
Première Wat Zien Ik?, 1971. Gegapt van Pinterest waarop ene Michael een enorme schat aan WZI- en andere films-gerelateerde plaatjes heeft gepind.
Heen, terug, opzij in de tijd met Sylvia

Première Wat Zien Ik?, 1971. Gegapt van Pinterest waarop ene Michael een enorme schat aan WZI- en andere films-gerelateerde plaatjes heeft gepind.

Godvrezend Nederland schudde op zijn grondvesten in 1964 dankzij de sketch Beeldreligie in het fameuze TV-programma Zo Is Het Toevallig Ook Nog Es Een Keer. Peter Lohr (geen familie van Sylvia de Löhr… dacht ik) waagde het over de nieuwe tijdsbesteding des volks – samen voor de buis hangen – te (s)preken alsof het een nieuwe godsdienst was. Stapels brieven, dreigementen, krantenstukken, het land was te klein, zoiets was nog nooit vertoond! Alleen… het was al wél eens vertoond. Lurelei bracht ruim een jaar eerder al een (soort van) vergelijkbare sketch genaamd Vrienden van Veronica; het betrof hier niet een kerkdienst maar het Leger Des Heils, en in plaats van televisie was het voorwerp van aanbidding het kersverse maar razend populaire Radio Veronica.
Ben: “Vrienden, ik hoef het nauwelijks te zeggen. Er staan voor u en mij hoge belangen op het spel. Het gaat ons vanavond om de geestelijke vrijheid van heel een volk, namelijk de vrijheid om nog stompzinniger te worden dan het van nature al was. Duistere krachten, ja ik mag wel zeggen satanische krachten hebben zich tegen ons gekeerd en in de benauwenis en diepe ellende is ons één ding duidelijk geworden, één zekerheid is ons ten deel gevallen, die vroeger ontbrak. Onze vaderen en voorvaderen verkeerden in de mening dat de duivel in de hel woonde. Dit geloof, wij weten het thans, berustte op een misvatting. De duivel, mijn dierbare vrienden en vriendinnen, de duivel woont in Hilversum.”
Sylvia: “Kapitein, mag ik nog even wat zeggen?”
Ben: “Ga uw gang.”
Sylvia: “Kapitein, wat draagt u een charmant kostuum.”
Ben: “Terlenka!”
Samen: “Hallelujah, amen.”
In de theaters was men al wat meer gewend dan op teevee, dus bleef een rel ze bespaard. Tot ze op Bevrijdingsdag 1963 aantraden op een feest van het Voormalig Verzet Zuid-Holland te Rotterdam. Het Parool: “Reeds na het eerste couplet verlieten sommige aanwezigen de zaal, terwijl anderen de vuisten balden en “schavuiten” of “kwajongens” riepen. Toen de cabaretiers bleven doorzingen over het schip Radio Veronica en nog enige malen het refrein “Halleluja” klonk, werd het tumult in de zaal vrij algemeen.” Het liep er op uit dat het gordijn naar beneden moest en het optreden afgelast werd.
De vuisten ballend, “kwajongens” en “schavuiten” roepend volk! Wederom het bewijs dat 1963 nog altijd meer Dik Trom dan Ik Jan was. Er is geen opname van VvV bewaard gebleven, wel kan je Sylvia op youtube (op 6:50) over dit incident zien vertellen:

Hoewel Sylvia niet langer dan zo’n vijf minuten in De Inbreker voorkomt, kreeg ze op de posters top billing naast hoofdrolspelers Rijk en Willeke. Het was dan ook net na haar grote filmdoorbraak in Wat Zien Ik? “Mijn functie in de film is eigenlijk ondefinieerbaar. Ik had het idee dat ik er niet in hoefde te zijn. Ik speel een soort Fellinihoer. Ik moet een beetje door de film heensuizen, misschien voor de vrolijke noot,” deed ze haar rolletje af. Maar ondanks dat ze er “niet in hoefde te zijn”, zijn haar twee à drie scenes nog het meest iconisch aan de film gebleken. De buitenaardse suikerspin op haar hoofd, de droogkap, de jaren ’70-draaistoel en last but not least haar gezicht… Daarom hier wat plaatjes, die zeggen meer dan…












Natuurlijk hebben jullie het boek Hollandse Helden In De Jaren ’60 al, met foto’s van Louis van Paridon. Tido Gideonse is nóg zo’n fotograaf die in de jaren ’70 plots zijn camera aan de wilgen hing en de vergetelheid in stapte. (Nog) geen boek van, maar wel 680 prachtfoto’s (waaronder deze Sylvia uit 1966) hier te vinden: https://www.spaarnestadphoto.nl/search.pp?flush=1&multikeyword=Tido+gideonse&searchtype=0#ctr-thumbnails


Deze en veel meer plaatjes (o.a. van Nationaal Allerlei uit 1969) zijn zojuist toegevoegd aan het album SCHERMVANGST op onze feesboekpeezj! https://www.facebook.com/heenterugopzijindetijdmetSylvia



Hadden we vorig weekend een mooie post in het kader van Gay Pride, blijkt dat pas deze week te zijn! Ja, weet ik veel. Dan nu maar ff over Henk Molenberg. Hij was zo’n beetje de eerste homo waar ik me als tv-kijkend kind bewust van was. Groninger, harde werker, grage eter en goeie (misschien wel beste) vriend van Sylvia. Ontelbaar veel dingen samen gedaan, als duo hadden ze ook af en toe een beetje een Dikke & Dunne-dynamiek: Henk licht pompeus, Sylvia speels/naief:
Begin jaren ’80 hadden ze zelfs even hun eigen tv-show genaamd De Show Van Henk En Syl (die naam was vast het eindprodukt van een lange brainstormsessie), waarvan niks te vinden in het Beeld en Geluid-archief, maar Craptastic80s heeft dit Ramses Shaffylied plus aankondiging & aftiteling geupload, ze hebben vast meer…

Sylvia doet “Vriendinnetje van Jan”, zie onze eerdere post: https://deleurean.video.blog/2019/07/03/seks-met-kaa-es/

Net als in de jaren tachtig werd er begin jaren zestig volop gedemonstreerd tegen kernwapens. Menig cabaretier sprong dan ook op de rijdende trein met een antikernwapennummer. Niet Lurelei, daar was het nooit zo simpel en zwartwit; zij kwamen op de proppen met Sterke Armen, waarin Sylvia aan sit-down demonstraties meedoet omdat ze het lekker vindt door de sterke arm weggesleept te worden. In tegenstelling tot in de jaren tachtig had men in de jaren ’50/’60 nog geen duidelijk idee van wat nou écht de gevolgen van een kernbom waren. Men werd geleerd onder de tafel te gaan zitten en zo. De Engelse film The War Game (1962) veranderde dit; hier zag men voor het eerst (geacteerd dan) de vreselijke effecten niet alleen van de explosie, maar ook van de radioactieve straling. Student medicijnen Aart Gisolf zag de film in Engeland en besloot met twee vrienden een soortgelijke film te maken om de Nederlanders voor te lichten. Dat geen van allen ooit gefilmd had mocht niet deren. Het bleek moeilijk om verschijnselen als straling en fallout uit te beelden; ze probeerden wat met een fotomodel die d’r net gekamde haar bij een waterstraal hield, en voor fallout kwam iemand op het geniale idee om een stofdoek uit te laten slaan. Dat kon Aart z’n vrouw wel doen, die was tenslotte “cabaretière”. En zo geschiedde het dat Sylvia op een zomerdag in 1966 haar tweede filmrolletje ooit speelde…



Dwz, tweede filmrolletje als de film ooit was afgemaakt; na vier jaar sporadische filmactiviteit gooiden de drie de handdoek in de ring. Dankzij het stofdoekshot weten we nu wel dat Sylvia op dat moment op Westermarkt 12 woonde (die muurankers zitten er nog steeds), waar nu dagelijks duizenden toeristen staan te wachten om het Anne Frank-huis in te mogen… niet wetend dat ze gewoon pal voor het Sylvia de Leur-huis staan!

Hier een mooie Andere Tijden over de film die niet kwam:
https://anderetijden.nl/programma/1/Andere-Tijden/aflevering/440/Atoombom-op-de-Dam

Toen Sylvia in 1977 gevraagd werd mee te doen aan Miami Nightmare, een manifestatie tegen de Anita Bryant-antihomokruistocht, hoefde ze niet lang na te denken. Ze hing als jong meisje al rond in De Schakel, de bar-dancing die het COC in 1955 opende in de Korte Leidsedwarsstraat (waar nu de Waterhole zit) en had een paar jaar een relatie met ene Petronella. De autoriteiten hadden het toen nog niet zo op lui die het hielden met “dezelfderlei kunne” maar omdat ze ze liever op 1 plek geconcentreerd zagen ipv verspreid over de piskrullen in de stad mocht De Schakel tot ver na de normale sluitingstijd open blijven. Sylvia vertelt in haar boek hoe ze er vaak tot 5 of 6 uur rondhing om de volgende ochtend tollend van de slaap weer aan het werk te gaan. Voor haar dus geen probleem dat Miami Nightmare een all-nighter was, maar de Zangeres Zonder Naam, die speciaal voor de gelegenheid het lied Luister Anita had geschreven en als laatste op moest, ging bijna van d’r stokje. Gek genoeg kwam de live-registratie van Miami Nightmare (eig de eerste Gay Pride) pas drie jaar later op LP uit. Ik heb de sketch met Sylvia als Anita Bryant al eens gelinkt, hier voor het gemak de beste grap:
Interviewer (Adèle B): Uw kruistocht…
Anita (Sylvia): Wat zegt U??? …Staat er wat open?

Begin jaren ’60 zette ze met Lurelei al graag cliche’s over homo’s op hun kop, bijv in het door Guus Vleugel geschreven Vrienden en Vriendinnen. Helaas bestaat er geen opname van, dus hier de tekst…
Sylvia: En Lydia, hoe is het met Frits?
Jasperina: Goed kind, dank je. Je moet de groeten hebben.
S: O dank je. Ja, ik zag je verleden week nog in de schouwburg, maar zonder Frits. Dus ik denk: er zal toch niks wezen met Frits.
J: Welnee. Je kunt Frits alleen met geen honderd stokken naar de schouwburg krijgen, maar verder is er niets aan de hand.
S: Dus toen dacht je, dan ga ik maar met een ander.
J: Toen dacht ik: Kom ik ga eens met Jimmy.
S: O, heet-ie Jimmy?
J: Wat, ken jij Jimmy niet? O, Jimmy is geweldig.
S: Ja, dat dacht ik al. Een echte vrouwenvreter, om zo te zien.
J: Ach, een vrouwenvreter! Dat is zalig, dat moet ik direct aan Jimmy vertellen. Die zal zich bedoen. Lieve Ellen, Jimmy is zooo…
S: Zo? Wat zo. Hoe zo.
J: Gewoon, zo.
S: Wat zeg je me nou: Die knul waarmee je in de schouwburg zat, is die van de verkeerde
kant?
J: O Ellen, jij kunt er altijd zo hopeloos naast zitten met je uitdrukkingen. “Is die knul van de verkeerde kant?” Dat kun je toch niet zeggen, meisje.
S: Nou ja, ik bedoel eigenlijk: Is die heer een homofiel?
J: Maar lieve kind. Dat zie je toch onmiddellijk. Dat ligt er nou duimendik bovenop. Dat jij dat niet ziet, zeg. Eigenaardig.
S: Ja, het is soms een beetje moeilijk. Van Gerard van het Reve zou je het ook niet zeggen, als je hem zo ziet op de buis. Maar ja, hij heeft het zelf gezegd en hij zal er niet om liegen.
J: Ja, je moet er natuurlijk wel een beetje een geoefend oog voor hebben, he. Maar we
hebben volop de gelegenheid om ons oog te oefenen. (Kijkt naar Eric en Robert die zijn opgekomen.) Kijk es effe!
S: Zou ’t een vriendenpaar wezen?
J: O ja, dat zijn beslist twee vaste vrienden.
S: Wie van de twee is volgens jou het mannetje?
J: Die linker natuurlijk.
S: Nou vind ik die rechter ook wel iets mannelijks hebben…
J: Nee, nee, die rechter is het wijfje. Te zien aan hoe die met z’n heupen werkte.
S: Nou, moet je die linker zien. Liegt er ook niet om.
J: Het zijn altijd van die lieve jongens, he. Ik heb altijd direct contact met homofielen, en jij?
S: Altijd meteen contact, ja. Geestelijk dan.
J: Oehoe, meneer? Wilt u misschien van mij een vuurtje?
Robert: Ja, graag.
J: Alstublieft.
R: Dank u wel.
Eric: Mogen wij de dames dan misschien wat aanbieden?
J: O, dolgezellig zeg, maar komt u dan bij ons aan ’t tafeltje zitten.
S: Ober!
J: Is het misschien mogelijk, dat ik u ergens van ken? Zit u bij het Nationaal Ballet?
E: Nee, niet dat ik weet.
S: Maar dan bent u zeker bij het Nederlands Dans Theater?
E: Nederlands Dans Theater. He, hoor je dat, Wim!
R: Nou John, jij zou anders meteen op kunnen als de stervende zwaan.
J: Neemt u mij niet kwalijk, maar wat hebt u een prachtige hand. Kijk es Ellen, wat een gevoelig exemplaar!
S: Ja, wat een magnifieke hand zeg.
E: En ik heb er nog zo een!
S: Meneer, bent u ook in de kunst?
E: Nee, in de kunst niet, maar ik ken wel een hele hoop kunstjes.
J: En ik denk zo, dat u daar ook wel aardig over kunt meepraten.
R: Ober! Waar blijft die vent?
J: Zeg meneer, weet u dat ik eens een keertje op die club van u ben geweest? Wat is het daar dolgezellig, zeg. Ik heb me reuze geamuseerd.
E: Ja, ik ben geen lid meer van die club, hoor.
J: O nee, ’t is toch anders een vereniging met prachtige doelstellingen. Vindt u ook niet?
R: Ja, dat wel. Er is geen speld tussen te krijgen.
E: Mijn vriend en ik zijn alleen maar lid geweest van de juniores.
J: De juniores…
(Leen komt op als ober, doet zeer nichterig.)
Leen: Goeiemiddag dames… en heren.
R: Nou, dat werd tijd.
L: Het spijt me meneer, maar in het hoogseizoen kennen we geen ijzer met handen breken, he. Nou, zegt u ’t maar mevrouw.
J: Een appelsap.
L: Een appelepap voor mevrouw.
S: Tomatensap.
L: Een jus de tomates. De heren wensten?
E: Een grote pils.
R: Een grote pils.
L: En twee grote voor de heren.
R: En een beetje vlug ober, want ik sterf van de dorst.
L: Nou meneer, dan bent u in elk geval een beeldschone dooie… Hoor mij nou!! (Gaat af.)
R: Nou, zo ruig als een kokosmat.
E: Als ik zo’n kerel zie, kan ik wel kotsen, he.
J: Meneer! Wat u daar zegt, dat vind ik schandelijk.
S: Ja, hoe durft u zoiets te zeggen! U moet uw hand maar es in uw eigen boezem steken.
R: Zo bedoelde John het niet, he John.
E: Zo bedoelde ik het helemaal niet. Als iemand zo nodig met een andere kerel wil
rommelen, moet-ie dat voor z’n eigen weten. Geef mij maar een lekker vrouwtje hoor.
R: Hier heb je d’r nog zo een.
J: Dit berust op een walgelijk misverstand. Kom, laten we gaan.
S: Ja, we moeten eens opstappen. Dag heren.
E: Zeg Wim, wie van die twee is volgens jou nou het mannetje?

Bijna twee decennia voordat de punk het Doe ’t Zelf-principe wereldwijd verspreidde kwam Lurelei met een programma met precies die titel. Ze deden dan ook alles zelf; stonden zelf bij de deur en deden zelf het licht (degene die op dat moment niet in de sketch of het lied zat uiteraard!), en in de pauzes brachten Jasperina, Sylvia en consorten in eigen persoon drankjes rond. En dat deden ze allemaal zes dagen in de week in hun eigen kleine theater, het karakteristieke voormalige Paloni-restaurant naast Bellevue aan de Leidsekade, door hun simpelweg tot Lurelei Theater omgedoopt.

Ergens midden jaren ’60 werden enkele belendende zaaltjes in het Bellevue-complex als TV-studio’s ingericht; in een van die zaaltjes was het dat op 14 maart 1967 Jimi Hendrix met z’n Experience aantrad om voor het TV-programma Fenklup op te treden. De legende wil dat Jimi in de wandelgangen van het theater Jasperina had ontmoet en zo onder de indruk was dat hij ter plekke een aan haar opgedragen lied genaamd Ina Sweetass componeerde en wilde spelen voor de camera’s (dit beweert Tjeerd Posthuma op de Bellevue-site, en al zou het uit de duim gezogen zijn, het is zo’n mooi verhaal dat ik gewoon doe alsof het waar is).

Helaas produceerde de band zo veel herrie (Lurelei klaagde over barsten in het plafond) dat besloten werd ze te laten playbacken. Dus heeft niemand ooit het lied Ina Sweetass gehoord – niemand behalve de TV-krachten die “bijna dinsdag” verstonden en dat nog een tijdje zijn blijven zingen – en ging Doe ’t Zelf dankzij Lurelei die dag niet op voor Jimi Hendrix. (Sylvia keerde april 1967 weer terug naar Lurelei na een blauwe maandag Wim Kan en een bevalling, ze heeft Jimi dus net gemist; wie weet hadden we anders het lied Syl Sweetass gehad!)