Dodo

Op 26 maart 1975 verongelukte Marino/ “Dodo”, de zoon van Sylvia de Leur en Aart Gisolf. Iedereen van mijn leeftijd en ouder kan zich deze tragedie nog herinneren; als tv-persoonlijkheden waren Sylvia en Aart een klein beetje familie van iedereen, en iedereen rouwde een beetje mee. Op de paar foto’s die ik van Marino ken heeft hij een intelligente, vroegwijze en beetje eigenwijze blik die me op een of andere manier bekend voorkomt. Een artiestenkind, veel alleen, heeft geleerd om het zelf te rooien. Een beetje een wise guy ook, op een leuke manier. Toen ooit bij huize De Leur een interviewer langskwam en Sylvia niet thuis trof, begon Marino zelf maar vast met het interview: “Laat m’n moeder maar werken, als ze geen werk heeft wordt ze chagrijnig.” Sylvia vertelt in haar boek hoe hij tijdens een koffiepauze in de tv-studio achter een camera ging staan, headset op, en vervolgens de instructies van de regisseur haarfijn opvolgde! Je gaat je vanzelf afvragen: wat als…? Wat zou er van Marino geworden zijn als hij had geleefd? Opeens bedenk ik me waar ik die blik van ken: de Amsterdamse punkscene puilde uit van jongetjes en meisjes met dezelfde vroegwijze/eigenwijze oogopslag. Als Marino had geleefd was hij 16-17 geweest toen de punk losbarstte. Grote kans dat hij in Paradiso, de Vondelbunker (naast hun huis!), NoName, DDT zijn leeftijdsgenoten had opgezocht. Veel van de eerste punkertjes waren tenslotte artiestenkinderen, het kroost van o.a. Els Pelgrom, Sophie van Kleef, Jaap Vegter en anderen (wat er ook in de boeken mag staan over “de arbeidersklasse”). Met zijn voorliefde voor film was hij misschien chroniqueur van die tijd geworden, de film-evenknie van Max Natkiel en Ed van der Elsken (nog een punkouder trouwens). Zijn bijnaam Dodo had zelfs perfect in het rijtje Amsterdamse punknamen als Mono, Lulu Zulu, Pipi (ππ), Fanta, Eskimo gepast. Tja, als…

Plaats een reactie