Fanghetto

Sylvia in Fanghetto, rond 1968

Een wetenschapper zei ooit dat de hersens van artiesten, politici en criminelen op elkaar lijken; met dit in het achterhoofd kunnen we het mysterieuze Italiaanse gehucht Fanghetto dus gerust een artiestenkolonie noemen, al zochten er behalve artiesten als Sylvia de Leur ook politici als Ed van Thijn en één of twee sjacheraars hun toevlucht. O ja, en wat wetenschappers. Hoe het zowat ontvolkte, bouwvallige maar paradijselijke bergdorpje in de 60’s zo’n beetje in het geheim werd overgenomen door een Nederlandse incrowd is een fascinerend verhaal dat smeekt om door bijv een Annejet van der Zijl in boekvorm te worden gegoten… Alleen ís er al een boek: de (fictieve) thriller De Dorpelingen Van Innocento, in 1981 door Van Thijn met mede-Fanghettonaar Peter Brusse geschreven, speelt zich af in Fanghetto, al opereren zowel dorp als bewoners hier onder schuilnaam. Zelfs nog in de jaren ’80 hielden ze hun paradijs geheim voor de buitenwereld. (Het is tekenend dat in een ander boek, W. F. Hermans’ Onder Professoren, de hoofdpersoon informeert naar de prijs van een appartement in Monaco (te duur, blijkt); van het vlakbij gelegen bergdorp heeft ie blijkbaar geen weet.) In de thriller wordt het dorp van twee kanten in z’n voortbestaan bedreigd: een geheim plan om er een dure lusthof van te maken, én de Bhagwan die er een nieuw hoofdkwartier van wil maken. Fictie, maar vast voortkomend uit echte spanningen indertijd.

Zoon Marino bij de kabelbaan (bij gebrek aan weg de enige manier om grote spullen naar het dorp te krijgen)

Het begon allemaal toen Hans Roduin, dramaturg bij Toneelgroep Centrum en Amsterdams kunstaanjager met zijn societeit Le Canard, in 1965 met zijn vrouw Ingeborg op het dorp stuitte. Ze kochten een hoop stenen, maakten er een (min of meer) bewoonbaar huis van en geleidelijk aan trok het dorp steeds meer vrienden en collega’s, waaronder het gezin Gisolf/ De Leur. Walter Kous, ook van Toneelgroep Centrum, maakte er een lucratief handeltje van en verkocht de ene na de andere grot voor tien keer wat hij er voor had betaald. Hij maakte zich niet populair en moest na een aanvaring met Italiaanse fascisten met stille trom vertrekken, al gaat het gerucht dat hij in een ravijn terecht is gekomen. (Wsch heeft hij ook inspiratie gevormd voor de thriller.)

Geen TV, ze maakten hun eigen entertainment

Jarenlang was Fanghetto een soort verborgen grachtengordel/ Oud-Zuid in de bergen van Italie. Het was helemaal des sixties: geen comfort maar back to nature. Actrices, schrijvers, schilders, politici en flierefluiters haalden samen water bij de pomp, maakten samen muziek, dronken en aten samen en gingen samen vreemd, onder het meewarig toeziend oog van de enkele oude autochtonen. Omdat het dorpje een beetje te populair begon te raken werden nieuwkomers afgewimpeld, tekenaar Waldemar Post kreeg bijv te horen dat het dorp “niet veilig voor kinderen” was; hij vestigde zich in het naburige Bossare.

Sylvia en Arnold (achternaam?), duidelijk niet in Fanghetto, wsch in het nabije San Remo of Ventimiglia

Fanghetto moet voor Sylvia een verademing zijn geweest met haar hectische werkschema en bij iedereen bekende gezicht. Misschien dat dat boek toch maar niet geschreven moet worden en het geheim een geheim moet blijven, uit respect voor Sylvia en kompanen, voor wie het dorp een ghetto was waar ze zich konden verschuilen voor hun fans. Een anti-fan-ghetto dus.

Foto’s (van Aart Gisolf) heb ik van het door Peter Brusse en andere huidige Fanghetto-bewoners gemaakte Fanghetto-blog geplukt: https://thefanghettoreporter.wordpress.com/

Hier in een notedop het hele verhaal, artikel van Martin Schouten uit 2000: https://thefanghettoreporter.wordpress.com/2013/05/26/een-beetje-contemporaine-geschiedenis/

Plaats een reactie