
Sylvia was eigenlijk de eerste “professionele BN’er”, iemand die bekender was om wie ze was dan om wat ze deed. En zoals dat met professionele BN’ers gebeurt werd ze hier en daar gevraagd om over een bepaald onderwerp haar zegje te doen. Een half jaar nadat haar zoontje was verongelukt besloot ze erover te praten op TV met Berend Boudewijn; niet omdat ze een exhibitionist was zoals veel professionele BN’ers van nu, maar uit een soort plichtsgevoel, om een stem te geven aan de vele rouwenden die in een isolement raken omdat de buitenwereld niet weet hoe ermee om te gaan. In februari 1980, toen de aandacht van de wereldpers voor het drama in Cambodja verslapte, nam ze als lid van een tweekoppige Nederlandse delegatie (de ander was Hans van Mierlo) deel aan de Mars Voor Overleving naar de Cambodjaanse grens. Ze schreef erover in het NRC, een mooi geschreven en heel zinnig verslag: aan de ene kant ergert ze zich aan het circus van zich voor de camera’s verdringende celebs, aan de andere kant moet dat circus nou eenmaal opgevoerd worden voor de goede zaak. Ze heeft een apart, creatief woordgebruik (niet alleen hier, maar ook in interviews), en ik vraag me af of dat misschien (à la Cornelis Vreeswijk, zoals Frans de Wit in Het Mannetje In Mijn Gitaar poneert) mede komt doordat ze met een andere taal is opgegroeid. Hieronder de volledige tekst:







