Dankoewel!

Gesigneerde foto van Sylvia de Leur, begin jaren ’60. Hij stond te koop op Marktplaats, maar iemand anders overbood me, dus we moeten het met deze lo-res download doen. Eigenlijk goed om te weten dat ik niet de enige ben die geinteresseerd is in BVA’s (Bijna Vergeten Artiesten) als Sylvia. Van 2019 tot 2021 heb ik dit blog bijgehouden; ik wilde weten hoe ver je kan gaan, hoe veel er te vinden is als je letterlijk alles op film/foto/audio/info-gebied van een Bijna Vergeten Artiest probeert te achterhalen. Waarom Sylvia? Omdat ze een leuk gezicht had, en een leuke stem (snerpend volgens sommigen; zangerig Oost-Europees volgens mij). O ja, en omdat – zoals al snel bleek – ze op allerlei historische momenten in de laatste eeuw als een soort Zelig van Woody Allen ter plekke was, soms participerend (in het baanbrekende Lurelei-cabaret van de jaren ’60), soms figurerend, soms fantaserend (sommige van haar Tsjechische memoires behoeven een ferme schep zout), maar altijd als zichzelf, een mens waar iedereen zich in kon herkennen. Na 143 posts geschreven en een hoop geleerd te hebben – over Sylvia, maar ook over de jaren ’50/’60/’70, over film, TV, variete, politiek, media, Nederland, Europa, LGBT, kunst – lijken we het eindpunt te hebben bereikt. We hebben alles gevonden wat er te vinden is. Ironisch genoeg levert een zoekactie op Google nu vooral resultaten op van m’n eigen blog. Er zal af en toe nog wel eens een filmpje of foto boven water komen, en dat zal ik hier dan ook zeker delen, maar we zijn uitgeschreven. Bedankt voor jullie aandacht en reakties, en mocht je voor het eerst op dit blog komen: veel plezier met de 143 vorige posts!

1969

De tot voor kort onvindbare film Eigentijds (1969), waar we hier over schreven, is door Beeld en Geluid opgesnord en gedigitaliseerd. Eigenlijk een half uur durende reclamespot voor De Pil, met Sylvia als mollige vriendin van hoofdrolspeelster Lia Karon die haar voor de gevaren van de pil waarschuwt, o.a. dat je er dik van wordt (onderwijl een enorme slagroomtaart etend, mooi staaltje typecasting weer). En Alexander Pola zonder baard! Regisseur Erik Terpstra zou later met Sylvia de film Daniel maken, waarover meer hier.

Spelevaart met salto

Op 11 juni 1959 organiseerde de Nederlandse Filmmaatschappij de Spelevaart op de Maas, een samenzijn op Rotterdamse Spidoboten van een scala aan veelbelovende Nederlandse filmregisseurs, acteurs/trices en pers. Grote plannen waren er, werd verkondigd; over wat de plannen precies waren bleef men vaag. Er zouden zes grote NL speelfilms komen, waaronder één naar een script van Wim Kan. Op zich niet vergezocht – in de jaren ’30 schreef hij mee aan Pygmalion en Morgen Gaat ’t Beter – maar we hebben er nooit wat van gezien. Actrice Ingrid Valerius vertelde het AD dat ze gevraagd was voor een “hele spannende rol” in een thriller; ze kon er niets over kwijt want “de inhoud is nog geheim”. Als ze de krant haar CV in een notedop geeft: met Benny Vreden voor de VPRO, met Gerard Walden voor de KRO en binnenkort in Stad Op Stelten, gaat ons een lichtje op: dit is niet Ingrid Valerius, maar Sylvia de Leur die de krant te woord staat! Beiden jong, blond en klein, de vergissing is snel gemaakt.

Ingrid Valerius

Hielden de jonge actrices nog wat over aan het netwerken op de Spelevaart? Sylvia in ieder geval een hersenschudding en een paar gebroken ribben. Op de terugweg, na nog even jazzclub Teisterbant in Haarlem te hebben bezocht, sloeg de Citroen waar Sylvia en vriend/regisseur Rob Touber, journalist Hans Saaltink én Ingrid Valerius in zaten bij Halfweg zes maal over de kop. Hoewel Rob had gereden werd besloten de schuld in Syl’s schoenen te schuiven omdat zij een rijbewijs had. Haar blessures betekenden een streep door de Walden-revue en Stad Op Stelten; of ze ook de thriller waar ze het over had hierdoor misliep is niet bekend. Wel zou Ingrid Valerius het daaropvolgende jaar een rol spelen in de Haanstra-film De Zaak M.P., over de diefstal van Manneke Pis. Sylvia zou pas in 1962 op het zilveren scherm verschijnen, in de crimifilm (of thriller?) Rififi In Amsterdam… Maar dan wél zoenend met wereldkampioen judo Anton Geesink.

Sylvia en Anton, zie ook Rififi In De Staats

Syl en Rob hadden de Citroen te leen van uitgever/ tolk/ vrije geest Henri Methorst. Sylvia in haar boek: “Als Henri naar het buitenland ging mochten wij de auto lenen. Eerst nam hij ons, hongerlappen, mee naar de Chinees om ons op zijn kosten helemaal vol te eten. Dan brachten we hem naar Schiphol en namen de auto mee terug. Als hij dan weer naar Nederland kwam haalden we hem op, gingen we opnieuw bunkeren bij de Chinees en kreeg Henri zijn auto weer mee.” In het ziekenhuis werd er voor Sylvia een grote fruitmand bezorgd met een briefje: “De auto is total loss, maar jij bent er nog. Eeuwige vriendschap, Henri.”

Clouloos

Herman Pieter en rookworst

Nationaal Allerlei, een nieuw TV-programma geschreven door Herman Pieter de Boer, had het moeilijk bij de lancering in 1968. In Engeland was Herman geïnspireerd geraakt door de absurdistische clou-loze sketches zoals die in Do Not Adjust Your Set en At Last The 1948 Show langskwamen. Maar er is een ragfijne lijn tussen clouloos en clueless, zo ondervond hij. Een typisch voorbeeld: Herman steekt een worst aan en in zijn mond, en zegt: “dit is het nieuwste: rookworst!” Maar goed, hij probéérde het in ieder geval, en dat ruim een jaar voordat de schrijvers van die Engelse shows voor zichzelf zouden beginnen en de absurde sketch tot grote kunst zouden verheffen in Monty Python.

In één opzicht was Nationaal Allerlei dan weer wat voorlijker dan Monty Python; zoals het Engelse kostschoolknapen betaamde kenden die maar twee soorten vrouwen: de sexbom en het viswijf. Werd de eerste categorie uitstekend ingevuld door Carol Cleveland, de categorie viswijf namen de Pythons met zichtbaar plezier voor eigen rekening. Het was vooral de grof gebouwde Welshman Terry Jones die veel mocht opdraven in soepjurk en pruik (als eerbetoon aan zijn crossdressing speelde Rufus Jones – geen familie – in de prachtige TV-film uit 2011 Holy Flying Circus zowel Terry Jones als de op een verklede Terry Jones lijkende vrouw van Michael Palin!).

Sylvia wil haar ei kwijt

Nationaal Allerlei had ook sexbommen (hee, het was 1968) en viswijven… maar ook Sylvia de Leur. En zij ontstijgt vaak de categorieën en clichés in het programma door… ja, door wat te doen? Door er iets van haarzelf in te leggen denk ik. In een sketch zit ze naast Piet Römer op de bank, hubby Piet kijkt aandachtig voetbal, en ze barst opeens in een enorme huilbui uit. Terwijl Piet (die stiekem het voetbal blijft volgen) haar probeert te troosten komt het hoge woord er uit: ze was zo gelukkig op hun trouwdag, ze wil nóg een keer trouwen. (Dit was decennia voordat het hip werd om de “trouwgelofte te vernieuwen”, Syl is hier dus alweer een pionier!) De sketch zelf is niet veel soeps, maar de huilbui is een ander verhaal, die komt van nog veel verder dan uit haar tenen. Wat bedoeld was als grap wordt opeens high drama, zelfs met clouloos einde.

Sociaal suikergoed

Ik Een Beetje Meer Dan Jij, 1977. Voor u opgesnorde, échte (niet van internet geplukte) persfoto’s! Jaja…

“Eerlijk zullen we alles delen, suikergoed en marsepein”, gaat een eeuwenoud Sinterklaasliedje. Iedereen kent wel de latere versie van het lied met als tweede regel “ik een beetje meer dan jij”. Wie zou die aanpassing op zijn geweten hebben gehad? Vast die vuile Socialisten! De strofe was in ieder geval al in de jaren ’70 gemeengoed, want werd toen gebruikt als titel voor een komedie waarin Sylvia de Leur één van de hoofdrollen speelde. Was ze in 1970 in De Witte Piet nog omringd door suikergoed en marsepein, nu werd het tijd om zich te scharen achter de verworpenen der aarde. Volgens Sylvia zelf was het tenminste geen toeval dat ze in 1977 aan drie projekten werkte waarin ongelijkheid een rol speelde: het rijk vs. arm/ Romeo & Julia-gegeven in Hé Kijk Mij Nou, de op de Tien Geboden gebaseerde film De Mantel der Liefde én dus deze klucht over een winnend lot. Sylvia in een interview dat jaar: “Die sociale belangstelling is er altijd al geweest, de laatste tijd is dat echter sterker gaan spreken. Bij het ouder worden ga je relativeren. Het komt ook door de dingen die je meemaakt in het leven, en ik heb veel meegemaakt.” In 1977 waren de vette jaren voorbij, een slepende recessie kondigde zich aan; in Amsterdam en elders roerden de eerste punks en krakers zich. Syl voelde feilloos de hartslag van de tijd aan: “Als ik hier in het Vondelpark rondkijk, heb ik zo te doen met al die jonge mensen die niet weten hoe het later moet, voor wie vaak mogelijkheden zijn afgesneden. Ik hoop dat het goed komt met ze, want ze zijn toch de mensen van morgen. Veel jongeren hebben geen idealen meer.” Ze wist toen nog niet dat veel van die jongeren, het Doe Het Zelf-motto dat ze zelf 15 jaar eerder met Lurelei uitdroeg indachtig, al snel hun éigen mogelijkheden zouden creeëren en zo hun idealen waarmaken. Zowel in de “sociale” hoek (krakers) als in de “ik een beetje meer dan jij”-hoek (yuppies).

Sylvia (3e van links), hier met Lurelei en de andere vier topcabaretgroepen van 1967, Sinterklaas en sociale bewogenheid combinerend in de Witte Bedjesnacht

AeroSyl

Lurelei (zonder Sylvia de Leur) en Provo-stijl graffiti, 1966

In de loop van de jaren ’70 raakte heel Amsterdam bedekt onder een dikke laag graffiti. Werden er voorheen vooral politieke leuzen of namen van bands of bendes op de muren gekalkt, vanaf het punkjaar 1977 veranderde dat in persoonlijke uitingen, “tags” met de bijnaam van de stifter of spuiter. Hoewel als tuig van de richel bestempeld kwamen veel vroege graffiti-artiesten als Vendex, Shoe en de legendarische Dr. Rat uit de sjieke buurt rondom het Vondelpark en het Museumplein. Net als Sylvia de Leur, die dus van meet af aan op de eerste rang zat bij het ontstaan van de graffiticultuur. Op youtube is een mooie docu te vinden waar alle graffiti-sleutelfiguren in langskomen:

Sylvia’s ex-mede-Lureleister Jasperina de Jong haakte in op het fenomeen met het door Ivo de Wijs geschreven lied De Spuitbus, een beetje flauwe zwart-wit persiflage op een graffitispuiter (hoeveel dubbele bodems en omkeringen zou Guus Vleugel wel niet in zo’n lied hebben gestopt?). Nee, dan Syl; zij had op een haar na samengewerkt aan een graffitikunstwerk samen met de godfather van de Amsterdamse spuitcultuur, Hugo Kaagman!

Hugo Kaagman alias Amarillo in actie, 1979
Hugo daagt Sylvia uit, 1996
Astrid J verrast Sylvia

In de aan Sylvia gewijde Show Van Je Leven presenteerde Astrid Joosten haar met drie uitdagingen waar ze één van moest kiezen. De eerste, op 100 meter hoogte glazenwassen, viel meteen al af. Bij de tweede, een graffiti-collab met Hugo, werd ze zo enthousiast dat het al een uitgemaakte zaak leek. Maar uiteindelijk koos ze voor de laatste, want minder “egotripperig”: in de aloude Lurelei/Doe ’t Zelf-gedachte klusjes uitvoeren bij ouden van dagen in huis. Bíjna graffiti-artiest dus…

Hanna & her daughter

Lees net ergens dat Teddy Schaank – Hanna in Pommetje Horlepiep (hierboven naast Sylvia de Leur die kapiteinsvrouw Ieke Maris speelde) – de moeder was van Linda van Dyck! En ik was nog maar net bekomen van het feit dat Ko van Dijk haar stiefvader was. Hieronder een jonge door Godfried de Groot vereeuwigde glamour-Teddy; het is duidelijk van wie Linda (ernaast in duikersoutfit) haar looks heeft geërfd.

En nu we het toch over Linda hebben kunnen we gelijk van de gelegenheid gebruik maken om haar geniale lied Stengun – punk tien jaar vóór punk – te posten:

Kunst!!

Sylvia en enkele kunstkopers

Beroemdheden (muzikanten/acteurs/tv-persoonlijkheden) die zich op de schilderkunst werpen, je krijgt er al snel een “moet dat nou”-gevoel bij. Het is een beetje alsof ze valsspelen; in plaats van eerst jaren honger te lijden voor de kunst zijn ze metéén al in the picture. Maar dan vergeet je dat zo’n beetje álle bekende kunstenaars van de laatste honderd jaar, van Dali tot Picasso tot Herman Brood, zich omhoog werkten tot beroemdheden, larger-than-life karakters, een soort levende merknamen. Mensen willen naast de Kunst ook de Persoon erachter. Anno nu maakt het niet eens meer uit wat een beroemd artiest voor kunst maakt, zolang hij/zij maar in het nieuws blijft met (gecalculeerde) gekke fratsen; beroemd zijn omdat je beroemd bent.
Sylvia de Leur was misschien wel de eerste Nederlander die beroemd was omdat ze beroemd was. Ironisch genoeg was zij juist het tegenovergestelde van de zelfpromotende aandachtsjunks van nu; ze haatte het als haar privéleven in de roddelpers werd uitgestald. Haar beroemd-zijn-om-het-beroemd-zijn kwam voort uit haar versnipperde carriere; iedereen kende haar maar niemand kon haar plaatsen. En dan stortte ze zich óók nog op de schilderkunst!

Sylvia schilderde in eerste instantie voor zichzelf, als vorm van meditatie, maar na verloop van tijd konden exposities en media-aandacht natuurlijk niet uitblijven. Sommige van haar werken (ze werkte abstract, in tegenstelling tot haar kunstvrienden Ans Wortel en Melle) vind ik erg goed. Het is grappig dat veel kunst die met veel bombarie wordt gepresenteerd in mijn ogen lijkt op droedels die je maakt als je telefoneert, terwijl Sylvia haar prima werk juist altijd afdeed als droedels. In 1989 maakte TV Landsmeer een reportage over een expo in datzelfde dorp; Syl – die als geen ander wist hoe belangrijk het is om goed uitgelicht te worden – zal ongetwijfeld met kromme tenen hebben zitten terugkijken. Maar het ging iig over haar werk ipv haar priveleven, dat dan weer wel.