. Hij lijkt niet veel gedaan te hebben: deze film, de tune van Floris (ook Verhoeven) en een arrangement hier en daar. Maar dan blijkt dat onze Julius eigenlijk een Nederlander is genaamd Jan Stoeckart (1927-2017), en gaan de sluizen open. Stoeckart ging in de jaren ’50 werken voor het Engelse label De Wolfe, dat zich specialiseerde in zg. Library Music: anonieme achtergrondmuziek die niet in de winkels, maar aan radio/tv-stations etc verkocht werd. Voor dat label schijnt hij zo’n 1200 composities te hebben geschreven en opgenomen.

Library Music is sinds een jaar of wat een soort cult geworden onder platenverzamelaars, deels omdat er soms bekende artiesten onder schuilnaam platen voor maakten (bijv Pretty Things als Electric Banana!), maar ook omdat het net lijkt alsof je in een parallel muziekuniversum terechtkomt, met prachtige low-budget (af en toe beetje punkachtige) hoezen en volkomen onbekende namen, merendeels dus pseudoniemen van Jan Stoeckart zoals Julius Steffaro (natuurlijk), Willy Faust, Peter Milray en vooral Jack Trombey. Hij is de bekendste onbekende Nederlandse componist ooit.

Een Engels gezelschap dat grif gebruik maakte van library music was Monty Python. Zo’n beetje alle muziek in hun tv-serie maar ook in de films is van De Wolfe-platen geplukt. De muziek achter Blackmail, het klaroengeschalmuziekje in Holy Grail, talloze andere sketches, allemaal het werk van onze Jan! Of Julius. Of Jack.

De vijfentwintigste DeLeurean! ‘k Had toen ik begon geen idee wat te verwachten, blij met de positieve reakties! Iedereen blijkt opeens een zwak voor (en in sommige gevallen een schoolboy crush op) Sylvia te hebben gehad. Voor ons zilveren jubiLeurean hebben we de hand weten te leggen op iets unieks: de sinds 1966 niet meer vertoonde tv-film 001 van de Contraspionnage. Half James Bond-parodie/ half typisch Hollandse “verstop je, nee niet achter dit kamerscherm, achter dat kamerscherm!”-klucht, met Sylvia in een mooie rol als Katinka, de met een verdacht Russisch aandoend accent pratende secretaresse van de aan een topgeheime uitvinding werkende professor Kortekaas.


Sylvia als spionne van achter het IJzeren Gordijn; je vraagt je af waarom ze niet meer van dit soort rollen heeft gehad, met haar licht Slavische trekken en bijna lichtgevende ogen is ze er voor geknipt. Verder loopt er ook veel bekends in de film rond, zij het in veel jongere versies dan dat ik ze ken (Ina van Faassen in catsuit! Coen Flink zonder baard!). De film is tegen een klein prijsje beschikbaar gesteld door Beeld en Geluid. Alleen voor privegebruik, maar tegen deze vertoning onder vrienden hebben ze vást geen bezwaar…




Het grappige aan het speuren naar oude filmpjes van/met Sylvia is dat, net als je denkt dat ze er niet in zit, ze opeens – kiekeboe! – van achter een krant of van onder een masker tevoorschijn komt. Dit filmpje van Rita Corita’s Carnaval (wsch oudste Sylviafilmpje op youtube) komt uit AVRO’s Music Hall (zie ook een glimp van Rijk de Gooijer). Het is geplaybackt, wat in die tijd niet gebruikelijk was, maar vanwege een muzikantenstaking kwam er in deze uitzending geen livemuziek voor (op een pianist na “die anoniem wenst te blijven” volgens de kranten van 1963!). Ik neem aan dat Sylvia een hekel aan maskers had, gezien haar eerste scene in Wat Zien Ik?:

De maskers in het filmpje (ook uit de winkel van Sacco van der Made?) doen dan ook eerder luguber dan feestelijk aan alsjehetmijvraagt. Wat ook opvalt: de muziek is meer geënt op het Braziliaanse carnaval dan later NL hoempastampwerk als Bloemetjesgordijn, Wat Heb Je Gedaan Daan of Sylvia’s eigen Daar Heb Je Haar Weer.


Sylvia vertelt in haar boek hoe ze als klein meisje het viooltje dat ze van haar vader (violist/ bandleider Tonny de Leur) kreeg, stiekem stuksloeg en de brokstukken verstopte. Één de godganse dag toonladders oefenend muzikant in huis vond ze wel genoeg. Toch leerde ze zichzelf een paar jaar later in haar acrobatentijd een beetje altsax spelen, als onderdeel van de act. Ik vraag me af of ze ooit wel eens samen met haar man, jazzmuzikant en latere TV-dokter Aart Gisolf, thuis een potje jazz heeft staan jammen. Aart speelde behalve saxofoon ook fluit, basklarinet en contrabas, hij kwam uit een muzikaal nest (“Als je bij ons thuis maar twee instrumenten speelde gold je eigenlijk als onmuzikaal”) en werd in 1960 door een piepjonge Paul Verhoeven gevraagd om de muziek te verzorgen voor zijn eerste film Één Hagedis Teveel. Er was één catch: het moest binnen drie dagen af zijn.
“Toen ik de technische mogelijkheden eens bekeken had, dacht ik plotseling dat ik eigenlijk best zelf alles na elkaar kon opnemen.” En zo geschiedde, en werd Één Hagedis Teveel de eerste in NL door één muzikant overdubbenderwijs opgenomen soundtrack ooit.

“Daar stond ik dan bij de eerste opname, bibberend van de zenuwen in de kale lege studio. De twee technici zaten met cynische gezichten te wachten op wat er komen zou. Nu, ik kan je wel zeggen, het ging volkomen de mist in. Het was een complete nachtmerrie. Het was erger dan mijn kandidaats. Zo ging het de hele morgen door. En toen lukte het plotseling. Na de lunch ging het opeens. Toen ik mijn laatste instrument weglegde en opkeek naar de geluidskamer zag ik daar twee stomverbaasde gezichten. Ze zaten daar allebei met opgestoken duimen naar me te zwaaien.” (Telegraaf, 1960)
Het resultaat mag er inderdaad wezen. Cool en minimalistisch, helemaal in de nouvelle vague-stijl van de film, doet de muziek een beetje denken aan Art Blakey’s Des Femmes Disparaissent (toevallig grote favoriet in huize DeLeurean). De film zelf is ook mooi, met glansrol voor Hermine Menalda die het bij deze ene film liet. De complete cast bestond dan ook uit Leidse studenten; Sylvia komt er niet in voor, die is nooit student geweest. Ja, aan de School of Hard Knocks.

“Ik vind het niet vervelend dat ze me herkennen. Alleen soms pakt een vent je vast en schudt je door elkaar. “Je bent een moordgriet” wordt er dan gezegd of iets dergelijks. Dat heb je dan weer gehad denk ik dan maar.” (Volkskrant, 1969)

Het allereerste krantenbericht plus foto van Sylvia stamt uit 1959, toen ze d’r eerste cabaretstappen zette. Aanleiding is niet het cabaret, maar een autoongeluk. “Ik zat aan het stuur,” zegt ze in het artikel (klinkt gek eigenlijk, aan ipv achter het stuur; was dat vroeger een gewone zegswijze of is ’t haar toen nog gebrekkige Nederlands?). De auto sloeg een paar keer over de kop, de inzittenden kwamen er gelukkig met de schrik en lichte verwondingen van af. Op Sylvia na, die een shock kreeg en in het ziekenhuis opgenomen moest worden. Het komt niet veel voor dat de bestuurder er het ergst aan toe is bij een ongeluk (zeker niet in die autogordelloze tijden), in d’r boekje doet Sylvia dan ook een boekje open over deze kwestie: niet zij zat aan/achter het stuur, maar haar vriend Rob Touber. Die had geen rijbewijs dus werd besloten de schuld in haar schoenen te schuiven.

Rob Touber (pseudoniem trouwens, net als Bob Bouber!) probeerde in die tijd als zanger aan de kost te komen; hij werd later tv-regisseur (niet te verwarren met Rob Houwer, filmproducent). Overleed in 1975, één van de vele te jong gestorvenen die Sylvia kende.

Het befaamde Wat Zien Ik-huis is niet moeilijk te vinden; er zijn niet veel nummers 778 in Amsterdam, en bovendien is de uit duizenden herkenbare Amstelkerk in een aantal shots aan de overkant te zien. Prinsengracht dus (niet bepaald de hoerenbuurt).

Prinsengracht 778 anno nu. Zonder enig historisch besef hebben ze de oude voordeur vervangen door een raam, de cultuurbarbaren! De ramen zijn ook anders maar dit is toch echt Het Pand; zie het huisnummerplaatje dat nog hetzelfde is.

Een curieuze in-joke vormt het opschrift “HET WERELDTIJDSCHRIFT”, verwijzend naar Elsschot’s Lijmen/Het Been. Had Paul Verhoeven iets met dat verhaal? Of verwijst het naar de lege facade die het Wereldtijdschrift was? Voor zover ik weet heeft hij nooit plannen gehad om Lijmen/Het Been te verfilmen; dat zou Robbe de Hert pas in 2000 doen met die andere Sylvia – Kristel – in de hoofdrol.

Nog eentje dan, gewoon omdat het leuk is.